Organisatie - 24 mei 2007

Ambtenaar van de burgerlijke visstand

Als net afgestudeerd visserijbioloog trad dr. Niels Daan veertig jaar geleden aan bij het Rivo, het huidige Wageningen Imares. Nu, bij zijn afscheid, moet de onderzoeker concluderen dat de visstanden alleen maar verder zijn gedaald. Toch is Daan geen activist. ‘De zee is er altijd nog beter aan toe dan het land.’

48_achtergrond0.jpg
48_achtergrond0.jpg

Foto: Bart de Gouw

Voor zijn afscheid organiseerde Wageningen Imares een groot symposium met een aantal vooraanstaande visserijbiologen en mariene experts, maar zelf is Niels Daan de eerste die zijn veertigjarige carrière relativeert. 'Bij het afscheidsfeest in IJmuiden heb ik bij wijze van grap de kabeljauwvangst gerelateerd aan mijn dienstjaren. Je ziet de vangst dalen van 300 duizend ton tot zo'n 45 duizend ton. Dan zou je kunnen concluderen dat je in veertig jaar gefaald hebt om de mensen ervan te overtuigen dat het anders moet.'
Gedurende zijn lange loopbaan is het probleem dat Daan bestudeert niet veranderd. 'De focus ligt nog onveranderlijk op de overbevissing.' Het gaat slecht met de visserij en met de visstand in de Noordzee. De kabeljauw is er zelfs zo beroerd aan toe dat de visserij vanuit Europa volgens Daan verboden zou moeten worden. En de vissers op tong en schol verdienen al nauwelijks meer iets door de torenhoge energieprijzen. 'Met elke liter diesel vangen ze zo'n zeshonderd gram vis.'
Toch moet je je als onderzoeker niet activistisch opstellen, vindt Daan. 'Het irriteert me als onderzoekers iets gaan propageren. Een onderzoeker moet beschouwend en observerend werken, niet uitgaan van een eigen hypothese maar die juist onafhankelijk blijven toetsen.'

Klimaathype
Onderzoekers moeten ook oppassen dat ze de logica van mensen niet simpelweg op een vis projecteren, meent Daan. Neem de klimaatverandering. 'Wij weten dat het warmer wordt, maar hoe weet een kabeljauw op de bodem van de Noordzee waar hij heen moet zwemmen? Het bewijs voor de boude bewering dat de kabeljauw naar de pool vlucht is flinterdun. In de winter is de noordelijke Noordzee juist warmer dan de zuidelijke Noordzee.'
Het is een trend, ook onder visserijbiologen, om alles aan het klimaat te relateren, constateert Daan. 'Bladen als Nature en Science willen graag scoren met verhalen die de effecten van de klimaatverandering aantonen. Zo’n artikel heeft dan ook een grotere kans om gepubliceerd te worden dan een artikel dat bewijst dat er geen effect is.'
De recente golf van aandacht voor de vele bruinvissen langs de Nederlandse kust is wat Daan betreft onderdeel van de hype. 'In de jaren vijftig was het heel gewoon om bruinvissen op de Nederlandse stranden te vinden. Het is juist merkwaardig dat ze daarna vertrokken zijn.'
Daan kwam in 1965 voor het eerst bij het Rijks Instituut voor Visserij Onderzoek (Rivo) toen hij daar als Amsterdamse biologiestudent stage ging lopen. Het klikte zodanig met zijn begeleider dat het instituut twee jaar lang een positie voor hem vrijhield, tot hij was afgestudeerd. Sindsdien heeft de onderzoeker nooit meer hoeven solliciteren, want op 1 april 2007 nam hij afscheid van het instituut dat inmiddels Wageningen Imares heet.
Jarenlang werkte Daan mee aan de jaarlijkse adviezen van het International Council for the Exploration of the Sea (ICES). Die waren bepalend voor de quota die Europese vissers kregen toegewezen, sinds de Europese Unie vanaf 1983 een gemeenschappelijk visserijbeleid voert. Volgens Daan kampt het quotumsysteem echter vanaf het begin al met het probleem dat er allerlei vis gelijktijdig wordt gevangen. In de eerste jaren zorgde dat voor illegale verkoop van bijvangst, maar nu wordt die veelal overboord gekieperd, voor het overgrote deel dood.
Visserijonderzoekers weten daardoor steeds minder nauwkeurig wat de effecten zijn van de visserij, want zij rekenen alleen de vis mee die aan wal wordt gebracht. Overigens is de rol van onderzoekers in het quotumsysteem sowieso bescheiden, zegt Daan. Zij zijn voornamelijk bezig met cijfers en statistieken. 'Visserijonderzoekers zijn de ambtenaren van de burgerlijke visstand.'

