Wetenschap - 27 juni 2002

Allergie begint bij het immuunsysteem zonder geheugen

Allergie begint bij het immuunsysteem zonder geheugen

Savelkoul onderzoekt de soldaat met de beslagen bril

Naast de vuistdikke serieuze werken staan in zijn boekenkast ook bestsellers als 'Supercharge Your Immunity' en 'Immune Power'. "Dit classificeer ik dus als nonsens", zegt de hoogleraar terwijl hij de paperbacks op tafel legt. "Moet je horen: How to use your immunesystem to fight disease - from cancer to Aids. Daar is maar weinig wetenschap bij. Maar dat er zulke boeken geschreven worden geeft natuurlijk aan dat de immunologie een populaire wetenschap is geworden."

Prof. Huub Savelkoul werd anderhalf jaar geleden hoogleraar in Wageningen, nadat hij achttien jaar in Rotterdam de immunologische achtergrond van allergie bij kinderen had bestudeerd. Savelkouls leerstoelgroep Celbiologie en Immunologie concentreerde zich tot voor kort op vissen en garnalen. "Veel mensen vonden mijn overstap maar vreemd", zegt hij. "Maar dat komt omdat ze de theoretische achtergrond niet kennen. Eigenlijk was het logisch."

Tot voor kort hielden immunologen zich alleen bezig met het deel van het immuunsysteem dat organismen pas later in de evolutie ontwikkelden. Vissen en zoogdieren hebben het, ongewervelden niet: de lymfocyten, gespecialiseerde witte bloedcellen die het lichaam verdedigen tegen indringers. Sommige lymfocyten maken antistoffen tegen indringers, andere helpen lichaamscellen die al zijn ge?nfecteerd om zeep.

"In slijmvliezen, in je neus, longen of spijsverteringsorganen zitten lymfocyten die moeten verhinderen dat indringers je lichaam binnenkomen", legt Savelkoul uit. "Gebeurt dat toch, dan scheiden de B-cellen van het immuunsysteem antistoffen uit, die de indringers onschadelijk maken."

Maar heb je een allergie als hooikoorts, dan gebeurt dat ook als je pollen in je neus krijgt. De B-cellen maken dan antistoffen aan die zich hechten aan mestcellen: immuuncellen in je slijmvliezen die zijn gespecialiseerd in de productie van agressieve stoffen als histamines, prostaglandines en interleukines. Bij een hooikoortsaanval ontploffen de mestcellen en de agressieve stoffen die uit de mestcel vrijkomen veroorzaken de loopneus, rode en tranende ogen en de dichtgesnoerde keel.

Toen duidelijk werd dat het percentage Westerlingen dat lijdt aan allergie spectaculair steeg - inmiddels is op de basisscholen al ??n op de drie kinderen allergisch - concentreerden wetenschappers zich op die immuuncellen. Alle aandacht ging naar de cytokines die de witte bloedcellen aanmaken en die de immuuncellen aansturen. Die focus was vergissing, zegt Savelkoul.

Natuurlijke afweer

"Er is ook nog een primitiever immuunsysteem, dat we meestal de aangeboren of natuurlijke weerstand noemen. Dat wetenschappers er jarenlang geen aandacht aan hebben besteed, komt omdat de methode waarmee je immuuncellen uit het bloed isoleerde een groot deel ervan gewoon doorliet. Gemakshalve besteedden onderzoekers er daarom geen aandacht aan."

Behalve dan in Wageningen. Hier werkten onderzoekers aan methoden om garnalen te beschermen tegen ziekten veroorzaakt door virussen. "Die organismen hebben geen lymfocyten. Ze zijn voor hun bescherming tegen indringers volledig afhankelijk van hun natuurlijke afweer."

Die natuurlijke afweer kun je zien als een soldaat met een beslagen bril, zegt Savelkoul. "Lymfocyten hebben een geheugen. Ze herkennen de indringers, en maken voor elke indringer een specifieke antistof. En als ze worden geconfronteerd met een nieuwe indringer, dan kunnen ze leren om ook daarvoor een nieuwe antistof aan te maken."

