Wetenschap - 22 februari 2013

Arme kleine boer

Wie zorgt er de komende jaren voor meer voedsel en minder honger in de wereld? De kleine arme boer!

bloglogo-iStock_000008668984Small.jpg
Als de honderden miljoenen kleine arme boeren in ontwikkelingslanden een betere gewasopbrengst halen en iets meer dieren houden, werken ze zichzelf uit de armoede en lossen ze voedseltekorten op de markt op. We moeten ze helpen, met slimme kredieten, vindt bijvoorbeeld prinses Máxima.
Wagenings onderzoek geeft haar gelijk. Het loont om geiten op krediet te geven aan arme plattelandsbewoners in Indonesië. De inmiddels afbetaalde geiten zijn goed door 30% van het inkomen van deze kleine boeren, maar alleen als ze al enige kennis en ervaring hadden met het houden van dieren.
Met veehouderijkennis alleen ben je er niet. De kredietverlening moet ook leiden tot een hogere arbeidsproductiviteit van de boer. Dat blijkt uit onderzoek van de Wereldbank in China, waar de ontwikkelingseconome Lei Pan aan deelnam. Ze evalueerden de kredietverlening in het 'achtergebleven' westen van China waar nog kleine boertjes zitten, ver weg van de banenmotor. Boeren die hun arbeidsproductiviteit op de boerderij verhoogden, wisten het beste aan de armoede te ontsnappen, bleek uit het onderzoek. Tijdelijke migratie naar de stad, voor aanvullend inkomen, hielp maar marginaal.
We weten nu wat ons te doen staat: kredieten geven voor machines, betere zaden en kunstmest, zodat de kleine boeren de productie opvoeren en meer inkomen per uur verdienen. Maar dat is lastiger dan het lijkt, zegt Pan's collega Kees Burger. De kleine boeren moeten dicht bij de markt zitten om hun oogst te kunnen verkopen, anders loont die investering in de landbouw niet. Voor de kleine zelfvoorzienende boer is kunstmest een kostenpost die meer voedsel én schuld oplevert.
Je hebt kleine boeren in allerlei soorten en maten, maar wat hen typeert is dat ze een soort volkstuinders zijn, stelt Burger. Ze verbouwen graan en groenten voor zichzelf en hebben wat kippen, maar hebben daarnaast klusjes, baantjes of handel waar ze hun inkomen uit halen. Ze moeten hun tijd verdelen tussen landbouw en hosselen. In die situatie is het maar de vraag of een investering in landbouw loont. Veel van deze volkstuinders, zoals degenen zonder groene vingers, zullen nooit boer op commerciële basis kunnen worden, zegt de econoom.
Als voormalig volkstuinder snap ik precies wat Burger bedoelt. Eerst mest onderspitten, dan zaaien en dan in de vrije uurtjes heel vaak heel veel onkruid wieden. Door een droog voorjaar komt maar een deel van het zaad op en verdrogen de aardbeienplantjes. Daarna verwelken de tomaten door fytoftora en komen coloradokevers de aardappelplanten opeten. Loslopend wild (konijn, duif, woelmuis) eet ook mee. Als ik het restant bijna kan gaan oogsten, moet ik tijdelijk migreren naar een camping. Bij terugkomst is alles overwoekerd.
Mijn arbeidsproductiviteit was heel laag en ik heb me niet kunnen opwerken tot kleine boer. Gelukkig deden mijn ervaren volkstuinburen het beter, dus er is nog hoop voor de wereldvoedselvoorziening. Maar dan moet je bij de uitreiking van microkredieten wel selecteren welke volkstuinders daadwerkelijk boer kunnen worden.

Re:ageer