Wetenschap - 8 februari 2001

Afrikaans bos gaat ten onder

Afrikaans bos gaat ten onder

Bescherming bossen heeft geen prioritet in West-Afrika

De bossen in West-Afrika verdwijnen in rap tempo. Boeren en boskapbedrijven verkwanselen de natuurlijke rijkdommen en Wageningse onderzoekers in het gebied zien het van dichtbij gebeuren. 'De hotspots van biodiversiteit hebben dringend bescherming nodig.'

Het is moeilijk voorstelbaar, maar door commerci?le houtkap verdwijnt elk jaar vier miljoen hectare Afrikaans bos, een gebied zo groot als Zwitserland. Veel Afrikaanse landen zijn al half leeg gekapt, zoals Ivoorkust in West-Afrika. "In Ivoorkust zijn maar een paar blokken bos over. Naast deze bossen zijn het nu vooral de uitgestrekte bossen in Liberia die beschermd moeten worden", zegt dr. ir. Lourens Poorter van de sectie Bosbouw van het departement Omgevingswetenschappen. Hij is een van de Wageningse onderzoekers die vindt dat de bescherming van de biodiversiteit in West-Afrika veel beter kan.

Al tientallen jaren zijn West-Afrikaanse landen als Ghana, Ivoorkust en Kameroen favoriete onderzoeksgebieden van Wageningse taxonomen en biologen. Zij doen veel inventarisaties naar bedreigde planten- en diersoorten. Ook vertoeven er veel bosbouwers, die zich vooral richten op bosreservaten en maatregelen bedenken voor een duurzamer bosbeheer. Maar het is dikwijls de vraag in hoeverre die maatregelen worden uitgevoerd. Overheden van Afrikaanse landen roepen vaak dat ze overgaan op duurzaam bosbeheer, maar in de praktijk komt hier weinig van terecht.

Levende doden

Het drama dat zich afspeelt in West-Afrika wordt duidelijk als je de ontbossing in het hele gebied in ogenschouw neemt: meer dan negentig procent van het oorspronkelijke regenwoud is al verloren gegaan. Het grootste deel is omgezet in landbouwgrond. Ook laten houtkapbedrijven veel bossen in zo'n slechte staat achter dat je niet meer kunt spreken van een gezond bos waarin planten en dieren kunnen overleven. Een recente studie van de Zoological Society in Londen laat zien dat er, lang na het vertrek van houtkapbedrijven, nog altijd veel planten en dieren kunnen verdwijnen. De landen Benin, Burundi, Kameroen, Kenia en Nigeria kunnen bijvoorbeeld meer dan een derde van hun aapsoorten verliezen, zonder dat het areaal bos nog kleiner wordt. Veel dier- en plantensoorten zijn niet levensvatbaar op de lange termijn. Dr. Guy Colinshaw van de Zoological Society noemt ze 'levende doden'. En er kunnen nog veel meer soorten uitsterven, omdat de ontbossing in een alarmerend tempo doorgaat. Milieuorganisaties voorspellen dat West-Afrika de komende veertig jaar ongeveer zeventig procent van het overgebleven bos zal kwijtraken.

"De bosdienst van Ivoorkust heeft veel voorstellen gedaan om de ontbossing door boeren tegen te gaan, maar de uitvoering is moeilijk in politiek onrustige tijden", zegt ir. Vincent Belign?. Vanuit zijn thuisbasis Ivoorkust coordineert hij een groot onderzoek naar de biodiversiteit en het management van West-Afrikaanse bossen, het zogeheten Ecosyn-project. Hierin werken bosbouwers, plantentaxonomen en biologen van Wageningen Universiteit en de universiteit Cocody uit Ivoorkust samen. zij werken onder meer aan een atlas over de bossen en de biodiversiteit, en een managementgids voor duurzaam bosbeheer. Belign? ziet de problemen die typisch zijn voor West-Afrika van dichtbij. Boeren vestigen zich illegaal in gebieden die officieel zijn beschermd - de nationale parken, reservaten en 'geclassificeerde' bossen. In Ivoorkust schat men het aantal illegale boeren op zo'n 400.000. De regering heeft beloofd de boeren te verplaatsen, maar er is niet genoeg geld en de politieke wil ontbreekt. Belign?: "Boeren zijn nu neergestreken in ongeveer 45 procent van de bossen buiten de parken en reservaten. Bescherming van deze bossen verloopt moeizaam, vooral omdat de internationale financi?le hulp hiervoor regelmatig wordt stopgezet als gevolg van politieke instabiliteit in het land." Een probleem is ook dat boeren soms niet weten dat ze in een beschermd bosgebied verblijven.

