Wetenschap - 1 januari 1970

Allesetende roofmijt goed voor laanbomen

Roestmijt en spint in laanbomen zijn goed onder controle te houden met de inheemse roofmijt Amblyseius andersoni. Dit blijkt uit onderzoek van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving. Er bleken echter ook vreemde kostgangers in de bomen te zitten.

Voor het onderzoek werd halverwege vorig jaar op enkele plaatsen de roofmijt A. andersoni uitgezet, een natuurlijke vijand van roestmijt en bonespint. Hierna werden bladmonsters genomen om te kijken of de roofmijt werd teruggevonden. Naast de uitgezette roofmijt, vonden onderzoekers op de bladeren ook andere roofmijten. Dit waren zowel inheemse soorten als soorten die hier niet van nature voorkomen.
Eén van de aangetroffen uitheemse roofmijten, de Neoseiulus californicus, wordt al jarenlang in de glastuinbouw gebruikt tegen spint. ‘Deze heeft zich dus ook aardig in de natuur weten te vestigen’, aldus Anton van der Linden, onderzoeker bij PPO in Boskoop. Raadselachtig vond hij ook de vondst van een subtropische roofmijt die in de kas gebruikt wordt, de Phytoseiulus persimilis. Het is echter niet bekend of de beesten hebben overwinterd of dat ze even tevoren uit een kas waren ontsnapt.
De roofmijt die PPO uitzette, de A. andersoni, blijkt het ook goed te doen in de struikrozenteelt. ‘Ze gaan niet dood als de spint is uitgeroeid. Het zijn generalisten die ook andere niet-schadelijke roofmijten eten, en tripsen en schimmelsporen.’ / YdH

Re:ageer