Organisatie - 1 januari 1970

Alterra wil vertegenwoordiger in China

Alterra wil een vertegenwoordiger in China vestigen om er de zaken van het instituut te behartigen. En er is haast bij, want de ontwikkelingen in China gaan snel, aldus account manager drs. Bert Harms van Alterra. Het Noord-Zuid Centrum, dat verantwoordelijk is voor de marketing van Wageningen UR in Azië, ziet meer in een vertegenwoordiging van heel Wageningen UR.

Alterra wist onlangs een ontwerpproject binnen te halen via het informele zakelijke netwerk dat van groot belang is voor het zakendoen in China: de guanxi. Alterra deed mee aan een prijsvraag voor een ontwerp van een eiland bij Sjanghai. Via via kwam toen uit het tweehonderd kilometer verderop gelegen Changzhou de opdracht voor het ontwikkelen van een masterplan voor een recreatiepark met Nederlandse agrotechnologische innovatie in de Wujin-polder. Volgens Harms een teken dat Alterra een plekje heeft veroverd binnen de guanxi van de regio Sjanghai.
Volgens Harms is het van groot belang om constant aanwezig te zijn in China. Zo ging de uitvoering van het project op het eiland bij Sjanghai naar een Amerikaans bedrijf, doordat er op dat moment niemand van Alterra in China was. Harms pleit ook voor iemand die de specifieke kennis van de groene ruimte bezit die nodig is om het juiste netwerk binnen de guanxi aan te spreken. Iemand met verstand van voeding zal minder makkelijk een project als de Wujin-polder binnen halen, denkt hij.
Daarom wil Alterra in Peking een Chinese medewerker vestigen die voor Alterra acquisitie pleegt en inzicht heeft in de expertise van Alterra, bijvoorbeeld van ingewikkelde ontwikkelings- en ontwerpopgaven zoals die in de Wujin-polder. Harms benadrukt dat Alterra met deze plannen Wageningen UR niet in wielen wil rijden. 'We hebben nog amper gesproken over hoe we het aanpakken in China', zegt hij. 'We hebben haast, net als de Chinezen. Maar we staan absoluut open voor samenwerking met andere kenniseenheden.'
Ir. Jan Fongers, account manager van het Noord-Zuid Centrum, begrijpt de haast van Alterra wel. Maar er zijn allerlei mensen actief in China, benadrukt hij. 'Veel leerstoelgroepen hebben hun eigen contacten via alumni of direct met de Chinese Academy of Agriculture Sciences, zoals de kenniseenheid Plant. Die moeten wat ons betreft Wageningen UR kunnen vertegenwoordigen. Het gaat ons voornamelijk om het uitbaten van de naamsbekendheid van Wageningen', verwoordt Fongers zijn wens om de vertegenwoordiging van Alterra toch vooral breder te trekken. 'De naam Wageningen UR is een asset.' Het idee van Harms om van de vaste vertegenwoordiging van Alterra een pilot in China te maken, spreekt Fongers wel aan. Hij vergelijkt het met eerdere vertegenwoordigingen van het LEI in Japan in de persoon van Theo Jonkers, en in Vietnam door ir. Siebe van Wijk. Jonkers wist volgens Fongers in Japan contacten te leggen voor A&F, de kenniseenheid Plant - 'maar niet voor de sponsor LEI, dat was wat zuur' - maar de huisvestingskosten waren in Tokio uiteindelijk te hoog. 'Van Wijk is in dienst van het LEI, maar houdt zijn ogen en oren open voor anderen en drijft ook algemene acquisitie.' Volgens Fongers is het voor de Chinese vertegenwoordiging van groot belang dat het iemand is die de Chinese cultuur en taal goed begrijpt. 'Je zou gebruik kunnen maken van Chinese alumni, want taal is een groot obstakel.' Harms denkt in dezelfde richting. Bij het masterplan voor de Wujin-polder maakte het ontwerpconsortium al gebruik van twee Wageningse alumni. Zij waren zeer waardevol als tolk, maar vooral als intermediair tussen de Nederlanders en Chinezen. / MW

Re:ageer