Wetenschap - 1 januari 1970

Aquifer

Aquifer

Aquifer


,,Het motiveert om samen met anderen te zwemmen. In je eentje zwem je ook
maar gewoon baantjes. Verder is het vroeg op de avond altijd zo druk’’,
vertelt Corine in ’t Anker over waarom ze traint bij
studentenzwemvereniging Aquifer. De vijfdejaars studente Zoötechniek is
deze dinsdagavond om tien uur met zo’n vijftien andere studenten in zwembad
De Bongerd voor de training. Voordat ze het bad in duikt zet Corine een
badmuts over haar toch niet al te lange haar. ,,Ik vind het vervelend om
met los haar te zwemmen.’’
Voor de club zijn vier banen afgezet in het zwembad. Bij gebrek aan een
trainer leiden de leden Maarten van Gessel en Kim de Lange de training. Er
wordt gewerkt in twee groepen. Degenen zonder zwemervaring krijgen training
van Kim en de zwemmers met wedstrijdervaring van Maarten.
De groep van Maarten mag beginnen met zeshonderd meter inzwemmen. Daarna
deelt hij plankjes uit die ze in hun handen moeten houden bij een aantal
banen alleen beenslag. ,,Bij het inzwemmen gebruiken velen meer armen dan
benen. Dus dan moet je daarna nog extra banen om ook je benen goed warm te
krijgen’’, legt Maarten, die al vanaf zijn zesde zwemt, uit. Hij draagt
vanavond een korte broek, een T-shirt van de Nationale Kampioenschappen in
1998 en slippers. ,,Ik ben ook lid van burgervereniging De Rijn en heb er
vanavond al een training opzitten.’’ Zijn studie- en clubgenoot Kim deed
jarenlang aan kunstzwemmen, tot ze in Wageningen kwam studeren. Kim,
student moleculaire wetenschappen: ,,Ik ben in een band gaan spelen en lid
geworden van een gewone zwemvereniging want er was geen
kunstzwemvereniging. Ik train nu zes keer per week. Dat is meestal ‘s
ochtends vroeg, voor half acht dus.’’ De trainingen beginnen al aardig
vruchten af te werpen. ,,Jaren kun je niet inhalen, tijden wel’’, grapt
Kim.
Yvonne van der Slot zwemt bij haar in de groep. ,,Vroeger vond ik zwemmen
nooit leuk. Maar omdat ik door een blessure niet meer kan hardlopen ga ik
nu regelmatig ’s ochtends zwemmen.’’ Yvonne volgt vanavond voor de tweede
keer op de training van studentenzwemvereniging Aquifer. Ze luistert goed
naar Kim als die staand op de kant voordoet hoe je je arm beweegt bij de
rugslag. ,,Je ziet mensen vooruit gaan. Als ze netter zwemmer gaan ze ook
harder’’, merkt Kim later op.
De zes zwemmers onder leiding van Maarten mogen zich storten op vier keer
honderd meter wisselslag. In dit vijfentwintigmeterbad zwem je dan
achtereenvolgens een baan vlinderslag, rugslag, schoolslag en vrije slag
(borstcrawl). Sjoerd Dijkhuizen staat al voor hij begint te puffen. ,,Dit
is wel wat anders dan roeien’’, zegt voormalige Argonaut, die aardig rood
is aangelopen. Voordat hij ging studeren deed hij aan wedstrijdzwemmen.
,,Maar ik wilde eens wat anders doen’’, verklaart hij zijn keuze voor het
roeien.
Reinier Ellenkamp, die in de baan naast hem zwemt, voelde bij de derde
honderd meter de verzuring ook wel toeslaan. ,,Mijn favoriete slag is de
rugslag. Ik vond er lang niet zoveel aan, totdat ik merkte dat ik hard
genoeg zwom om naar de Nederlandse Kampioenschappen te kunnen.’’ Reinier
begon pas op zijn veertiende met zwemmen. Wat er zo leuk aan zwemmen is?
,,Dat vraag ik me ook wel eens af. Het alleen met jezelf zijn denk ik.’’
Hij traint nu zo’n drie keer per week. ,,Ik zwem betere tijden dan vorig
jaar en heb weer meer zin om te trainen. Ik wil dit jaar de NK-limiet ook
weer proberen te halen.’’
Dan mag de hele groep sprintjes gaan trekken. Ze starten vanaf de
startblokken die aan de kant waar het bad het diepst is staan opgesteld.
Bij gebrek aan fluitje roept Maarten maar gewoon iets van ‘ja’ na het ‘op
uw plaatsen’. Kim houdt de aankomsttijden bij. ,,En zo moet het dus niet’’,
zegt ze als er iemand met veel gespetter het water induikt. Als iedereen
twee keer geweest is wil Maarten ook nog even laten zien wat hij kan. Op
zijn vijftig meter sprint flippert hij twee keer een halve baan onder
water. ,,Zijn benen zijn zijn specialiteit’’, duidt Kim.
Nienke Stein, die ook heeft meegetraind, vertelt na het douchen in de
kleedkamer dat ze het niet vervelend vindt dat er binnen de groep zulke
niveauverschillen zijn. ,,Als je weet dat iemand vaker of langer traint is
dat niet frustrerend.’’ Aan het eind van de training rest is de wekelijkse
slotvraag: wie gaat er mee naar de Bunker? |
Yvonne de Hilster, Foto Guy Ackermans

Re:ageer