Wetenschap - 1 januari 1970

Allergie-explosie lijkt voorbij

Het percentage mensen met een allergische aandoening stijgt niet langer, vertellen recente studies. Sommige van die onderzoeken constateren zelfs een geringe daling van het voorkomen van allergische aandoeningen. Misschien komt dat omdat we intelligenter met allergieën omgaan, zegt de Wageningse hoogleraar prof. Huub Savelkoul. Maar misschien is er meer aan de hand.

De ‘allergie-explosie’, noemde Newsweek de spectaculaire toename van allergische aandoeningen, waarvoor allergologen ons de laatste jaren waarschuwen. Een veranderd voedingspatroon, overdreven hygiëne en zelfs vaccinaties zijn naar voren geschoven als verklaring. Het bedrijfsleven ruikt zijn kans. Het hypoallergene marktsegment groeit in rap tempo. In Engeland verdubbelt die markt bijna elke twee jaar, becijferde onderzoeksbureau Mintel in 2003. Geen wonder. Hoewel volgens tests slechts twee procent van de volwassenen last heeft van voedselallergie, is ongeveer dertig procent van de Britten er heilig van overtuigd allergisch te zijn voor zuivel, gluten of nootjes.
‘De commercie heeft allergie ontdekt’, beaamt Huub Savelkoul. ‘Voedingsconcerns werken aan producten met goedaardige bacteriën die tegen allergie zouden moeten helpen. Ze zijn ervan overtuigd dat die producten ook werken. Ikzelf denk dat het bewijs daarvoor nog lang niet sterk genoeg is. De studies zijn lastig te interpreteren en komen met tegenstrijdige conclusies.’

Astma
Maar nemen allergische aandoeningen nou echt toe? Onderzoekers uit Maastricht publiceerden dit jaar in Thorax een studie die de symptomen van astma bij kinderen van acht jaar door de jaren heen bestudeert. Astma en hooikoorts zijn allebei aandoeningen die iets met allergie te maken hebben. Daarnaast hebben veel hooikoortslijders en astmapatiënt in hun vroegste levensjaren vaak last van eczeem gehad, dat mogelijk werd veroorzaakt door een allergische reactie op een voedingsmiddel.
Volgens de cijfers van de Maastrichtenaren hebben kinderen sinds 1989 minder last van astma. Soortgelijke geluiden komen uit praktisch alle westerse landen. Italiaanse onderzoekers melden dat bij kinderen in het centrum van Rome sinds het midden van de jaren negentig het aantal gevallen van astma niet meer toeneemt. In Denemarken is ongeveer in dezelfde periode het percentage kinderen met eczeem en hooikoorts gestopt met groeien.
‘De tendens in de studies is er’, zegt Savelkoul. ‘Maar ik vraag me af of veel allergologen nu al de conclusie willen trekken dat allergie gaat afnemen.’
Savelkouls vermoeden klopt. ‘Ik houd het erop dat we in het westen gewoon een verzadigingspunt hebben bereikt van astma en hooikoorts’, zegt dr. Anne Braae Olesen, verbonden aan het academisch ziekenhuis van Aarhus en eerste auteur van de Deense studie. ‘Kinderen die de aanleg hebben om astma en hooikoorts te krijgen hebben het. Over andere allergische aandoening durf ik niks te zeggen. We hebben ze lange tijd op één hoop gegooid, maar uit genetische gegevens blijkt dat er bij elke soort allergie weer andere genen zijn betrokken. Allergie is niet één ziekte, maar een groep ziekten.’
Ook prof. Roberto Ronchetti, verbonden aan het Ospedale Saint’Andrea in Rome, die ontdekte dat de opmars van hooikoorts en allergie onder Romeinse stadskinderen tot stilstand was gekomen, blijft geloven in de toename van astma en hooikoorts. ‘Goed, in het centrum van Rome neemt astma niet meer toe, blijkt uit onze studie. Maar volgens een nog niet gepubliceerd onderzoek van ons blijft het op andere plaatsen toenemen.’
De Maastrichtse epidemiologe dr. Monique Mommers, die dit jaar publiceerde dat Nederlandse kinderen minder astmatische klachten hebben – vooral het ‘piepen’ zou de laatste jaren zijn afgenomen – zoekt de verklaring evenmin in een afname van de ziekte. Artsen zouden sneller medicijnen voorschrijven.
Australische onderzoekers, die het Maastrichtse onderzoek becommentarieerden, vragen zich af of dat alles is. Uit alle delen van de verwesterde wereld komen nu rapporten dat astma niet langer toeneemt.

Allergiemoe
‘Mensen gaan nu intelligenter met astma en allergie om’, denkt Savelkoul hardop. ‘We weten bijvoorbeeld dat veel jonge kinderen met eczeem in de puberteit hooikoorts krijgen. Dat eczeem lijkt samen te hangen met een voedselintolerantie of een voedselallergie. Vroeger besteedden ouders daar weinig aandacht aan, tegenwoordig nemen ze zo snel mogelijk maatregelen en veranderen ze de voeding. Misschien dat je nu het effect van die veranderende houding begint te zien.’

