Wetenschap - 1 januari 1970

Anonieme beschuldiging van dierenkwelling

Anonieme beschuldiging van dierenkwelling

Anonieme beschuldiging van dierenkwelling

Op de redactie van Wb is een anonieme klacht binnengekomen over het jaarlijks terugkerende dagje zeevissen voor de leden van universitaire personeelsvereniging O&O. Dat uitstapje is een traditie die al zo'n twintig jaar bestaat. O&O wil niet reageren. Penningmeester ir Henk Vegter: Niet zolang wij zelf niks gehoord hebben. Daarnaast vind ik het een beetje kinderachtig om zulke dingen anoniem te doen.

Aan de anonieme brief waren kopieën toegevoegd van artikelen waarin sportvissers worden uitgemaakt voor gevoelloze dierenbeulen. Het materiaal is afkomstig van Bont voor Dieren, de Dierenbescherming en het Centraal Bureau Voor Al Wat Leeft. Die organisaties zijn zich echter van geen klachten bewust. Lieke Keller van Bont voor Dieren: Wij houden ons ten eerste alleen met pelsdieren bezig. En ten tweede sturen wij nooit anonieme berichten. Wij doen alles op officieel briefpapier, ondertekend en wel. Volgens Keller wordt de naam Bont voor Dieren wel vaker onheus gebruikt. Laatst stond er bijvoorbeeld een brief in het NRC van iemand die zich opwond over legbatterijen. Die brief was mede ondertekend met onze naam. Daar waren we niet blij mee. W.K

Verf en autodashboards uit planten

Wageningen UR moet agrificatie op de kaart zetten


Agrificatie is een beladen onderwerp in de landbouw, want het is onlosmakelijk verbonden met het vierde gewas, de fata morgana van de Nederlandse akkerbouwers. Zij hadden tien jaar geleden een nieuw gewas nodig om hun inkomen op peil te houden en hun bouwplan te verruimen. Ze zagen tienduizenden hectares met wuivend vlas en meekrap op de Nederlandse akkers. Het landbouwministerie zette miljoenensubsidies in bij de DLO-instituten met een simpele vraag: vind het vierde gewas

De zoektocht is op een teleurstelling uitgelopen - er 354s geen vierde gewas. En dat gegeven speelt de agrificatie-onderzoekers bij met name het ATO-DLO en het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO) nu parten, vindt prof. dr Hans Derksen, divisiehoofd van de afdeling Hernieuwbare Grondstoffen van het ATO. Met het vierde gewas zet je mensen op het verkeerde been. Het werd gezien als landbouwprobleem, maar daar verkoop je geen producten mee. En de landbouw wilde de producten met subsidies in de markt zetten, maar de toepassingen moeten op eigen benen kunnen staan.

Derksen, sinds 1 juni bijzonder hoogleraar Kennis en Ondernemerschap aan de universiteit in Nijmegen, denkt met name aan toepassingen die hoge afvalkosten kunnen verminderen. Zo werkt het ATO aan de ontwikkeling van een luier waarbij natuurlijke vezels het plastic vervangen, en ziet hij kansen om het huidige melkpak - met die onzalige combinatie van papier en plastic - biologisch afbreekbaar te maken door het plastic te vervangen. Met dergelijke toepassingen zet de ATO-onderzoeker in op efficiëntie- en kostenwinst aan het eind van de productieketen, tijdens de afvalverwerking

Biomassa-economie

In zijn position paper, dat hij begin juli aanbood aan de raad van bestuur van Wageningen UR, besteedt Derksen vooral aandacht aan de langere termijn, als de olievoorraden opraken. Derksen wijst erop dat onze gehele industrie en infrastructuur is gebaseerd op olie en dat we nu de kennis moeten opbouwen die over tien tot dertig jaar nodig is om de olie-economie om te turnen tot een biomassa-economie. Het was hem opgevallen dat de missie van Wageningen UR zich beperkt tot de voedingswaarde van landbouwproducten en niets zegt over landbouwgrondstoffen voor non food-gebruik. De strekking van zijn discussiestuk is: Wageningen moet zich nadrukkelijk ook profileren met de niet-voedseltoepassingen, anders raken we rijpe kennis en potentiële toepassingen op dit terrein kwijt

We moeten als DLO-instituut onze expertise duidelijk neerzetten met de universiteit, anders missen we de boot, stelt Derksen. We moeten investeren in de vragen die gaan komen en werken aan onze naamsbekendheid. Voor die kennisopbouw zijn best fondsen beschikbaar. We kunnen EU-opdrachten met de industrie in de wacht slepen, het ministerie van Economische Zaken en de stichting STW stellen middelen beschikbaar voor meer fundamenteel onderzoek en de industrie is bereid hierin te investeren, getuige het grote aantal contracten van ATO-DLO op dit gebied.

Er is tot op de dag van vandaag in de wereld tachtig miljard gulden besteed aan petrochemisch onderzoek. Er is nieuw onderzoek en een vertaalslag van dat onderzoek nodig om de fundamentele kennis over hernieuwbare grondstoffen op hetzelfde niveau te krijgen.

