Wetenschap - 14 september 2011

Arbeidstekort belemmert duurzame landbouw in Afrika

Westerse organisaties willen een duurzame landbouw in Afrika realiseren, door de opbrengst per hectare te verhogen. Maar daarbij houden ze te weinig rekening met de beschikbaarheid van arbeid, zegt promovendus Frederik Baudron in zijn proefschrift.

Een Sorghum boer in Zimbabwe
Het klinkt goed: Afrikaanse boeren moeten de productie per hectare verhogen, omdat ze dan efficiƫnter omgaan met grondstoffen en de omliggende natuur sparen. De FAO promoot deze vorm van landbouw onder de noemer 'conservation agriculture'. Maar de praktijk is weerbarstig, merkte Baudron in het Mbire district in Zimbabwe.
In dit gebied is de afgelopen jaren veel landbouwgrond ontgonnen voor de productie van sorghum en katoen. De Fransman vergeleek de ecologische voetafdruk van beide gewassen. De katoenteelt bleek veel belastender voor het milieu: een kilo katoen vereist 60 procent meer land, twee keer zoveel stikstof en 50 procent meer kalium dan een kilo graan. Toch nam vooral de katoenproductie toe in deze regio. Land blijkt geen limiterende factor in het Mbire district, arbeid wel. In de regio is onvoldoende arbeid aanwezig voor het handmatig wieden van de graanvelden. Door die beperking kiezen de boeren voor extensieve graanteelt en omarmen ze de FAO-projecten niet.
De voorstanders van 'conservation agriculture' moeten zich minder fixeren op technische problemen als de lage productiviteit van de Afrikaanse landbouw, maar beter kijken naar sociaaleconomische factoren, zoals de beschikbaarheid van arbeid, zegt Baudron. Als die lokale praktijk wordt genegeerd, mislukken veel ontwikkelingsprojecten.
De Fransman promoveerde op 8 september bij Ken Giller, hoogleraar Plantaardige productiesystemen.
 

Re:ageer