Student - 10 januari 2008

Alles groot in de USA

Zo nu en dan vertrekt er een Wageningse student naar de Verenigde Staten voor een afstudeervak of stage. Niet alleen vanwege de topinstituten maar ook vanwege het altijd lonkende Amerika, het land dat ‘het onmogelijke mogelijk maakt’. Zo ook Diederik van de Peut, masterstudent Moleculaire wetenschappen. Hij vertrok in maart 2007 naar Boston. Maar land van de onbegrensde mogelijkheden of niet, Wageningen heeft hij toch wel gemist.

1713_nieuws.jpg
‘Deze stage werd mij eigenlijk in de schoot geworpen. Via een Wageningse vriendin heb ik contact kunnen leggen met een onderzoeker aan het Dana Farber Cancer Institute. Ik heb er niet lang over hoeven nadenken want Boston is de plek waar ik moest zijn. Het zou een mooie basis leggen voor een toekomstige PhD-plek. Ik zou onderzoek doen naar eiwit-eiwitinteracties in de beroemde nematode C. elegans.
Nadat ik de knoop had doorgehakt ging het allemaal vrij snel. Ik ben vrijwel meteen vertrokken. Vanuit Nederland was het toch vrij lastig een kamer te regelen omdat het instituut waar ik mijn stage zou doen niet direct aan de universiteit gelieerd is. Eenmaal aangekomen heb ik bij een aantal mensen gelogeerd die op hetzelfde lab werkten. Zij zijn ook goede vrienden van me geworden. Na vier dagen vond ik mijn eigen kamer, via een soort website die veel weg had van marktplaats.
Het werkklimaat was toch wat anders, helemaal in vergelijking met mijn eerste afstudeerplek hier in Wageningen bij de vakgroep Moleculaire biologie. Alles was erg gericht op het publiceren van artikelen, maar de werktijden waren vrij flexibel. Meestal begon ik rond tien uur in de ochtend en werkte dan tot een uur of acht in de avond. Dit stelde ons in staat om af en toe lekker te stappen of naar een kroeg te gaan en de volgende dag toch enigszins uitgeslapen te beginnen. Perfect dus.
Een van de speciale dingen was toch de academische omgeving die je daar hebt; er zitten ontzettend veel topinstellingen bij elkaar. Dat is heel anders dan in Wageningen. Elke dag kon je lezingen bezoeken van topsprekers. Dat voegt toch heel wat toe aan je leeromgeving.
Vriendelijkheid was er genoeg, je kon zo een gesprek beginnen met een vreemde in de metro over de meest vreemde onderwerpen, om na twintig minuten beiden weer je weg te vervolgen. Dat is iets wat je in Nederland niet zo snel zult tegenkomen.
In verspillen en onbewust consumeren zijn Amerikanen overigens wel erg goed, dat is een vooroordeel dat klopt. In de zomer stond de airco soms zo hard dat ik uit voorzorg gewoon een trui meenam. En frisdranken en koffie hebben ze daar niet in small.
Het toppunt van mijn negen maanden durende reis was toch California. De schaal van de steden daar deed steden als Rotterdam en Amsterdam verbleken. Ik heb daar een symposium gevolgd over mijn favoriete wormpje. In de vrije uurtjes konden we dan gewoon aan het strand zitten, lekker in de zon onder de palmbomen. Toch ben ik blij dat ik weer in Wageningen ben. Die rust hier ga je dan wel waarderen.’

Re:ageer