Wetenschap - 1 januari 1970

Agrarisch natuurbeheer in Aarlanderveen effectief

Agrarisch natuurbeheer in Aarlanderveen effectief

Agrarisch natuurbeheer in Aarlanderveen effectief

In de twee Utrechtse polders Maarsseveen en Westbroek is het agrarisch natuurbeheer niet effectief geweest, stellen Wageningse onderzoekers. In Aarlanderveen in Zuid-Holland hebben de beheersmaatregelen echter wel gewerkt, blijkt uit onderzoek van de vereniging SOVON Vogelonderzoek Nederland en het Instituut voor Bos- en natuuronderzoek (IBN-DLO)


In Aarlanderveen wordt een zogeheten ruime jasbeleid gevolgd, waarbij boeren op een deel van hun percelen het maaien uitstellen terwille van de jonge weidevogels. De overheid wil dat zo'n 25 van de 175 hectare later wordt gemaaid, maar de boeren kunnen zelf kiezen welke percelen dat zijn. Vergeleken met omringende gebieden waar boeren het maaien op geen enkel perceel uitstellen, doen de grutto's het in Aarlanderveen veel beter. We hebben gekeken naar de overleving van de kuikens, vertelt drs Wolf Teunissen van SOVON, die het onderzoeksrapport net aan het schrijven is. Deze kuikens deden het in Aarlanderveen substantieel beter dan in de omringende landbouwgebieden.

De onderzoekers hebben de grutto's ook gevolgd via zendertjes in hun verenkleed. Dit leerde dat de grutto's veel meer gebruik maken van de percelen in Aarlanderveen dan van omringende percelen

Daarmee toont deze studie wel effect aan van agrarisch natuurbeheer, terwijl de studie van de Landbouwuniversiteit naar het agrarisch natuurbeheer in twee Utrechtse polders geen effect aantoont. De aanpak was verschillend. De SOVON en het IBN-DLO hebben alleen grutto's bestudeerd, de LUW heeft bijna honderd soorten bestudeerd en gekeken naar het voorkomen van vogels, planten en insecten. In Aarlanderveen is gekeken op een schaal van 175 hectare plus de omringende landbouwgebieden; in de Utrechtse polders is de studie gedaan op een veel kleinere schaal, namelijk twee maal zeven landbouwpercelen van driekwart tot drie hectare

Maar het verschil in uitkomst komt wellicht niet door de verschillende onderzoeksmethode, maar door de verschillen in beheer en natuurpotentie van de gebieden. Je had ook zonder de LUW-studie al kunnen weten dat de maatregelen in de Utrechtse polders niet veel natuur opleveren, meent drs Joost Reus van het Centrum voor Landbouw en Milieu in Utrecht. Je kunt in die streek nauwelijks weidevogels verwachten, omdat de omgeving uit bos, moerassen en ruigte bestaat. Vraag is dus of het hier eberhaupt zin had beheersovereenkomsten te sluiten. En als het om de vegetatie van de perceelranden gaat, hoefde je ook geen extra soorten te verwachten, omdat boeren aan de perceelranden bagger mochten deponeren. En met een arme vegetatie heb je ook weinig insecten. Het ruime jasbeleid in Aarlanderveen daarentegen blijkt erg goed te werken. Onze conclusie is dat zo'n mozaïek van weilanden met kort en lang gras die zo'n beleid oplevert, een optimale omgeving is voor weidevogels, aldus Teunissen. M.H

Re:ageer