De natuurlijke afweer heeft al dat moleculair-intellectuele mumbo-jumbo niet nodig. De cellen van de natuurlijke afweer gaan niet eerst uitpluizen wie ze voor zich hebben, en vervolgens kijken of ze het juiste wapen in huis hebben. Zodra ze iets voor zich hebben wat op een indringer lijkt slaan ze erop. "De eerste klap is een daalder waard", zegt Savelkoul. "Dat is het principe van de natuurlijke afweer."

De primitiever kant van ons immuunsysteem zou wel eens van cruciaal belang kunnen zijn in het ontstaan van allergie?n, denken steeds meer wetenschappers. Een allergische reactie is immers een keten van immunologische gebeurtenissen, die begint bij het primitieve immuunsysteem. Nog voordat de lymfocyten kunnen overreageren op allergenen, heeft het nederige voetvolk de indringers al in mootjes gehakt. Het zijn die mootjes waar de geavanceerde tak van het immuunsysteem bij allergie zo extreem op reageert.

Erfelijke factoren spelen bij de recente explosie van allergie?n waarschijnlijk een ondergeschikte rol. "Kinderen van een moeder met een allergie hebben meer kans om ook allergisch te worden", zegt Savelkoul. "Maar de huidige toename vindt vreemd genoeg vooral plaats bij kinderen waarvan de moeder juist niet allergisch is."

Een populaire theorie, waar ook Savelkoul van is gecharmeerd, is de hygi?nehypothese. Volgens die theorie groeien moderne kinderen op in een te hygi?nische omgeving waardoor hun natuurlijke weerstand te weinig prikkels ontvangt. "In de voormalige Oostbloklanden komen allergie?n lang niet zoveel voor als hier", zegt de hoogleraar. "En in het Westen worden kinderen in grote gezinnen en kinderen die opgroeien op een boerderij minder vaak allergisch."

Zelfs dieren gaan gebukt onder het tekort aan ziektekiemen. "Veel varkens in de intensieve veehouderij hebben allergische aandoeningen aan de luchtwegen. Zelfs bij honden komt eczeem steeds vaker voor."

Allergieconsortium

Wageningse wetenschappers kunnen helpen met het tot staan brengen van de opmars van allergie?n. Dat is tenminste de gedachte achter het Allergieconsortium Wageningen, dat is opgericht door dr Harry Wichers van onderzoeksinstituut ATO, dr Luud Gilissen van Plant Research International en Savelkoul zelf. Het consortium wil Wagenings onderzoek naar allergie gaan bundelen en stimuleren.

"We gaan als Wageningers natuurlijk geen medicijnen tegen allergie ontwikkelen", aldus de hoogleraar. "Maar we zouden wel kunnen voorkomen dat mensen last krijgen van voedselallergie doordat we de allergene stoffen uit voedingsmiddelen vooraf kunnen identificeren en misschien weghalen."

Het consortium zou ook, samen met makers van voedingssupplementen, toevoegingen kunnen verzinnen die de kans dat kinderen een allergie ontwikkelen verkleinen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met gezonde bacteri?n.

Finse onderzoekers ontdekten onlangs dat de opmars van de allergie samenviel met het verminderen van de hoeveelheid Bifidobacteri?n in de ontlasting van baby's. Daarom krijgen baby's die flessenmelk kregen waaraan Bifidobacteri?n waren toegevoegd later minder vaak allergische klachten. Concerns die zich richten op functional foods en nutraceuticals hebben waarschijnlijk interesse in dat onderzoek.

"Toen ik hier anderhalf jaar geleden begon, dacht ik dat ik het onderzoek naar kinderen had afgesloten", zegt Savelkoul. "Ik dacht ik me met heel andere dingen zou gaan bezighouden." Zo is de cirkel rond. | Willem Koert

Re:ageer