Verjonging
Daan is niet erg optimistisch over het visserijbeleid. 'Op den duur krijgen alle vissen het moeilijk. Soorten als de kabeljauw verjongen nauwelijks. Er is nog wel verjonging bij de tong, maar die krijgt gewoon de kans niet om oud en groot genoeg te worden, omdat dat een heel lucratieve vis is.'
Toch wil Daan niet negatief overkomen. 'Ik zoek juist de nuance. De zee is er aanzienlijk beter aan toe dan het land. Mensen willen graag oceanen beschermen, maar bouwen ondertussen wel het Groene Hart vol. De zeebodem is tenminste nog niet geasfalteerd. De zee kan zich wel herstellen als je stopt met vissen, maar op land kan je niet stoppen met bouwen zolang er steeds meer mensen bijkomen.'
De Noordzee is ook rijker dan je zou denken. 'Vorig jaar hebben we nog onderzocht hoe het met de soortenrijkdom staat. Zowel van de noordelijke als de zuidelijke soorten is de soortenrijkdom toegenomen. Ook blijkt dat er veel meer kleine vis zit, niet groter dan dertig centimeter. We hebben het vermoeden dat door de overbevissing de grotere predatoren worden weggevist, waardoor de predatiedruk op de kleinere vissen afneemt.'
Daan is wel bezorgd over de evolutionaire veranderingen die dat in de vispopulaties oplevert. Zijn collega prof. Adriaan Rijnsdorp van Wageningen Imares ontdekte dat vissen op een steeds jongere leeftijd gaan paaien en minder groot worden. 'Dat is zorgwekkend. Het wordt misschien onmogelijk om ooit nog een grote kabeljauw te vangen. Na de Tweede Wereldoorlog bestond zestig procent van de Nederlandse kabeljauwvangst uit vissen groter dan negentig centimeter. Nu begint de grootste categorie kabeljauwen bij zestig centimeter.'
Veelgehoorde oplossingen voor de problemen in de visserij zijn viskweek en natuurreservaten. Daarover is Daan echter kritisch. 'Ik heb wel eens een berekening gemaakt voor de kweek van tong. Daaruit bleek dat je heel Noord-Holland onder water moet zetten om net zoveel tong te kweken als we nu uit de Noordzee halen.' En voor afgesloten natuurreservaten is het leven in de Noordzee volgens Daan te mobiel. 'Vissen kunnen niet zien of een gebied gesloten is. Reservaten werken wel goed als je een koraalrif hebt, voor dieren die gehecht zijn aan de bodem.'
Beter is het volgens Daan om duurzamer te vissen. 'Je moet een optimale hoeveelheid vis uit de Noordzee halen. Dat betekent minder hard vissen, maar dat kost ook minder. Binnen een jaarklasse kabeljauw neemt de biomasssa de eerste vijf à zes jaar toe, daarna neemt die geleidelijk af. Als je wacht tot de vissen vier jaar oud zijn kun je meer oogsten dan als ze twee jaar zijn. Het is net als een boer met zijn grasland. Als die twee keer per jaar maait, oogst hij meer dan als hij vier keer maait.'
Maar vissers willen niet altijd luisteren. Daan onderhield dan ook een wat dubbele relatie met deze groep. 'In de tijd dat ik adviseerde over de quota had ik ze altijd tegen me. Maar dat waren de voormannen van de vissers. Ik heb ook regelmatig meegevaren met individuele vissers en die zien zelf ook wel dat de kabeljauw verdwijnt. Vorig jaar deed ik mee aan het televisieprogramma Klootwijk aan Zee van Wouter Klootwijk. Dat vonden de vissers prachtig, want het gaf een heel ander beeld van de visserij. Ze werden uit het verdomhoekje gehaald. Vissers zijn de speelbal in een politieke discussie. Zij willen gewoon veel geld verdienen, dat wil iedereen.'

Onderzoeksfabriek
In veertig jaar tijd heeft Daan veel veranderingen meegemaakt in de organisatie van het onderzoek. En die stemmen hem niet altijd tevreden. 'Ik zie een onderzoeksorganisatie een beetje als een vorm van anarchie. Onderzoekers moeten de ruimte hebben om zich te ontwikkelen, en daarbij moeten ze niet gehinderd worden door managers. Ik heb het idee dat Wageningen UR nu meer geleid wordt als een onderzoeksfabriek. Daar voel ik me niet bij thuis. Dat maakt het makkelijker om nu te stoppen.'
Daan stopt echter niet helemaal. Hij blijft op verzoek onderzoekjes doen bij Wageningen Imares. 'Daarnaast spreek ik al vier jaar regelmatig af met een groepje ‘oude zakken’ om ideeën door te spreken. Dat leverde al ettelijke publicaties op, zoals de elektronische atlas voor de Noordzee, Fishmap. Het geeft een voldaan gevoel als je een oplossing vindt voor een probleem. Ook al moet ik het totale antwoord schuldig blijven.'

Re:ageer