Organisatie - 13 maart 2008

Aldus sprak Kees de Hoog

Gezinssocioloog prof. Kees de Hoog, die in zijn columns zo graag de kachel mocht aanmaken met dikdoenerij, lompheid en valse pretenties, is niet meer. Op vrijdag 8 maart werd hij gecremeerd. Wageningers die geen afscheid van hem willen nemen, hoeven dat strikt genomen niet te doen. Want De Hoogs columns zijn er nog steeds.

Kees de Hoog in 1993
Over de Wageningse studenten van 1973, Wagenings Hogeschoolblad (WHB), 2 november 1977
‘De neo-provo’s waren goed gekleed. In schattige boetiekjes werden met papa’s geld leuke kleertjes gekocht. De betere parfums van mama waren ook op feestjes nog wel te ruiken. In 1973 is hierin de klad gekomen. De kleren werden vodden. De studenten gingen echt stinken. Ontelbaar waren de pukkels en puisten die ik in collegezalen ben tegengekomen. De studerende massa droeg afgedragen legerkleding. Een enkeling presteerde het zelfs een Chinese vechtpet op de vettige haren te dragen.’

Over de democratische universiteit, WHB, 4 mei 1979
‘Elke fatsoenlijke wetenschapper en geleerde student met enige ambitie is tenminste lid van drie vakgroepscommissies, twee roc-ledenraden, een smalle structuurcommissie, een raad en een algemene evaluatiecommissie. En daar zijn ze maatschappelijk en wetenschappelijk zeer nuttig bezig. Zij denken de lakeien te zijn van de geliefde democratie. Maar niets is ondemocratischer dan een commissie. Zie de pretenties, of zoals mijn buurman, de wijze socioloog, pleegt te zeggen: Kijk naar de waarden en normen van de commissieleden. De leden denken de smeerolie van de democratie te zijn, zij pretenderen verschillen te kunnen oplossen, zij begeleiden, zij regelen. Maar in wezen zijn zij oncontroleerbaar, werken zij in het geniep, dragen zij niet bij tot enige medezeggenschap. Zij vormen de nieuwe clique, de achterklap, de ongrijpbaren.’

Over het Engels als voertaal in Wageningen, Wb, 28 januari 1999
‘Onze Wageningse mannen van formaat gaan ervoor. Ze beseffen dat zelfs een briljante student van University College Utrecht na het behalen van zijn diploma nauwelijks Engels spreekt. Daarom gaan wij straks als eerste en enige kenniscentrum in Nederland in het Engels doceren. Want dat gaat middelbare scholieren trekken: ‘Shit man, English in Wageningen, te gek toch’. Daarom gaan we ook internationaliseren, want Engels is een wereldtaal en een wereldtaal trekt vanzelfsprekend voor het wereldtuin- en wereldlandbouwkenniscentrum buitenlandse studenten aan. Dat is goed, want we weten dat er eigenlijk geen buitenlandse student meer is die geen Engels spreekt: ‘Shit man, plenty shit in food valley Wageningen-Holland, man’.

Over de amerikanisering van de universiteit, verschenen in De Academie Van Het Ongewone Leven, 2000
‘De universiteiten zijn verMcDonaldiseerd. Bij deze vorm van amerikanisering scoort Wageningen hoog. Daarmee bedoel ik niet het merkwaardige gebruik om een publicatie in de East Texas Journal of Animal Sciences (met een oplage van tachtig exemplaren) hoger te waarderen dan een betoog met invloed op het regeringsbeleid in de Economisch Statistische Berichten. Noch verwerp ik de hedendaagse gastvrije gewoonte om ook in de collegezaal het Neder-Amerikaanse dialect te spreken omdat één Franstalige studente zich voor de cursus schijnt te hebben aangemeld. Neen, het akeligst van de Nederlandse versie van de Amerikanisering van de universiteit is dat een ieder die in het onderwijs leiding meent te moeten geven aan meer dan twee personeelsleden een op Amerikaanse leest geschoeide cursus management heeft moeten volgen. Terwijl deze cursussen zijn gebaseerd op het leiden van het productieproces van een griesmeelfabriek in Arkansas of in het gunstigste geval op het leidinggeven van een lokaal accountantskantoor in Iowa.’

Over de hoogleraar-directeur, in De Academie Van Het Ongewone Leven, 2000
‘Het verwerven van prestige en gezag via het beroep is niet verdwenen. We kennen bijvoorbeeld het beroep met de dubbele naam: de geneesheer-directeur, de procureur-generaal, kardinaal-aartsbisschop en de secretaris-generaal, alle mannen en soms een enkele vrouw van aanzien en formaat. Jarenlang heeft de universiteit dit idiote spel niet meegespeeld. Wij deden het, afgezien van de zielige en mallotige rang van universitair hoofddocent, met slechts één eerbiedwaardige functionaris met een dubbele naam: de rector magnificus. Hoe anders is de situatie nu. Onder druk van de gewoonte van het snelle bedrijfsleven kennen wij het fenomeen van de hoogleraar-directeur. De hoogleraar-directeur is geen gewone professor meer, hij is zelfs geen bijzonder noch buitengewoon hoogleraar. De hoogleraar-directeur moet het symbool worden van de ondernemende universiteit. Hij moet voor het bedrijfsleven worden wat de zeepverkoper in de witte jas in de tv-reclame is voor de huisvrouw. Geleerd en toch niet van gisteren.’

Over de voorgenomen sluiting van de kantines, Wb, 5 december 2002
‘Nu het College van Bestuur heeft besloten de kantines te sluiten is de restauratie van de vertrouwde machtstructuren in Wageningen voor een deel een feit. Het voetvolk, de studenten, de oio’s en aio’s zullen hun toevlucht moeten nemen tot gore automatenkoffie. Koffie die voor de test van het Algemeen Dagblad te min is om maar één woord over te schrijven. Het plastic bekertje is het symbool bij uitstek van de academische afhankelijkheid en ondergeschiktheid.’

Over Wageningse vergadertijgers, Wb, 3 april 2003
‘De vergadertijger wordt in Wageningen niet, zoals de brave korenwolf in Limburg, de schattige panda in China of zijn soortgenoot in Sumatra, met uitsterven bedreigd. Het tegendeel is waar. Vergadertijgers vormen een plaag, die een grotere bedreiging is voor het universitaire onderzoek dan de beverratten voor onze dijken. De vergadertijger leest al jaren geen boek of wetenschappelijk artikel meer, maar de vergadertijger is wel vraatzuchtig want hij leest alle oekazes, notulen en stukken die op zijn bureau belanden. De vergadertijger denkt dat hij belangrijk is, want in zijn eigen geheimtaal heet het dat hij de organisatie of het proces aanstuurt. En als de vergadertijger even de draad kwijt is, dan gaat het over targets, want targets moeten worden gehaald.’

Over vieze mannen, Wb, 17 november 2005
‘De vieze man is een ‘hoger geplaatste’ man die een vrouw pest. Hij wil helemaal niks van haar, hij wil van haar af. Daarom schuift hij haar een krant onder de neus met vacatures. Daarom laat hij haar zoeken naar de map met de onvindbare stukken. Daarom gaat hij over haar roddelen. Daarom vertelt hij aan Jan en Alleman dat zij teveel droge witte wijn drinkt en dat zij een veel te goedkoop parfum gebruikt. Terwijl hijzelf, de vieze chef, uit zijn mond stinkt en al sinds zijn studententijd geen deodorant meer gebruikt.’

Re:ageer