Wetenschap - 13 november 2009

Arboretum is hotspot biodiversiteit

De KNNV afdeling Wageningen e.o. heeft de rijkdom aan insectensoorten in het Klein Arboretum in kaart gebracht. En die rijkdom is volgens de club groot. De onderzoekers pleiten daarom in een open brief voor het behoud van de volledige tuin.

Arboretum De Dreijen, nu nog hotspot van biodiversiteit
Het arboretum De Dreijen heeft naast grote betekenis als levende collectie en cultuurhistorisch erfgoed ook duidelijk een bijzondere waarde als hotspot van biodiversiteit. Wageningen UR verstaat onder kwaliteit van leven ondermeer "wonen, en werken en recreëren in een gebalanceerd ingerichte groene ruimte met een grote variëteit aan planten en dieren". Wat wil WUR eigenlijk zeggen met deze slagzin? Meer groen in en nabij de stad, met meer planten en dieren? Maar kennelijk niet in de eigen achtertuin...
Vanaf 2005 is de insectenwerkgroep van de KNNV afdeling Wageningen e.o. bezig met het inventariseren van de botanische tuin De Dreijen. Bij deze inventarisatie is een groot aantal vangtechnieken toegepast. Er zijn bodemvallen gebruikt voor grondbewonende insecten, raam- en malaisevallen voor vliegende insecten, er zijn diverse typen lokvallen gebruikt, er is 's nacht met licht verzameld, er zijn zuig- sleep- en klopmonsters genomen, etc. Deze uitgebreide bemonstering heeft een zeer grote hoeveelheid insecten en andere geleedpotigen opgeleverd. Een deel van de dieren is inmiddels door verschillende taxonomische specialisten op naam gebracht. Hierbij gaat het in het bijzonder om groepen als kevers, wantsen, vliegen en angeldragende wespen.
Na afronding van het onderzoek is het de bedoeling een publicatie te schrijven over de soortenrijkdom aan insecten en andere geleedpotigen in deze tuin. De recente ontwikkelingen met betrekking tot eigendom en beheer van het arboretum hebben onze inventarisatie echter een niet voorziene urgentie gegeven. Het is onmogelijk om op korte termijn de zeer omvangrijke hoeveelheid gegevens te verwerken. Daarom geven we hier een kort overzicht van een tussenstand. De eerste gegevens laten zien dat de tuin buitengewoon rijk is aan geleedpotigen, en ook dat er veel bijzondere soorten voorkomen.
Onderstaande tabel geeft voor enkele groepen een overzicht van het aantal families dat binnen die groep is verzameld, plus het aantal soorten en individuen. In de tuin is een zeer groot aantal soorten aangetroffen, van uiteenlopende orden en families. Nergens in ons land werden bijvoorbeeld zoveel wantsensoorten op zo'n klein oppervlak aangetroffen als in het arboretum. Als alle gegevens verwerkt zijn zal het totaal aantal soorten geleedpotigen de 1000 zeker ruim overschrijden. Er kan dus met recht gesteld worden dat de tuin een hotspot van biodiversiteit is. 




Taxon


Aantal families


Aantal soorten


Aantal exemplaren




Coleoptera


59


501


8748




Heteroptera


25


204


3007




Hymenoptera-Aculeata


6


109


321




Diptera


8


84


 




Lepidoptera


13


61


 




Odonata


5


13


 




Orthoptera


3


4


 




Neuroptera


3


5


 




Opiliones


 


4


 




 


 


 


 




Totaal


121


985


> 12076




Er is niet alleen sprake van een zeer hoge biodiversiteit, er zijn ook bijzondere soorten vastgesteld. We noemen enkele voorbeelden. In een malaiseval werd een exemplaar aangetroffen van de boktor Tetrops starkii. Deze soort was tot nog toe alleen bekend van één enkel exemplaar verzameld in Limburg in 1967. Het tweede voorbeeld betreft een loopkever, Perigona nigriceps, waarvan één exemplaar in een raamval werd gevangen. Dit is een zeer zeldzame soort die in het verleden wel in Zuid-Limburg werd verzameld, maar waarvan de enige recente (> 1966) waarnemingen afkomstig zijn uit Wageningen en omgeving. Een laatste voorbeeld is de graafwesp Pemphredon montana, die in een malaiseval werd aangetroffen. Deze soort, die een borea-alpiene verspreiding heeft, is uiterst zeldzaam in Nederland, want slechts twee maal eerder waargenomen.
De grote soortenrijkdom van de tuin is ondermeer het gevolg van het op kleine afstand van elkaar voorkomen van zeer uiteenlopende habitats, zoals verschillende vijvers, een droogtetuin, oude bomen, loof- en naaldhout, struiken, hagen en kruiden, muurtjes, rotstuin, bladhopen, droge zonnige naast vochtige en beschaduwde plekken etc. Ook de ouderdom van de tuin zelf zal een rol spelen. Zowel de grote diversiteit binnen uiteenlopende groepen, als het voorkomen van bijzondere soorten benadrukken het unieke karakter van deze tuin.
Om deze diversiteit in stand te houden of zelfs te verbeteren zal een insecten- of faunavriendelijk beheer van de tuin gecontinueerd dan wel geïntensiveerd moeten worden. Dit betekent in ieder geval dat de talrijke microhabitats gehandhaafd en goed beheerd moeten worden. Een groot deel van de aangetroffen kevers leeft als larvaal stadium in dode takken of takdelen van oude bomen. Het kappen van een groot aantal oude bomen ten behoeve van een verbeterd uitzicht vanuit "De Banaan", geeft aan dat het beheer bij de kunststichting Het Depot mogelijk niet in goede handen is.
Om een deel van de tuin is recent een hekwerk geplaatst. Voor dit deel, dat niet alleen de vijvers omvat maar ook de systeemtuin en kruidentuin, inclusief de locatie van de voormalige rozencollectie, een derde van de oorspronkelijke oppervlakte van het arboretum, bestaan bouwplannen. Ook dit gedeelte draagt bij aan de totale diversiteit aan microhabitats van de tuin en daarmee aan de soortendiversiteit. Zo is op de oever van de grote vijver de loopkever Bembidion octomaculatum aangetroffen, een soort die beschouwd wordt als zeer zeldzaam en in Nederland nagenoeg beperkt is tot Zuid-Limburg. In het rozenperk is Helophorus porculus verzameld, een zeldzame hydrophilide, waarvan na 1950 nog slechts weinig waarnemingen bekend zijn. Bebouwing van het vijvergedeelte (sensu latu) van de tuin zal dus ten koste gaan van de diversiteit aan insecten en andere ongewervelden.
We zijn het met de 50 Wageningse hoogleraren eens dat het arboretum De Dreijen als cultuurhistorisch erfgoed bescherming verdient. Onze inventarisatie heeft daarnaast overduidelijk laten zien dat de tuin in haar huidige vorm zeer belangrijke natuurwaarden heeft. De tuin dient daarom in haar huidige omvang in stand te worden gehouden en het beheer dient met deze waarden rekening te houden. Louis van Kessel stelt in De Veluwepost van 5 november 2009 voor om de beide arboreta die in het bezit zijn van de WUR, aan de Stichting Het Gelders Landschap te doneren. Een uitstekend voorstel: op deze manier kan Wageningen UR haar maatschappelijke verantwoordelijkheid gestalte geven...
Theodoor Heijerman, namens alle leden van de insectenwerkgroep van de KNNV, afdeling Wageningen e.o.
 
 

Re:ageer