Gaan we slimmer met allergie om, zijn artsen allergie-moe of neemt het aantal gevallen echt af?
De Australische reviewers van de Maastrichtse studie schuiven een alternatieve verklaring naar voren: misschien zijn artsen allergiemoe aan het worden. Ze zijn de laatste jaren minder kwistig geworden met het bestempelen van mankementen aan de ademhalingsorganen als ‘astma’ – en dus hebben kinderen ook minder vaak astma. Niet de biologie van de ziekte verandert, maar de manier waarop de samenleving, in dit geval in de persoon van artsen, ziekte definieert.
Het is maar een idee, zeggen de Australiërs meteen. Grote, lopende onderzoeksprojecten zullen moeten uitwijzen wat er nu precies aan de hand is. Maar als de afname van allergische symptomen – in dit geval astma – het gevolg is van de manier waarop artsen ziekte definiëren, zou het dan mogelijk kunnen zijn dat ook de ‘allergie-explosie’ in de eerste plaats een sociaal fenomeen is geweest? Dat allergische symptomen er altijd zijn geweest, maar vaak niet werden opgemerkt? Niet door artsen, en ook niet door de individuen met de symptomen zelf?

Pinda’s
Het is vloeken in de medische kerk, vindt dr. Scott Sicherer, verbonden aan het Mount Sinaï School of Medicine in New York en auteur van overzichtsartikelen over allergie. ‘We hebben studies in de VS en het eiland Wight die bewijzen dat het aantal mensen met een pinda-allergie de afgelopen tien jaar is verdubbeld’, zegt hij. ‘We hebben objectieve tests die reacties op allergenen vaststellen, en volgens studies in de VS neemt het aantal mensen dat positief scoort op die tests gewoon toe. Dat heeft niets met toegenomen aandacht te maken.’
Savelkoul ziet dat iets anders. ‘Jaarlijks gaan er in Nederland één of twee mensen dood door een heftige allergische reactie op pinda’s. In de VS zijn dat er zestig. Het zijn vaak astmatische patiënten, die ook nog allergisch voor pinda’s zijn, en overlijden door een anafylactische shock. Die getallen blijven constant. Ze zijn gedurende de laatste decennia niet toegenomen. Wat je in die periode van scherpe toename in allergie wel duidelijk ziet toenemen zijn de wat mildere aandoeningen aan de luchtwegen. Daar zit de sterkste groei.’
De statistieken meten misschien een veranderende grens tussen wat we als ziekte zien en wat niet meer is veranderd. Deden de generaties voor ons niet moeilijk over een beetje niezen en een verhoogde activiteit van slijmvliezen, tegenwoordig rennen we naar de dokter. We stellen meer eisen aan onze gezondheid dan vroeger. We zijn verwend.
‘We denken dat we onze gezondheid kunnen kopen’, zegt Savelkoul. ‘Dat is een trend. Daarom zijn er zoveel sanodomes, kuuroorden en spa’s. Daarom zie je ook activiteit rond cosmetic foods. Er is een overlap tussen die maatschappelijke tendens en de toename in allergie die je hebt gezien. Maar ik denk eerlijk gezegd niet dat je daarmee het allergieverschijnsel helemaal kunt wegverklaren.’
In ieder geval, zolang niet duidelijk is wat er nou precies aan de hand is, staat Savelkoul huiverig tegenover grootschalige ingrepen die de ‘allergie-explosie’ moeten indammen. Het vervangen van berken en gras door genetisch gemodificeerde, maar allergeenvrij varianten, het morrelen aan de genen van katten om ze hypoallergeen te maken, Savelkoul moet er niets van hebben. ‘Ik zie het nut van die maatregelen ook niet. Als je het ene eiwit weghaalt, dan word je wel allergisch voor het andere. Er zijn zo verschrikkelijk veel eiwitten waarvoor je allergisch kunt worden.’

Leefstijl
De proeven die PRI doet met hypo-allergene appels vallen onder een andere noemer, beklemtoont de hoogleraar. ‘Die moet je zien als een proof of principle. Uit het werk van PRI blijkt dat er iets van achttien genen betrokken zijn bij het maken van het eiwitje in appels waar mensen allergisch voor zijn. We willen weten hoeveel daarvan we moeten uitschakelen om een hypo-allergene appel te maken. Houd je dan nog wel een appel over? Kan uiteindelijk iemand die allergisch is voor precies het uitgeschakelde eiwit in deze appel, die veilig eten?’
Het onderzoek dat op korte termijn wel relevante inzichten voor mensen met allergie oplevert is het levensstijl-onderzoek dat Savelkouls Wageningse Allergieconsortium nu uitvoert onder mensen met een verhoogd risico op allergie. ‘Hun immuunsysteem maakt antistoffen tegen allergenen, maar ze zijn nog niet allergisch. Wat bepaalt wie van hen een allergie krijgt en wie niet? Dat lijkt toch de manier van leven te zijn. We zoeken naar de combinaties van leefstijlfactoren die het meest beschermen.’
Toch goedaardige bacteriën of een spoelworm slikken? Savelkoul antwoordt ontkennend. ‘Gewoon verstandig eten, zorgen voor voldoende slaap en lichaamsbeweging. Dat zou toch moeten helpen.’

Willem Koert

Re:ageer