Wetenschap - 19 oktober 2017

Alleen knolgewas heeft baat bij meer organische stof

tekst:
Albert Sikkema

Meer organische stof in de bodem leidt niet automatisch tot een betere bodemvruchtbaarheid en hogere productie. Maar telers van wortel- en knolgewassen op droge zandgrond of zware kleigrond hebben wel baat bij meer organische stof. Dat concludeert Renske Hijbeek in haar proefschrift.

©Shutterstock

De bodemvruchtbaarheid in Nederland daalt, staat in het regeerakkoord. ‘Ik ben benieuwd waarop de nieuwe regering dat baseert’, reageert Renske Hijbeek, die op 4 oktober promoveerde op het belang van organische stof voor de akkerbouw. ‘De hoeveelheid organische stof in de bodem, de belangrijkste indicator voor de bodemvruchtbaarheid, neemt niet af in Nederlandse bodems. Die is nog steeds gemiddeld 3,5 procent.’ Ze vult aan dat op sommige percelen de bodemvruchtbaarheid is afgenomen.

Complex
De relatie tussen organische stof en bodemvruchtbaarheid is complex, omdat bij bodemvruchtbaarheid ook de bodembiologie en bodemstructuur een rol speelt. ‘Ik heb tijdens mijn promotieonderzoek de onderzoeksgegevens geanalyseerd van twintig lange-termijnexperimenten in meerdere Europese landen. Gemiddeld is er geen positief effect van organische stof op de gewasopbrengst, maar in sommige specifieke gevallen is zo’n positief effect er wel.’

Bodemstructuur
Organische stof, toegediend in de vorm van organische mest, compost, gewasresten of groenbemesters, leidt tot een betere bodemstructuur op droge zandgrond en zware kleigrond, zegt Hijbeek. Ook zorgt de humus in een nat klimaat voor hogere opbrengsten. Ze komt op een positief effect van 3 tot 7 procent, afhankelijk van de omstandigheden. Dat positieve effect ziet ze niet bij graangewassen, maar wel bij knolgewassen als aardappel, suikerbiet, ui en wortel. In die gevallen loont het dus voor de boeren om te investeren in meer organische stof.

Positief
Doen ze dat ook? Nederlandse akkerbouwers staan positief tegenover organische stof, weet Hijbeek door een enquête onder 435 akkerbouwers. Negen van de tien boeren wil het percentage organische stof verhogen. Op kleigrond verbetert de organische stof de structuur en bewerkbaarheid van de bodem, stellen de boeren, op zandgrond houdt de organische stof meer water vast. Minpunt volgens de akkerbouwers: met mest en compost sleep je ook meer onkruid en ziekteverwekkers het perceel binnen.

Mestwetgeving
Verhoging van de organische stof in de bodem is echter niet zo makkelijk vanwege de mestwetgeving. Organische mest en compost bevatten stikstof en fosfaat en tellen dus mee in de mestboekhouding van de boeren. De roep om meer organische stof in de landbouw wordt vaak gecombineerd met een pleidooi voor een ruimer mestbeleid, weet Hijbeek. De overheid streeft naar evenwichtsbemesting, de boeren hebben graag wat meer mest, voor de zekerheid.

Klimaat
Meer organische stof in de bodem zou ook goed zijn voor het klimaat. Het is een vorm van CO2-opslag in de bodem, zeggen de voorstanders. Een betere bodemvruchtbaarheid gaat zo hand in hand met het klimaatdoel om de CO2-emissies te minderen. Hijbeek betwijfelt of dat altijd klopt. De organische stof kan ook een bron zijn van het broeikasgas lachgas of in de vorm van nitraat uitspoelen naar het grondwater, waardoor het milieuvoordeel weer verdwijnt.

Kringloop
Hijbeek: ‘Het is een kringloopverhaal. Je kunt niet zomaar de organische stof in de bodem verhogen, want die extra organische stof moet ergens vandaan komen in de vorm van biomassa. Afhankelijk van de manier waarop je die extra biomassa verkrijgt, is er milieuvoordeel. Als je de gewasopbrengst kunt verhogen met bijvoorbeeld betere zaden en daardoor meer gewasresten over hebt, dan heb je winst geboekt. De crux is om efficiënt biomassa te maken en de terugkeer van gebonden koolstof naar de atmosfeer te vertragen door deze vast te leggen in de bodem.’

Hijbeek promoveerde bij de leerstoelgroep Plantaardige productiesystemen.


Re:ageer