Wetenschap - 14 november 2002

Argwanende Noordzeevissers helpen RIVO visstand bepalen

Argwanende Noordzeevissers helpen RIVO visstand bepalen

Nederlandse Noordzeevissers gaan hun vangstgegevens doorgeven aan het RIVO. De gegevens moeten het visserij-instituut helpen de visstand te bepalen. Vele vissers hebben weinig vertrouwen in de monsternames die door visserijbiologen gedaan worden.

Veertig Nederlandse schol-, tong- en garnalenvissers zijn begonnen met het doorsturen van vangstgegevens naar het RIVO. Ze houden bij hoeveel vis ze vangen, op welke positie en diepte. Ook de weersomstandigheden worden doorgegeven. Onderzoekers van het RIVO maken op basis hiervan voor elk vissersschip maandelijks een overzicht. In samenwerking met de vissers proberen ze de opbrengsten te vertalen naar de grootte van de visbestanden in zee, en na te gaan welke factoren van grote invloed zijn op het vangstsucces.

"De vissers die meedoen zijn enthousiast over het project. Ze zeggen dat ze nu eindelijk kunnen laten zien hoeveel vis er werkelijk in zee zit", vertelt onderzoeker ir Floor Quirijns, die de gegevens verwerkt. Er zal nog heel wat tijd overeen gaan voordat vangstgegevens van vissers officieel meegewogen worden voor bestandsschattingen.

Tot nu toe worden schattingen gedaan van de visbestanden met behulp van marktgegevens en monsternames in zee. Visserijbiologen van het RIVO doen dit het hele jaar door met twee onderzoekschepen. Menig visser vermoedt echter dat visserijbiologen de hoeveelheid vis in de Noordzee onderschatten. Met name de schol-, tong en kabeljauwvissers zitten momenteel in een lastig parket aangezien de Europese Unie forse vangstbeperkingen gaat opleggen.

Vooralsnog verwacht het RIVO geen gesjoemel met de vangstgegevens. Quirijns: "Dit kan altijd gebeuren, maar het is in het voordeel van de vissers om de ware vangstgegevens door te geven. We onderzoeken namelijk ook wat het vangstsucces bepaalt. In welk deel van de Noordzee en op welke diepte je bijvoorbeeld het meeste vangt. Dat willen de vissers graag weten."

De vangstgegevens van de laatste weken geven al informatie over de locatie van grote concentraties vis. In het westelijk deel van de Noordzee zit momenteel de meeste schol. Daar kunnen echter nog niet meteen algemene conclusies aan worden verbonden, aangezien deze vis constant over grote afstanden migreert. Het RIVO-project, dat wordt geleid door visserijbioloog dr Adriaan Rijnsdorp, zal vier jaar duren. Het ministerie van LNV heeft hiervoor 2,75 miljoen euro ter beschikking gesteld. | H.B.

Re:ageer