Wetenschap - 1 januari 1970

Angelsaksisch onderwijsmodel krijgt voet aan de grond in Nederland

Angelsaksisch onderwijsmodel krijgt voet aan de grond in Nederland

Angelsaksisch onderwijsmodel krijgt voet aan de grond in Nederland

Vier jaar geleden pleitte prof. dr Hans Adriaansens namens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voor de invoering van het Angelsaksische model. Er moesten brede basisopleidingen komen die studenten in drie jaar aan de titel bachelor helpen. Wie doorstudeerde, kon daarna in twee jaar master worden

Maar het WRR-rapport verscheen onder een ongunstig gesternte. Weliswaar had het kabinet een half jaar eerder in zijn regeerakkoord bepaald dat zo'n Angelsaksisch model er moest komen. Maar tegelijk moest het hoger onderwijs bezuinigen. De universiteiten waren bang dat ze voortaan slechts voor driejarige studies betaald zouden krijgen. Daarom hadden ze geen zin in een discussie over het WRR-model. Begrijpelijk, zegt Adriaansens, maar ook een beetje kortzichtig

Van de paarse plannen kwam niets terecht en het WRR-rapport verdween in een bureaula. In arren moede zette Adriaansens zelf maar een opleiding volgens het Angelsaksische model op: het Utrechtse University College. Dat biedt studenten de brede driejarige opleiding die hijzelf bepleit had

Maar Adriaansens is niet langer de fool on the hill die zijn dromen blijft najagen. Twee van de zes universiteiten die komend studiejaar een vijfjarige betastudie starten, kiezen voor de drie-plus-twee-opzet. Deze twee, de beide Amsterdamse universiteiten, vinden die opzet goed passen bij de verbrede betastudies. Het bachelors-diploma is daarin de afbakening tussen basis en specialisatie

De Landbouwuniversiteit gaat nog verder. Die wil in september 2000 zelfs al haar studies de bachelor-master-opzet geven. Veel afgestudeerden van deze universiteit komen in het buitenland terecht. Die hebben veel uit te leggen om hun diploma erkend te krijgen, zegt een woordvoerder

Adriaansens is niet verbaasd over de doorbraak van zijn model. Een academische opleiding moet een basis bieden, zegt hij, en studenten de intellectuele flexibiliteit bijbrengen om later alle kanten op te kunnen

Dat is ook minister Hermans opgevallen. Vorig jaar ondertekenden de onderwijsministers van Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italiƫ de zogeheten Sorbonne-verklaring. De vier onderkennen dat de bachelor-master-structuur kansen voor wederzijdse erkenning van studies biedt, zodat het voor studenten eenvoudiger wordt om in het buitenland aan de slag te gaan

Hermans wil de komende maanden met universiteiten en hogescholen praten over de structuur. In september, als hij in het Hoger Onderwijs- en Onderzoekplan (HOOP) zijn toekomstplannen voor het hoger onderwijs op papier moet zetten, wil de minister conclusies trekken

Dat laatste zal hem niet lukken, want de universiteiten zijn op de rem gaan staan. Eind januari stak een aantal bestuurders de koppen bij elkaar op een strategiedag en uit een verslag daarvan blijkt dat zij onderling sterk van mening verschillen. De Twentse collegevoorzitter Arie van der Hek betoogde onomwonden dat Nederland moet aansluiten, omdat de bachelor-master- structuur steeds meer internationaal geaccepteerd raakt

Lijnrecht tegenover hem stond zijn Groningse collega Eric Bleumink. Die is nog steeds bang dat een drie-plus-twee-structuur bezuinigingen uitlokt. Voor zijn terughoudendheid heeft Bleumink ook inhoudelijke redenen, zo blijkt bij navraag. Wie over de bachelor-master-opzet begint, stelt ook de verhouding tussen wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs ter discussie, zegt hij. Nu leidt het wo op tot master, en het hbo tot bachelor, zegt hij. We doen er goed aan dat te koesteren.

Analyse

Re:ageer