Wetenschap - 23 januari 2018

Apps zijn geen quick fix voor voedingsonderzoek

tekst:
Tessa Louwerens

Het gebruik van apps en andere smart-technologie is in opkomst, ook bij het voedingsonderzoek. Je kunt er snel en beter consumentengegevens mee verzamelen, maar ze hebben ook beperkingen, stelt een internationaal onderzoeksteam van onder andere WUR.

© Shutterstock

Om mensen te stimuleren om gezonder te eten is inzicht nodig in consumptiepatronen, zodat duidelijk wordt wat ze motiveert. Daarvoor moeten voedingsonderzoekers veel gegevens verzamelen. Dit gebeurt nu vooral via zelfrapportage. ‘Het nadeel daarvan is dat dit een beroep doet op mensen hun geheugen, omdat ze achteraf moeten vertellen wat ze hebben gegeten’, vertelt Anouk Geelen van Humane Voeding. Dit verhoogt de kans op fouten en het is ook veel werk voor de deelnemers en de onderzoekers.

Daarom kijken onderzoekers naar slimme manieren om deze gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld via smartphones. Het voordeel is dat je de gegevens gelijk kunt verzamelen en gebruik kunt maken van ingebouwde sensoren op de telefoon, zoals de GPS-locatie. Mensen kunnen ook een foto maken van hun eten, met de microfoon snel wat informatie toevoegen of de barcode van een product scannen. Daarnaast is het makkelijker voor de onderzoekers om de gegevens te analyseren als die gelijk worden geüpload.

Het grote probleem blijft dat dit soort studies vrij intensief zijn en dat het lastig is voor mensen om het invullen vol te houden.
Anouk Geelen, Humane Voeding

Geelen onderzocht met collega’s uit Duitsland en Noorwegen of je met deze technologie gegevens van grotere populaties kunt verzamelen, bundelen en analyseren. Ze ontwikkelden een app waarmee ze bijhielden hoeveel suikerhoudende dranken mensen binnenkregen. De 83 deelnemers uit drie verschillende landen moesten één week bijhouden wat ze gedronken hadden en zes keer per dag vragen beantwoorden over hun gemoedstoestand. Daarnaast hield een stappenteller bij hoeveel ze bewogen.

Lastig
De onderzoekers liepen daarbij tegen een aantal moeilijkheden aan. Geelen: ‘Het grote probleem blijft dat dit soort studies vrij intensief zijn en dat het lastig is voor mensen om het invullen vol te houden.’ Gemiddeld hield 65 procent van de deelnemers het invullen tot eind van de week vol. Daarnaast waren er technische problemen. Zo kost het veel tijd om een app te ontwikkelen, te testen en bij te houden. Geelen: ‘We hebben de app getest in drie landen, die hebben verschillende wet- en regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld privacy.’

Specifieke data-base
Daarnaast moet voor grootschalig onderzoek naar dieetpatronen voor ieder land een specifieke database worden aangelegd. ‘Bij voedingsonderzoek wordt namelijk een vragenlijst opgesteld aan de hand van consumptiepatronen die voor dat land gebruikelijk zijn’, vertelt Geelen. De lijst van producten waar mensen uit kiezen verschilt per land, afhankelijk van wat daar op de markt is. Daarnaast denkt Geelen dat een app niet voor iedere populatie de meeste geschikte manier om informatie te verzamelen. ‘Sommige ouderen hebben bijvoorbeeld helemaal geen smartphone.’

Toch vindt Geelen de resultaten veelbelovend. ‘Zelfrapportage blijft de standaardmethode voor voedingsonderzoek en smartmetingen kunnen deze methode aanvullen en verbeteren. Maar zelfs met de hulp van deze apparaten blijft het lastig om de voedingspatronen van grote groepen in kaart te brengen.’


Re:ageer