Student - 10 april 2018

Akkoord over basisbeursmiljoenen

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau

De minister van Onderwijs gaat van een afstandje toekijken hoe universiteiten en hogescholen de basisbeursmiljoenen inzetten. Medezeggenschap en onderwijsbestuurders mogen het samen uitvechten, staat in de nieuwe sectorakkoorden.

©Shutterstock

De twee sectorakkoorden (voor hbo en wetenschappelijk onderwijs) zijn op 9 april op een bijeenkomst aan de Vrije Universiteit Amsterdam ondertekend door minister Ingrid van Engelshoven en vertegenwoordigers van universiteiten, hogescholen en studentenorganisaties.

Door het afschaffen van de basisbeurs is studeren duizenden euro’s duurder geworden. Het hoger onderwijs krijgt daar honderden miljoenen voor terug en die zijn bestemd voor beter onderwijs. De akkoorden moeten het fundament leggen onder de beloofde kwaliteitsverbetering.

Basisbeurs
Studentenorganisaties ISO en LSVb balen nog steeds dat de basisbeurs is afgeschaft, maar zijn toch blij met deze uitkomst: studenten krijgen meer inspraak. Ook de universiteiten en hogescholen zijn in hun nopjes, want ze behouden hun autonomie: de minister bemoeit zich niet of nauwelijks met de afspraken.

‘Prachtig dat hiermee bestuurders, studenten en docenten zelf kunnen beslissen over de inzet van het geld dat is vrijgespeeld door het stoppen met de basisbeurs’, zegt de minister in haar persbericht.

Begeleiding
De komende tijd gaan universiteiten en hogescholen ‘voornemens en doelen’ op papier zetten over intensiever onderwijs, betere begeleiding van studenten, goede onderwijsfaciliteiten, bijscholing van docenten, studiesucces (waaronder toegankelijkheid en gelijke kansen) en talentontwikkeling ‘binnen en buiten de studie’.

Onderwijskeurmeester NVAO houdt een vinger aan de pols, maar het toezicht lijkt geen scherpe tanden te krijgen. De komende twee jaren zijn er sowieso nog geen consequenties als het helemaal misloopt tussen onderwijsbestuurders en de medezeggenschap. De basisbeursmiljoenen gaan zonder nadere voorwaarden naar het hoger onderwijs. Daarna bekijkt de NVAO of de plannen enig draagvlak hebben, aan de formele eisen voldoen en haalbaar zijn.

Misstap
Mocht de onderwijsinstelling een misstap maken, dan kan die in 2024 zeggenschap over een deel van het geld verliezen. Dat deel moet dan worden besteed aan plannen van docenten voor onderwijsverbetering (via de zogeheten Comenius-beurzen). Studenten worden dus niet de dupe als de onderwijsinstelling een misstap maakt, is het idee achter deze ‘straf’.

Deze toetsing van de NVAO moet zo min mogelijk bureaucratisch gedoe met zich meebrengen. Daarom wordt die meegenomen in een keuring die de meeste onderwijsinstellingen toch al krijgen: de instellingstoets kwaliteitszorg.


Re:ageer