Organisatie - 1 januari 1970

‘Alterra aan leiband van ministerie’

Alterra loopt aan de leiband van het ministerie van LNV en past onderzoeksuitkomsten aan aan wat LNV graag wil horen. Dat is de strekking van de harde kritiek die verschillende personen laten horen in een artikel in het blad Binnenlands Bestuur van 9 september.

Ruim de helft van de omzet van Alterra komt van LNV. Door die nauwe band met de overheid wordt vooral onderzoek uitgevoerd dat het bestaande beleid ondersteunt, stelt prof. Kristof van Assche. Van Assche was tot voor kort docent bij de leerstoelgroep Landgebruiksplanning, en is nu hoogleraar aan de Minnesota State University in de VS. Doordat Alterra op eigen benen moet staan, is de druk groot om met onderzoeksresultaten te komen die de opdrachtgever welgevallig zijn, denkt Assche. ‘De wetenschappelijke kwaliteit staat onder druk omdat niet de hoogleraar, maar de manager van de Sciences Group het voor het zeggen heeft,’ aldus Van Assche.
Ook Hans van Waardenburg, directeur van een commercieel onderzoeksbureau, heeft kritiek: ‘Alterra krijgt werk dat anderen evengoed en goedkoper kunnen doen. Maar LNV geeft het liever aan Alterra, waarmee ze vanouds een relatie hebben. Anders hebben ze niets te doen, heb ik wel als argument gehoord.’
Jaap Dirkmaat, voorzitter van Das en Boom, noemt de onderzoeken van Alterra ‘kauwgom’. Resultaten veranderen al naar gelang de opdrachtgever, volgens hem. ‘In opdracht van LNV concludeerde Alterra dat de A73 slecht voor de das is, in opdracht van Rijkswaterstaat leek die weg juist weer goed.’ Ultsje Hosper van de Friese natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea, heeft soortgelijke kritiek en vindt het bijvoorbeeld opmerkelijk dat alle veranderingen in de Waddenzee volgens Alterra nooit aan gasboringen zijn toe te schrijven. Volgens Hosper zijn Alterra en opdrachtgever NAM door jarenlange samenwerking te veel met elkaar vergroeid.
Econome Barbara Baarsma van SEO Economisch Onderzoek rekende uit dat LNV maar zestien procent van haar onderzoeksgeld in de ‘open markt’ uitzet, de rest gaat naar DLO. ‘De DLO-instituten hebben een monopoliepositie. Het gevolg is dat er onderzoek plaatsvindt waarop niemand zit te wachten, omdat er nu eenmaal budget voor is.’
Directeur Kennis van LNV Janneke Hoekstra ziet geen probleem in de ‘duurzame, vraaggestuurde relatie met DLO’. En ook Alterra zelf, bij monde van directeur management drs. Wallie Hoogendoorn, verweert zich in het artikel. ‘Alterra is helemaal niet bang voor de markt’, stelt ze. ‘We zijn minder afhankelijk van LNV dan vroeger.’ Ze zegt boos te kunnen worden over beschuldigingen dat opdrachtgevers te veel invloed hebben op de onderzoeksresultaten van Alterra. ‘Onze kracht is deskundigheid en integriteit. Alle onderzoeken zijn openbaar. Onderzoekers die hun bevindingen laten afhangen van wat de klant wil, kunnen vertrekken.’ / JT

Re:ageer