Wetenschap - 1 januari 1970

Aids bestrijden met de computer

Het klinkt een beetje vreemd. De verspreiding van aids tegengaan met een computerprogramma. Maar met de digitale kaarten van Bas Vanmeulebrouk kunnen Zuid-Afrikaanse bestuurders bepalen waar ze moeten investeren in riolering en waterleiding. En die voorzieningen kunnen voorkomen dat hiv-patiënten aids krijgen.

'Ik voel me wel oud als ik zeg dat ik op sabbatical ben geweest', lacht drs. Bas Vanmeulebrouk. De 32-jarige software engineer van het Centrum voor Geo-Informatie werkte de afgelopen jaren 40 in plaats van 36 uur en spaarde daarmee voldoende tijd om een jaar met zijn vriendin naar Zuid-Afrika te gaan toen die daar een postdoc deed. Via de University of Cape Town kwam hij in aanraking met Cell-Life, een organisatie die klinieken voor aids-bestrijding ondersteunt met software en databeheer.
De aids-bestrijding in Zuid-Afrika bestaat voor een groot deel uit preventie. Er zijn wel medicijnen die aids remmen, maar die zijn voor de meeste mensen veel te duur. En zonder die medicijnen krijgen mensen met het hiv-virus vroeg of laat aids. De Zuid-Afrikaanse overheid probeert daarom de tijd tussen de hiv-besmetting en het ziek worden zolang mogelijk te laten duren.
Bij alle hiv-patiënten worden regelmatig de witte bloedlichaampjes geteld om te zien of ze aids hebben. Die cellen worden kapotgemaakt door het virus. Een half miljoen Zuid-Afrikanen heeft behandeling nodig voor het hiv-virus, dat is ongeveer één procent van de bevolking.

Townships
Een groot deel van de hiv-geïnfecteerden leeft in townships, arme buitenwijken die ontstonden in de tijd van de apartheid. Het ontbreekt daar nog vaak aan goede huisvesting, riolering, waterleiding en goede gezondheidszorg. Juist deze basisvoorzieningen zijn voor hiv-patiënten van belang. 'Iemand die geen toegang heeft tot riolering of schoon drinkwater, wordt eerder ziek', aldus Vanmeulebrouk.
Met het geografisch informatiesysteem (GIS) van Vanmeulebrouk kunnen bestuurders nu zien hoe het is gesteld met zulke basisvoorzieningen. De basis onder het systeem wordt gevormd door de data van een volkstelling uit 2001. Gebruikers kunnen in een internetbrowser inzoomen op buurten, waarbij ze gegevens kunnen invoeren over bijvoorbeeld de afstand die mensen moeten lopen naar een drinkwaterpunt, de riolering en de gezondheidszorg. Deze gegevens komen in een centraal computersysteem, van waaruit digitale kaarten gemaakt kunnen worden die aangeven hoe het in de diverse buurten met de basisvoorzieningen is gesteld. Kleurt een buurt rood, dan moet er nodig iets gebeuren. Groen betekent dat de voorzieningen op niveau zijn.
Met de kaarten hebben lokale bestuurders een argument in handen om aan bijvoorbeeld het stadsbestuur te vragen om te investeren in de riolering of de drinkwatervoorziening. Het stadsbestuur kan op zijn beurt inventariseren hoe het in de gehele stad staat met de basisvoorzieningen, en op basis daarvan besluiten waar en hoeveel te investeren. Het enige nadeel is dat de bestuurders zelf de gegevens moeten invoeren, geeft Vanmeulebrouk toe. 'Maar als ze er echt iets aan willen hebben, dan moeten ze het wel netjes invullen.' Twee studenten gaan het GIS nu verder uitwerken.

Privacy
Een van de problemen waar Vanmeulebrouk tegenop liep, was de privacy. In eerste instantie zou hij werken aan een GIS dat veel meer gericht was op de hiv-patiënten. In dat systeem zouden mensen die hiv-patiënten bezoeken via sms met hun mobiele telefoon gegevens over de patiënten in een database kunnen voeren. Vanwege de privacygevoeligheid kwam dat niet van de grond.
Het GIS mocht ook niet veel kosten. Vanmeulebrouk werkte daarom met open source software, programma's die door mensen samen worden ontwikkeld en waarvan de broncode gratis verkrijgbaar is. Licenties voor commerciële programma's waren te duur. Daarnaast moest het programma via internet snel en makkelijk bereikbaar zijn. 'In een breedbandland als Nederland is het moeilijk meer voor te stellen, maar mensen werken daar nog veel met modems model koffiemolen', vertelt Vanmeulebrouk.
Zijn werk in Zuid-Afrika heeft Vanmeulebrouk een ander idee gegeven over zijn werk in Nederland. 'Wat ik daar deed was toch van een andere orde dan wat ik hier doe. Ik werk nu aan een systeem dat de geschiktheid van grasland berekent voor de grutto.'

Martin Woestenburg

Re:ageer