Wetenschap - 25 juli 2002

Alterra monitort otters met zenders

Alterra monitort otters met zenders

DNA en hormonen uit otterpoep geven extra informatie

Na het uitzetten van zeven otters in nationaal park de Weerribben bij Giethoorn volgt voor Alterra nu het monitoren van de dieren. Dat gebeurt met zenders en de analyse van DNA en uitwerpselen.

Voor drs Hugh Jansman van Alterra en zijn collega's begint nu het eigenlijke werk. De vier vrouwtjes- en drie mannetjesotters zijn op 7 juli uitgezet. Van de Overijsselse Oldematen tot de Friese Lindevallei zijn maatregelen genomen om te zorgen voor een groot leefgebied. Onder bruggen kwamen ottervriendelijke looprichels, langs wegen afrasteringen en in vissersfuiken zitten roosters om te voorkomen dat de otters erin verdrinken.

Het is van belang om de dieren te volgen, allereerst om te zien of ze ?berhaupt blijven leven, maar natuurlijk ook om te volgen hoe de nieuwe Nederlandse otterpopulatie zich ontwikkelt. Jansman en zijn collega's bedienen zich van vier verschillende monitoringsmethoden om het leven van de zeven otters in Overijssel en Friesland in kaart te brengen.

De otters hebben een zender ge?mplanteerd gekregen tijdens het veterinair onderzoek voorafgaand aan het uitzetten. In de buikholte van de kleinere dieren zit een bijna negen centimeter lange sigaarvormige zender die continu een signaal uitzendt, de grotere dieren hebben een nog grotere, eivormige zender. Een sneller signaal geeft aan dat het dier actief is, een langzamer dat het rust. De zender is zo groot om ruimte te bieden aan de batterij; die moet ervoor zorgen dat de zender bijna twee jaar signalen uitzendt.

De zender werpt nu al zijn vruchten af, aldus Jansman. De dieren gedragen zich zo onopvallend - ze zijn voornamelijk 's nachts actief - dat de onderzoekers zonder de zenders het spoor al volledig kwijt zouden zijn geweest.

In de nek van de otters is een zogenaamde 'transponder' ge?njecteerd, een capsulevormig ding van ongeveer twee centimeter lang. De transponder reageert op zenders in ecoducten en andere doorgangen, waarvan de onderzoekers verwachten dat de otter er gebruik van gaat maken.

Uit uitwerpselen kunnen de onderzoekers via DNA-analyse bepalen welk individu zich ergens heeft gevestigd. Het DNA valt echter binnen een dag uit elkaar. Belangrijker is het bepalen van de hormoonspiegel van de otter. Zo kunnen onderzoekers aan de hand van de hormonen in de uitwerpselen bepalen of een vrouwtje zwanger is en of de hormoonhuishouding van de otters verstoord is door vervuilende stoffen in het milieu.

De vindplaatsen van de uitwerpselen worden samen met de informatie van de zender en de transponder op een kaart gezet. Zo vormt zich met stippen en strepen een kaartbeeld van het leefgebied van de verschillende otters. Onderzoekers kunnen met de informatie snel knelpunten in kaart brengen en maatregelen treffen. Als een mannelijke otter bijvoorbeeld ge?soleerd raakt, kan men besluiten om een vrouwtje bij hem in het gebied uit te zetten.

Jansman en zijn collega's zullen de otters vier jaar intensief volgen. Daarna volgt een evaluatie en kan besloten worden of er nog meer dieren moeten worden uitgezet en op welke plek. | M.W.

Foto Burgers' Zoo

Re:ageer