Wetenschap - 19 september 2002

Alterra boort naar prehistorische kustlijn Almere

Alterra boort naar prehistorische kustlijn Almere

Alterra-onderzoekers hebben met grondboringen de zeewaterstijging tussen 5300 en 2300 voor Christus rondom Almere vastgelegd. Hiermee kan bepaald worden waar restanten van prehistorische nederzettingen kunnen liggen.

De waterstijging in de prehistorie ging gepaard met de vorming van veen. Door in de grond te boren naar veensoorten die zich vormen bij laag water hebben onderzoekers bepaald waar, op een bepaald moment in de prehistorie, de kustlijn heeft gelegen. Met koolstofdatering van de boringen konden de onderzoekers vervolgens vaststellen wanneer die kustlijn heeft bestaan. Uit eerdere studies bleek een verschil tussen het verloop van de kustlijn en de zeespiegelstijging, maar volgens projectleider dr Bart Makaske wijst de studie van Alterra juist uit dat de waterstand de zeespiegelstijging volgt.

Het gebied rondom Almere is rijk aan archeologische vindplaatsen, tussen de zes en negen meter onder de grond. Het Verdrag van Malta schrijft voor dat er niet gebouwd mag worden op plekken waarvan verwacht wordt dat ze archeologisch materiaal bevatten. Dat materiaal moet eerst worden onderzocht en zo mogelijk bewaard.

Dankzij het onderzoek van de bodemdeskundigen van Alterra kunnen archeologen vaststellen waar en wanneer er mensen leefden in het gebied. Door de gegevens van de boringen te combineren met de hoogtekaart uit die periode van de prehistorie kunnen archeologen kaarten maken, waaruit duidelijk wordt waar de meest waarschijnlijke vindplaatsen van nederzettingen liggen. De Rijks Oudheidkundige Dienst is daar nu mee bezig. | M.W.

Re:ageer