Wetenschap - 1 januari 1970

Agressieve vetzuren uit vis beschermen tegen kanker

Agressieve vetzuren uit vis beschermen tegen kanker

Agressieve vetzuren uit vis beschermen tegen kanker


Toxicoloog drs Yvonne Dommels haalt in haar promotieonderzoek in één klap
twee theorieën onderuit die dieet- en gezondheidsgoeroes de laatste tien
jaar met verve hebben verkondigd.
Zo zou visolie eten de kans op darmkanker verminderen omdat het lichaam
daardoor minder van een celdelingbevorderende stof aanmaakt. En die visolie
zou je moeten innemen met voldoende antioxidanten, omdat anders schadelijke
agressieve radicalen ontstaan.
Niet dus.

Volgens een populaire theorie kunnen plantaardige onverzadigde vetten,
zoals die zitten in maïskiemolie en zonnebloemolie, de kans op darmkanker
verhogen. Het lichaam zet ze om in prostaglandine E2, een stof die de
celdeling bevordert. Tumoren doen het daarom beter als er meer
prostaglandine E2 aanwezig is, beweert de theorie.
Volgens dezelfde theorie werken vetzuren uit vis andersom. Naarmate de
inname van vetzuren van vis hoger is, maakt het lichaam minder
prostaglandine E2 aan, en meer van het niet erg actieve prostaglandine E3.
Omdat die stof de celdeling niet bevordert, en volgens sommige onderzoekers
allerlei zelfmoordmechanismen in kankercellen opstart, vermindert een dieet
met veel vetzuren uit vis en minder vetzuren uit planten de kans op kanker.
Dierstudies leken de theorie te bevestigen. Proefdieren die veel visolie
eten, hebben minder last van darmtumoren. En proefdieren die veel
onverzadigde vetzuren uit maïsolie en zonnebloemolie eten krijgen juist
vaker darmkanker.
Maar sinds Dommels weten we dat de theorie niet klopt. ,,Toen ik een
vetzuur uit vis aan darmkankercellen gaf, reageerden die zoals je zou
verwachten. Ze stierven. Maar toen ik de proef herhaalde met arachidonzuur,
een vetzuur dat het lichaam maakt van de celdelingbevorderende vetzuren uit
planten, stierven ze ook.’’ De plantaardige vetzuren zelf hadden geen
effect.
Er was dus iets anders aan de hand. ,,Arachidonzuur en visvetzuur hebben
veel dubbele bindingen. Daardoor kunnen ze makkelijk met zuurstof reageren
tot agressieve verbindingen die cellen kunnen doden. Die schadelijke
verbindingen zouden wel eens de verklaring kunnen zijn.’’ Om die theorie
van de natuurlijke chemotherapie te testen herhaalde Dommels haar proeven
met toevoeging van de antioxidant vitamine E. Vitamine E beschermt de
visvetzuren tegen reacties met zuurstof, en voorkomt dat de agressieve
verbindingen ontstaan. Gezondheidsgoeroes adviseren dan ook om vitamine E
samen met visolie in te nemen. Zonder antioxidanten als vitamine E, zeggen
de goeroes, doet visolie meer kwaad dan goed. Maar ook die theorie kan op
de helling. ,,Samen met vitamine E ontstonden de agressieve radicalen
inderdaad niet’’, zegt Dommels. ,,De darmkankercellen bleven leven.’’
Gezonde darmcellen hadden geen last van de natuurlijke chemotherapie door
visolie. ,,Gezonde cellen kunnen zich beschermen door antioxidanten aan te
maken’’, zegt de promovenda. ,,We konden met DNA-chips bijvoorbeeld zien
dat in gezonde darmcellen van ratten de productie van ferritine omhooggaat.
Dat is een eiwit dat ijzer bindt en zo voorkomt dat ijzer de vorming van de
agressieve stoffen bevordert.’’
Een teveel aan antioxidanten doet de beschermende werking van vetten uit
vis dus teniet. Toch pleit Dommels er niet voor om nu alle antioxidanten
uit producten die visvetzuren te halen. ,,Dan worden de vetten ranzig’’,
zegt Dommels. ,,Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.’’ Wat de optimale
hoeveelheid antioxidanten in die producten dan zou zijn is iets voor
vervolgonderzoek, denkt Dommels. | W.K.

Drs Yvonne Dommels promoveert op 12 september bij prof. Peter Jan van
Bladeren, bijzonder hoogleraar in de Toxicokinetiek en biotransformatie.

Re:ageer