Wetenschap - 28 augustus 2017

Aquaponics vaak verliesgevend

tekst:
Albert Sikkema

Het klinkt slim en duurzaam: je combineert vis- en plantenteelt door het voedingsrijke viswater te gebruiken voor de teelt van groenten. Toch blijkt deze aquaponics in de praktijk weerbarstig. Het loont alleen op plekken waar zowel de vis als de groenten duur zijn, blijkt mede uit Wagenings onderzoek.

© Aquaponics Philippines

Er zijn zo’n duizend commerciële bedrijven in de wereld die aan aquaponics doen; het combineren van visteelt en tuinbouw. Van die bedrijven maakt de helft verlies, zegt Roel Bosma van de leerstoelgroep Aquacultuur en visserij. Hij begeleidde een groep Wageningse studenten die voor het vak Academic Consultancy Training (ACT) de vraag van een Nederlandse investeerder kregen voorgelegd hoe hij zijn investering in vis- en groenteteelt op de Filippijnen kon laten renderen.

Nichemarkt
De studenten deden literatuuronderzoek en berekenden de potentiele productie en kosten van het bedrijfssysteem dat zoetwatervis, sla en tomaat produceerde. Daarbij nam de Filipijnse studente in het zeskoppige ACT-groepje het marktonderzoek voor haar rekening. Hun conclusie: de combiteelt heeft alleen kans van slagen als de ondernemer een goede nichemarkt voor dure vis vindt en die combineert met sla- en tomatenteelt, want die groenten zijn al relatief duur op de Filippijnen.

Hype
Aquaponics is momenteel een enorme hype, stelt Bosma, die het vergelijkt met de hype rond het energiegewas jatropha enkele jaren geleden. In het kader van de circulaire economie en hergebruik van grondstoffen klinkt het geweldig om groenten te telen op water uit een visvijver vol met nutriënten. Maar als je niet goed naar de marktperspectieven kijkt, kan het financieel flink tegenvallen, tempert Bosma de verwachtingen. Samen met enkele studenten werkte hij het ACT-rapport uit tot een wetenschappelijk artikel in Aquacultural Engineering.

Verlies
‘Uit een recent Amerikaans onderzoek onder tweehonderd bedrijven wereldwijd blijkt dat meer dan de helft van deze aquaponics-bedrijven verlies maakt. Met tilapia of meerval telen red je het niet, want die zijn veel te goedkoop. Je moet echt een nichemarkt voor dure vis vinden en dat visteeltdeel moet financieel sluitend zijn’, doceert Bosma. In België en Nederland kun je dan denken aan snoekbaars, kwabaal of jadebaars. ‘Bovendien moeten ook de groenten een goede prijs hebben. De bedrijven op Hawaii, waar de hype begon, doen het meestal goed, want op eilanden zijn de groenteprijzen vaak hoog.’

Nederland
In Nederland maakt aquaponics weinig kans, zegt Bosma. ‘In Nederland zijn drie onderzoekprojecten geweest, maar die concludeerden dat het telen van de vis relatief teveel koste. Bovendien vindt je in Nederland moeilijk een nichemarkt voor groenten, want binnen de kortste keren bedienen de Nederlandse tuinders die nichemarkt voor een veel lagere prijs.’ Daar komt bij dat de milieuvoordelen hier gering zijn, want de aquacultuur en groententeelt doen al aan recirculatie van voedingsstoffen, zegt Bosma.

Maar ook in een land als Ethiopië zal de combiteelt het niet makkelijk krijgen. ‘De eerste keuze is vaak tilapia, omdat daarvan pootvis beschikbaar is, maar die teelt heeft concurrentie van de diepvries-tilapia die Chinezen in bijna heel Afrika verkopen.’

Klein
De ACT groep adviseerde de investeerder op de Filippijnen om klein te beginnen en te beginnen met het telen van meerval. ‘De kleine units zijn minder kwetsbaar voor de stormen en zijn makkelijk op te schalen’, zegt Bosma. ‘De meerval is minder gevoelig voor zuurstofgebrek en zo kan de aquaponics-kweker ervaring opdoen. Na enkele jaren kan hij overstappen op vis met een goede nichemarkt, zoals de jade baars of de lokale lobed river mullet. Ook moet de kweker leren hoe hij de combiteelt moet finetunen, want de nutriënten uit de visteelt sluiten vaak niet helemaal aan bij de behoefte van de groenten.