Student - 6 september 2007

Altijd een kwartier te laat

1253_nieuws.jpg
1253_nieuws.jpg

Foto: .

Martine Hoogsteen, derdejaars Plantenwetenschappen, heeft onlangs vakken gevolgd aan de Kenyatta University in Kenia. Allemaal op het gebied van community development en resource conservation. Aan haar bachelorscriptie zou ze ook werken, maar daar is niks van terecht gekomen.
‘Ze hadden me niet verteld dat de literatuurstudie die ik zou doen al door iemand anders gedaan was. Dus ik heb alleen vakken gevolgd. Ik bleef er een heel semester, wat daar drieënhalve maand duurt. Ik had een appartementje op de campus.
De universiteit ligt net buiten de hoofdstad Nairobi, waar ik best vaak kwam, bijvoorbeeld om te eten. In de kantines van de campus was het eten namelijk steeds hetzelfde: kool, bonen, rijst en ugali, een gerecht van tarwemeel. Ik ging nooit alleen maar altijd met Keniaanse vrienden. Want de stad is erg onveilig. Als je er heen wilt, dan kan je het beste tussen tien uur ’s ochtends en vijf uur ’s middags gaan. Daarna loop je kans om twee uur stil te staan in de file en overvallen te worden.
Eén keer durfde ik niet meer terug te gaan naar de campus, toen ik hoorde dat er een meisje was verkracht en vermoord. Maar op zich, als je weet waar je moet zijn, valt er wel te leven met de spanning. Ik ben dus ook gewoon op safari geweest. En ik heb vrijwilligerswerk gedaan bij een opvangcentrum voor straatkinderen, waar ik les heb gegeven in wiskunde.
Mijn eigen onderwijs was wel anders dan ik van Nederland gewend was. Tijdens de achtien uren college in de week was ik vooral letterlijk aan het noteren wat de docent dicteerde. Wat ik verder allemaal moest doen, kreeg ik meestal van andere studenten te horen, en niet van de professoren. Die vertrokken na een college vaak meteen uit de zaal. Daarom ging ik ook altijd voorin zitten; dan kon ik soms nog iets vragen.
Van studenten hoorde ik eens een dag van tevoren dat we op excursie zouden gaan. We kregen toen allemaal 250 shilling, ongeveer drie euro, waarvan we zelf een hotelkamer moesten huren. Halverwege het semester stond ik trouwens nog steeds niet geregistreerd voor mijn vakken. En veel voorzieningen ontbreken er. Er zijn weinig computers, dus verslagen schreef ik gewoon met de hand. Informatie die ik nodig had om een verslag mee te kunnen schrijven was moeilijk te vinden. Maar dat stimuleerde mij wel om dingen gewoon aan mensen te vragen. Zo leerde ik de cultuur tenminste beter kennen.
Ik had me vooraf ook voorgenomen om gewoon te doen wat de locals doen. Zelf had ik bedacht om met groepswerk altijd een kwartier te laat te komen. Dan wachtte ik vervolgens vijf minuten, en als er dan iemand kwam opdagen, kon ik zeggen dat ik al twintig minuten had gewacht. Als er niemand kwam, dan had ik eigenlijk maar vijf minuten verspild.’

Re:ageer