Een voorbeeld is de zoektocht naar een goede milieuvriendelijke verf. De gangbare verf bevat oplosmiddelen, maar de alternatieve verf op waterbasis droogt te snel en is niet zo hard. Het ATO hoopt nu een acrylaatverf te hebben die milieuvriendelijk is en goed droogt vanwege de eigenschappen van bepaalde eiwitadditieven

Oliegewas

Bij de universiteit denkt Derksen aan samenwerking met onder meer de bioprocestechnologen en de industriële microbiologen. We zitten als nonfood-onderzoekers een beetje verstopt bij de kenniseenheid Agrotechnologie en Voeding, omdat tachtig procent van het onderzoek gaat over voedsel. We hebben nu het idee om binnen de kenniseenheid een nonfood-cluster op te richten, ook met andere biologen en chemici erbij. We moeten dat duidelijk neerzetten, want de Franse en de Duitse overheid investeren meer in dit onderzoek dan Nederland.

Een belangrijke doelstelling voor de nabije toekomst, meent Derksen, is de opbrengst per hectare zo groot mogelijk maken. Daarbij denkt hij niet zozeer aan het optimaliseren van oon eigenschap, maar vooral aan het gebruik van een plant als totaalconcept, dus inclusief de nevenproducten. Een roemrucht voorbeeld van zo'n gewas is soja: ooit geïntroduceerd als oliegewas, maar met een oliepercentage onder de twintig procent geen zware concurrent van andere plantaardige oliegewassen. Maar omdat het sojaeiwit economisch ook interessant is, was het totaalplaatje van dit gewas als grondstoffenleverancier t362ch positief



Helios

We slenteren wat door de binnenstad van Utrecht. Het is al laat en de schemering maakt plaats voor de nacht, broeierig en warm. We hebben zojuist wat gegeten en een fles wijn gekocht, om die op een rustig plekje te genieten. In de verte rommelt dreigend een onweersbui

Langzaam lopen we om de Dom heen, die imposant boven het gemurmel van de stad uitsteekt. In het schemerdonker wordt het een massief, bijna DDR-like bouwwerk. Eeuwig, onverwoestbaar, evil. Onwillekeurige associaties komen bovendrijven: Tolkiens toren van Mordor, kasteel van Dracula... Kruispuntje achter de Domkerk, vijf smalle straatjes komen samen, kinderhoofdjes, stoffige straatjes na een hete dag... Er klinkt geratel, gevloek. Roekeloos hard komt een paard met wagen de hoek om, kantelt bijna als ie de bocht om gaat en verdwijnt even snel weer in een ander straatje, een waas van stof achterlatend. Snel lopen we verder, langs de vervallen muur van de kerk, het gesloten poortje naar de binnentuin... Het gebouw ernaast doet met zijn bombastische bouwstijl en zijn hoge, smalle raampjes minstens zo bastilleus aan als de Dom zelf. Het onweer komt dichterbij nu, het weerlicht vaker. Het is een sinister gezicht: het zware silhouet van de Dom tegen de donkerblauwe schemerhemel, dat een ogenblik lang verandert in een rossig gloeiende reuzentoren tegen een pikzwarte achtergrond, te kort om je het beeld goed te herinneren, lang genoeg om het niet te vergeten

Ik schrik als ik een hand om mijn bovenarm voel, realiseer me net op tijd dat het Karin is die me achteruit trekt, in de schaduw van het poortje. Een kille windvlaag doet ritselend wat uitgedroogd papier over de bolle stenen buitelen. Uit het straatje tegenover klinken voetstappen, zacht en omzichtig. Zwarte lange jas, grijze haren onder zijn zwarte baret. Snel en zeker steekt hij het kruispunt over, loopt op de deur af en laat de bronzen klopper met een dof geluid op de deur neerkomen. Meteen gaat het luikje open, gefluister, het stille klikken van een slot. De man verdwijnt door een kier, scherp afgetekend tegen een flakkerend oranje schijnsel in het portaal. Dan valt de deur weer in het slot. Angstig hurken we in de schaduw van onze muur. Het onweer is nu vlak boven ons. We willen weg, maar durven niet. Vele gedaanten volgen; Karin fluistert namen, ze meent sommigen te herkennen aan hun houding, hun tred: De rector, decanen, professoren..

Tussen twee donderslagen in klinkt de klok van de Dom. We voelen dat het voorbij is, ontdooien. We lopen snel, dicht langs de gevels. Ik zie de inscriptie naast de deur: HELIOS - Academische Vereeniging, een figuur van een vlammende zon. Om de kerk heen komen we bij de gracht. De terrasjes zijn verlaten. We komen aan bij haar kamer, zeggen niets. Slapen

We worden laat weer wakker. Het heeft geregend; dampig liggen de straten in de warme ochtendzon. We kijken elkaar aan, wetend wat de ander denkt: Niet praten nu, het was een droom. Later in de trein realiseer ik me dat ik eigenlijk wil dat de wetenschap zo is. Romantisch, ontoegankelijk, geheimzinnig. Niet voor het volk, slechts voor ingewijden worden de geheimen der natuur ontsluierd. Ook in mijn hoofd schuilt stiekem een ivoren torentje..

En in een nis achter de domkerk staat een verlaten fles wijn op te warmen in de middaghitte

Re:ageer