Organisatie - 1 januari 1970

‘Anarchisme is geen rellerige beweging’

Het Anarchismefestival dat het Politiek Infocentrum Wageningen deze week organiseert, leidt op menig internetforum tot hilariteit. ‘Wageningen, City of Pseudo Sciences bevolkt door afvalvoedsel etende relschoppers’, schrijft iemand op geenstijl.nl. Het is een achterhaald stigma volgens anarchistisch organisator Herman van Wietmarschen.

‘Met dit festival willen we juist laten zien dat het anarchisme iets anders is dan een rellerige tegenbeweging.’ Geïnteresseerden konden een week lang op ‘positieve manier’ kennis maken met de levensvisie. Ze konden kraakpanden bezoeken, films bekijken en lezingen bijwonen over onderwerpen variërend van Zuid-Amerika tot psychologie. Alles in het licht van anarchisme. ‘Anarchisme is breder dan mensen denken’, vertelt Van Wietmarschen. In het hok van het infocentrum vertelt de aankomende promovendus hoe hij anarchisme ziet in deze tijden van hippe studenten en liberale idealen.
‘Het is goed om ideeën te hebben over hoe je wilt leven en waar je je naar wilt gedragen. Niet heersen over anderen, streven naar gelijkwaardigheid en af en toe een statement maken. Maar anarchisme is ook: nadenken over alternatieven voor de gangbare organisatievormen en het huidige economisch denken.’
Samen met Studium Generale organiseerde Van Wietmarschen de lezing van afgelopen dinsdagavond over anarchisme en gezondheidszorg. Evenals Balkenende denken ook de anarchisten na over verantwoordelijkheid in de maatschappij, alleen net even anders. ‘Neem bijvoorbeeld de no-claimkorting in de ziektekostenpremie. Deze eigen verantwoordelijkheid voor ziekte laat in onze ogen juist de maatschappelijke onverantwoordelijkheid zien voor de mensen die het niet kunnen betalen.’
Ondanks de spottende grappen op internet denkt Van Wietmarschen dat anarchisme al een plek heeft in de maatschappij. Zelf wil hij in Wageningen promotieonderzoek doen naar de invloed van kennis over de eigen genetische eigenschappen op de identiteit van bijvoorbeeld gehandicapte mensen, ‘Je ziet dat er spontaan zelforganisaties ontstaan die zich verzetten tegen de gangbare maatschappelijke ideeën over wat afwijkend is. Dit verzet door zelforganisatie is ook anarchisme.’
Dat er geen studenten betrokken zijn bij de organisatie van het festival zegt weinig over de relevantie van anarchisme voor jongeren, denkt Van Wietmarschen. ‘Ja, wat mij betreft wordt iedereen natuurlijk anarchist. Maar veel studenten doen al iets aan zelforganisatie en dan is het eigenlijk een kwestie van hoe je jezelf noemt. Er zijn veel studenten die zich samen met allerlei uiteenlopende organisaties inzetten voor uitgeprocedeerde vluchtelingen, of gewoon maatschappelijk geëngageerd zijn en naar onze lezingen komen.’
Van Wietmarschen denkt niet dat het label ‘anarchist’ hem in de weg zal zitten tijdens zijn promotieonderzoek. ‘Onder een autoritaire promotor zou ik niet kunnen werken, maar ik werk goed samen met mijn begeleider. Bovendien kies je die toch vaak zelf. Ook een soort zelforganisatie.’ / MV

Re:ageer