Organisatie - 1 januari 1970

Alterra Texel en Rivo naar Den Helder

Alterra Texel en het Rivo in IJmuiden gaan samen in een nieuw te vormen marien biologisch instituut met de werknaam Wageningen Marien. De beoogde nieuwe vestigingsplaats Den Helder is onder het personeel in IJmuiden en Texel slecht gevallen.

‘Iedereen was vlak voor de vakantie in rep en roer. De meeste mensen zien op tegen de reistijden. Zelfs met de auto is het in ieder geval een uur, want de snelweg eindigt al in Alkmaar’, zegt Karin Kruit, voorzitter van de onderdeelcommissie van het Rivo in IJmuiden. ‘Nu is de sfeer als iets meer afwachtend en berustend. We hopen dat onze argumenten in de plannen serieus worden meegewogen.’ De formateur van Wageningen Marien, Rivo-directeur dr Martin Scholten, beaamt dat de beoogde vestigingsplaats intern tot verontrusting en onbegrip heeft geleid. ‘In IJmuiden hebben ze het gevoel dat ze naar de kop van Noord-Holland gesleept worden. Op Texel waren ze net ingekropen bij het NIOZ en zien ze op tegen het veer. Vooraf was ik vooral bang dat de cultuurverschillen tussen het visserij- en natuuronderzoek niet te overbruggen zouden zijn, maar dat blijkt intern een brug die wel te slaan valt’, aldus Scholten.
Er is volgens Scholten bewust voor gekozen om open over de plannen van Wageningen Marien te discussiëren. ‘Ook over de vestiging is nog geen definitief besluit gevallen, maar in mijn formatieopdracht staat wel duidelijk dat het vizier gericht is op Den Helder. Er staat wel druk op de ketel: voor 1 oktober moet ik met een plan komen voor de bundeling. Als de raad van bestuur dat goedkeurt kan de werkorganisatie al op 1 januari 2006 van start gaan.’
Volgens Martin Scholten is de tijd rijp voor één nationaal instituut dat zich richt op het contractonderzoek van de zoute biosfeer, als evenknie van het meer op de fysische aspecten gerichte Delta Instituut. De samenvoeging van het Rivo (125 medewerkers) en Alterra Texel (25 medewerkers) tot één werkorganisatie is slechts de eerste stap. Bij TNO in Den Helder, de oude werkgever van Scholten, is momenteel een formateur bezig om te kijken of de ecologische onderzoeksgroep (25 mensen) bij het initiatief kan aanhaken. Onder meer vanuit het Innovatieplatform van premier Balkenende komen volgens Scholten signalen dat het kabinet bereid is extra te investeren in zeeonderzoek onder voorwaarde van een versterkte bundeling van de versnipperde activiteiten. Wageningen Marien zoekt daarom ook samenwerking met andere marien biologische kennisinstellingen, zowel binnen Wageningen UR als daarbuiten, zoals bij Hogeschool Zeeland, de Rijksuniversiteit Groningen en de VU Amsterdam.
Met de vestiging van Wageningen Marien in Den Helder wil Den Haag de samenwerking bevorderen met het fundamenteel marien biologisch onderzoeksinstituut NIOZ (het Koninklijke Nederlandse Instituut voor Onderzoek der Zee, 250 medewerkers) op Texel. De keuze voor Den Helder heeft, naast de nabijheid van TNO en het NIOZ, ook een aantal politiek-strategische voordelen, meent Scholten. ‘Den Helder ligt op de grens van de Noordzee en de Waddenzee. Als je in aanmerking wilt komen voor de structuurfondsen voor deze gebieden moet je ook in de regio aanwezig zijn. Daarnaast wil de rijksoverheid ook bijdragen aan vestiging in Den Helder ter compensatie van het gedeeltelijke vertrek van de marine.’ De gemeente is inmiddels gevraagd een bidboek uit te brengen met de vestigingsvoorwaarden. In de gemeente Velsen, waar IJmuiden onder valt, is overigens juist een actie gestart om het Rivo te behouden. Ook de gemeente Texel zal een aanbod doen.
Voorlopig valt de werkorganisatie Wageningen Marien direct onder de raad van bestuur, en niet onder de kenniseenheden Animal Sciences Group (Rivo) of Environmental Sciences Group (Alterra Texel). Het Centrum voor Schelpdierenonderzoek (CSO) van het Rivo komt ook onder Wageningen Marien, maar blijft in Yerseke. Het zal daar nog nauwer gaan samenwerken met het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie (CEME) van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). / GvM

Re:ageer