Stropers

Een sprankje hoop geeft het Ta? National Park in Ivoorkust, het grootste aaneengesloten stuk regenwoud dat in West-Afrika is overgebleven. In een gebied waar houtkapbedrijven en boeren de bossen met de grond gelijk maken, is het park een laatste toevluchtsoord voor dieren en planten. Onderzoekers van Ecosyn en Stichting Tropenbos doen hier al jaren onderzoek. Ze hebben aangetoond dat dit een belangrijke 'opslagplaats' is van de biodiversiteit uit de regio. Stropers zijn er echter nog in overvloed omdat ze hier gemakkelijk prooien vinden. Ook vestigen boeren zich aan de randen van het park en trekken naar binnen. Op advies van onder andere Stichting Tropenbos stelt het Parkmanagement mensen uit de lokale bevolking aan als parkwachters, maar het aantal zal sterk omhoog moeten om stroperij en illegale houtkap echt te bedwingen.

Recente inventarisaties van de Ecosyn-onderzoekers en Tropenbos wijzen uit dat het Tai National Park en andere parken in West-Afrika lang niet alle zeldzame soorten van de regio herbergen. Poorter van de sectie Bosbouw: "Onze inventarisaties op basis van herbariummateriaal laten zien dat vooral de bergachtige streken bijzonder veel zeldzame planten en bomen herbergen. Dit zijn relicten van de ijstijd, toen veel soorten alleen hier konden overleven. We zien de hotspots aan biodiversiteit in en rond de bergen van Noord-Guinea, Kameroen, Liberia en Ivoorkust." Andere belangrijke gebieden om te beschermen zijn volgens Poorter de natte bossen van Zuidwest Ivoorkust, Zuid-Liberia en de droge bossen in Ghana. Hier is de soortenrijkdom erg hoog en er komen veel endemische soorten voor, soorten die specifiek zijn voor een klein gebied en daardoor een grotere kans op uitsterven hebben.

Bosbranden

De onderzoekers zien vooral gevaren opdoemen in Liberia, het land dat tussen Ivoorkust en Sierra Leone ligt, en waar nog grote stukken ongerept bos voorkomen. Na jaren burgeroorlog gaf de overheid grote houtconcessies aan bedrijven uit Maleisi?. Belign?: "Ik denk niet dat boskap een directe bedreiging is voor de biodiversiteit. De zeldzame boomsoorten zullen bijvoorbeeld overleven omdat het niet mogelijk is alle vruchtbare bomen van een soort te kappen. Veel zeldzame bomen zijn ook niet bruikbaar voor houtkapbedrijven." Er zijn volgens hem wel grote indirecte bedreigingen: de commerci?le houtkap biedt kansen voor boeren omdat er een netwerk van wegen in het oerwoud wordt aangelegd.

Een gevaar is ook dat er eerder bosbranden optreden. Door de gaten in het kronendek van het bos droogt de onderste vegetatie sneller uit en vliegt het sneller in brand. Belign?: "Grote bosbranden treden vooral op na twee of drie jaar aanhoudende droogte, zoals in 1984. Er zijn wel manieren om dit te voorkomen: houtkapbedrijven moeten minder bomen per hectare kappen zodat het kronendek zo dicht mogelijk blijft. En de lokale bevolking zou mee moeten werken als brandwacht en bosbranden vroeg signaleren vanuit uitkijktorens. Essentieel is volgens Belign? dat de lokale bevolking betrokken wordt bij de bescherming van het bos, door bijvoorbeeld meer aandacht te schenken aan de waarde van niet-houtproducten zoals medicinale planten en vruchten.

De vraag is of ontwikkelingslanden zoals Ivoorkust en Liberia hun bossen kunnen blijven beschermen. Veel inwoners leven in armoede en zijn wanhopig op zoek naar land om gewassen te telen. In de komende jaren zal de groeiende bevolking in West-Afrika nog meer landbouwgrond nodig hebben en kan het voor de regeringen politiek onmogelijk zijn om de bossen te beschermen. Voor de meeste West-Afrikaanse landen vormt de export van hout de belangrijkste bron van inkomsten maar tot nu toe is nauwelijks iets ten goede gekomen aan het behoud van het bos. De Food and Agricultural Organisation van de VN (FAO) ziet enkele positieve ontwikkelingen in de bossector zoals eco-labelling van hout en het striktere bosbeleid van enkele Afrikaanse landen zoals Kameroen. Maar zolang er niet meer financi?le hulp en politieke druk komt van Westerse landen, is er weinig hoop voor het bedreigde bos van West-Afrika.

Hugo Bouter

Re:ageer