Wetenschap - 1 januari 1970

Agrotechnologisch instituut moet met water en vuur spelen

Agrotechnologisch instituut moet met water en vuur spelen

Agrotechnologisch instituut moet met water en vuur spelen

De directiewissel bij het agrotechnologisch instituut ATO houdt verband met een meningsverschil over de strategie om uit de rode cijfers te geraken: groei versus consolidatie. Wat betekenen consolidatie en de bestuurlijke ingreep voor het ATO-onderzoek?

Twee innovatieve groei-adepten moeten het veld ruimen, wat hier en daar tot de angst leidt dat de vrije jongens in het onderzoek vogelvrij zijn verklaard. Anderzijds wijst een ingewijde op de positieve kant van de ingreep. Dit getuigt van daadkracht die bij DLO ver te zoeken was. Beter een verkeerde beslissing dan geen beslissing; dit houdt de dynamiek in stand.

De term consolidatie leidt in de wandelgangen tot onduidelijkheid. Volgens de boekjes leggen bedrijven zich dan toe op bestaande producten in traditionele markten. Voor een instituut voor innovatief onderzoek gaat dat niet op, omdat de marktwaarde juist gelegen is in het leveren van vernieuwende technologie. Bij het ATO moet consolidatie vooral duidelijk maken dat het instituut zijn orderportefeuille niet ongebreideld mag uitbreiden. Een pas op de plaats is nodig, of zoals ATO-woordvoerder Hans van der Schild het uitdrukt: Vroeger schoten we op alles wat langskwam, nu moeten we dat gerichter doen.

Dit betekent niet dat onderzoekers een pas op de plaats kunnen maken bij de acquisitie van opdrachten uit de markt. Als dat gebeurt, dondert de orderportefeuille van het ATO in elkaar. Het instituut draait meer en meer op kortlopende opdrachten - korter dan een jaar - en heeft relatief weinig meerjarige financiering van het ministerie van LNV. De ATO-onderzoekers moeten ieder jaar de helft van hun onderzoeksportefeuille vernieuwen. Voortdurende innovatie en klantenwerving blijft daarmee van levensbelang

De vraag is dus wat voor signaal het bestuur afgeeft met de bestuurswissel bij het ATO. Kostenbeheersing springt dan in het oog. Het management kan niet meer alleen sturen op acquisitie, maar moet ook de bedrijfsvoering en uitgaven strakker controleren. Het gevaar van die controle is dat er te veel interne procedures komen, waardoor de slagkracht op de markt wordt ondermijnd. Andersom zijn risicovolle investeringen en een gering kostenbewustzijn mede oorzaak van de ontstane tekorten. Controle - naar binnen kijken - en slagkracht - op de markt letten - zijn lastig te verenigen, vaak water en vuur. De kunst van het ATO is om met water en vuur te spelen. A.S

Re:ageer