Organisatie - 2 juli 2015

Analyse: verschil in definitie van begrip excellent

tekst:
Albert Sikkema

De vijf visitatiecommissies die de Wageningse onderzoekscholen hebben beoordeeld in de afgelopen weken, hanteren verschillende maatstaven bij het uitdelen van cijfers aan de leerstoelgroepen. Dan kan leiden tot scheve gezichten op de universiteit.

Vijf jaar geleden mochten de commissies cijfers geven op een schaal van 1 t/m 5. De groepen die een 5 kregen voor zowel wetenschappelijke kwaliteit, relevantie als levensvatbaarheid, waren excellent. Zeven leerstoelgroepen haalden vijf jaar geleden die maximale score. Dit jaar zijn er vier schalen – de categorie ‘suffi cient’ (een zesje) is geschrapt. Bovendien geldt, om de verwarring nog iets groter te maken, een 1 als de beste score. Dus de onderzoeksgroepen die straks drie eentjes halen, zijn excellent.

Wat is excellent? Dat zijn onderzoeksgroepen die tot de mondiale top behoren. Maar wat is top? Volgens de ‘rekkelijken’ zijn dat groepen die duidelijk meer publiceren in peer reviewed tijdschriften met een hoge impactfactor dan de andere onderzoeksgroepen in hun veld, en die bovendien meer dan gemiddeld worden geciteerd. Maar volgens de ‘preciezen’ geldt het predicaat ‘excellent’ alleen voor de 3 procent beste onderzoeksgroepen in de wereld, zoals je alleen ‘cum laude’ uitdeelt aan de 3 procent beste proefschriften. Zij willen de inflatie in de beoordelingscijfers - heel goed is inmiddels excellent – corrigeren.

De onderzoekscholen Experimental Plant Sciences (EPS) en Wageningen Institute of Animal Sciences (WIAS) kregen zo’n precieze en zuinige commissie op bezoek. Afgaande op hun mondelinge presentatie, gaan deze commissies weinig eentjes voor excellentie uitdelen. De Wageningen School of Social Sciences (WASS) en Production Ecology and Resource Conservation (PERC) kregen echter een ruimhartige commissie langs die aankondigde veel enen en verder louter tweeën (very good) te gaan uitdelen. VLAG (Voeding, Levens- en Agrotechnologie en Gezondheid) zit daar, getuige de presentatie van de commissie, tussenin.

In augustus, als de commissies hun rapporten presenteren en de cijfers beschikbaar komen, zal blijken hoe hoog ze de lat leggen. Barbara Cannon, de Zweedse voorzitter van de visitatiecommissie bij WIAS, worstelde openlijk met de consequenties van een strenge beoordeling, omdat de dierwetenschappers dan in de beeldvorming van beleidsmakers en de rankings van journalisten bestempeld kunnen worden tot mindere goden. Collegiaal advies aan de Wageningse leerstoelgroepen kan zo verkeerd uitpakken. Dit is stof tot nadenken voor de Wageningen Graduate School.


Re:ageer