Wetenschap - 13 januari 2014

Arbeidsmigrant laat ontevreden boerin achter

tekst:
Albert Sikkema

Door de arbeidsmigratie naar de stad worden veel boerenbedrijven in China gerund door vrouwen. Krijgen deze boerinnen daarmee meer invloed en aanzien? Nee, constateert promovendus Xiangdan Meng, ze zijn ongelukkiger en eenzamer dan vrouwen op een intact familiebedrijf.

Veel kleine boeren uit de Chinese dorpen zijn vertrokken als arbeidsmigrant naar de stad om een graantje mee te pikken van de economische groei in China. In het boerendorp Yang, waar Meng haar onderzoek deed, heeft 81 procent van de huishoudens minstens één arbeidsmigrant. Vooral mannen trekken naar de stad. Daardoor worden de boerenbedrijfjes grotendeels gerund door boerinnen.  Meng interviewde 50 van deze ‘left-behind’ vrouwen en vergeleek hun maatschappelijke positie met 50 vrouwen uit het dorp wier echtgenoten hoofdzakelijk op het boerenbedrijf werkten.

De promovendus veronderstelde dat deze feminisering van de landbouw zou leiden tot meer zeggenschap van de vrouwen over het bedrijf en hun positie in het dorp zou versterken. Maar dat bleek niet het geval. De alleenstaande boerinnen pasten de lokale bedrijfsstijl niet aan, waardoor de bedrijfsvoering bij het oude bleef en ze per saldo veel harder moesten werken. Bovendien kregen de vrouwen niet meer zeggenschap over ‘grote zaken’, zoals investeringen. Daarbij was de stem van de echtgenoot op afstand nog steeds belangrijker. Het traditionele rolpatroon op het Chinese platteland, waarbij de vrouw zorgt voor ‘binnen’ en de man ‘buiten’ regelt, was nog steeds van kracht, constateert Xiangdan Meng.

Voor de positie en het zelfbeeld van de Chinese plattelandsvrouwen lijkt het beter dat zij ook een betaald baantje vinden, blijkt uit het onderzoek. Vrouwen met een baan naast het boerenbedrijf  hebben een sterkere wens voor een gelijke relatie met hun echtgenoten. Ook een opleiding en ervaring als arbeidsmigrant versterken hun zelfbeeld, positie en geluk. De ‘left-behind’ vrouwen daarentegen, die veel fysiek zwaar boerenwerk verrichten, hebben meer last van negatieve gevoelens, ontevredenheid en eenzaamheid.

Hun bijdrage aan de agrarische productie in China wordt niet op waarde geschat, ook niet door henzelf, constateert Meng.  Om de positie van de vrouwen in de landbouw te versterken, moeten er specifieke ontwikkelingstrajecten komen voor boerinnen. Ze denkt aan het ontwikkelen van vrouwvriendelijke landbouwmachines, die de vrouwen werk uit handen kunnen nemen. Ook pleit ze voor decentralisatie van de Chinese industrie, omdat dan zowel mannen als vrouwen gemakkelijker een baantje naast het boerenbedrijf kunnen vinden.

Xiangdan Meng promoveert op 14 januari bij Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale Sociologie .


Re:ageer