Wetenschap - 22 september 2010

Afrekenen met de gans

Nederland is hét ganzenland van Europa. Maar de opvang van al die ganzen kost ons handenvol geld. Het LEI rekende uit hoe het goedkoper kan. Ganzendeskundige David Kleijn van collega-instituut Alterra is het met de bevindingen niet eens. 'Symptoombestrijding', vindt hij. Door Roelof Kleis en Hans Wolkers.

Bordercollies verjagen overwinterende ganzen van een akker in het Friese Workum.
'Je kunt er de klok op gelijk zetten. 's Morgens half acht komen de grauwe ganzen en de kolganzen. En 's avonds half zes gaan ze weer terug. Een invasie is het. Mijn vrouw heeft er filmpjes van gemaakt. De lucht ziet zwart. Het zijn er duizenden.' Veeboer Frans Rigter, een kalme vijftiger met lichtblauwe ogen, maak je niet snel gek. Maar de ganzen lukt het. 'Ik word er gek van.'
Rigter is boer (80 koeien, 80 schapen) in de Maatpolder bij Eemdijk, provincie Utrecht. Zijn 35 hectare land zit ingeklemd tussen het Eemmeer en een 200 hectare groot reservaat van Natuurmonumenten. Toegegeven, qua overlast van ganzen kun je niet veel beroerder zitten. 'Dit is ideaal leven voor die ganzen. In het reservaat wordt niet gejaagd, het waterpeil staat er hoog. En in het Eemmeer kunnen ze beschut slapen.' 
Buiten de perken
Nederland is een eldorado voor overwinterende ganzen. Eten te over: sappig gras, oogstresten op het veld, wintertarwe. En overal meren, plassen en open water om veilig te slapen. Lekker weg in Luilekkerland. Maar boeren zitten met de schade. Om de boel in toom te houden zijn vijf jaar geleden foerageergebieden ingesteld: landbouwgronden waar ganzen (tegen vergoeding) ongestoord kunnen verblijven.
Maar de praktijk is weerbarstig. De ganzen laten de (dure) foerageergebieden deels links liggen. Gerichte bejaging en verjaging ten spijt: de gans is hardleers, slim en blijft steeds langer. Met explosief stijgende kosten voor opvang en schadevergoeding als gevolg.
Eigen rechter
Als we niets doen, kosten ganzen de schatkist over vier jaar 29 miljoen euro per jaar. Dat is zestig procent meer dan twee jaar geleden en bijna vier keer zoveel als vóór de invoering van de foerageergebieden. In opdracht van LNV rekende het Wageningse LEI een aantal alternatieven door (zie kader). Stoppen met het uitkeren van schade buiten de foerageergebieden is zo'n optie die geld oplevert.
Geen goed idee, vindt ganzenonderzoeker David Kleijn van het eveneens Wageningse natuurinstituut Alterra. 'Zo'n maatregel is niet verdedigbaar. Een boer die toevallig buiten zo'n opvanggebied ligt, is gedwongen op eigen kosten dure maatregelen te nemen om ganzen te verjagen, terwijl zijn buurman, die binnen het opvanggebied ligt, dergelijke kosten wel vergoed krijgt.' Het principe van opvanggebieden is dat je ganzen leert waar ze wel en niet mogen grazen, legt Kleijn uit. Maar dat werkt maar tot op zekere hoogte. 'Dat komt onder meer doordat de gans altijd de afweging maakt tussen hoeveel eten er in een gebied te vinden is en het risico dat-ie daarbij loopt. Je kunt je dan ook afvragen hoe groot de verjaaginspanning moet zijn om de ganzen effectief uit bepaalde gebieden te weren.'
'Dan zórg ik wel dat ze hier niet meer zitten!', reageert boer Rigter emotioneel. 'Ze zitten aan je brood. Ik zal er alles aan doen om ze weg te krijgen. Desnoods vergiftig ik ze, maar dat mag ik misschien niet zeggen', licht hij zijn heftige reactie toe. 'Ze eten je kostbaarste gras, je meikuil. Daarnaast lopen ze met die grote zwemvliezen je land kapot; en dié schade krijg je niet vergoed. En je krijgt de stront er voor niks bij. Die mest komt in je kuilvoer terecht en je weet niet wat voor ziekten ze mee kunnen brengen.'
Afschieten is zinloos
Actief populatiebeheer is volgens het LEI een andere mogelijkheid om de kosten te beperken. Dat betekent: meer ganzen afschieten. Maar ook dat is volgens Kleijn niet effectief. Hij rekent voor dat je alleen al voor kolganzen tussen de 150 duizend en 300 duizend exemplaren zou moeten schieten om de populatie met dertig procent in te laten krimpen. Daar komen nog zo'n 35 duizend tot 70 duizend grauwe ganzen bij.
Grootschalig afschieten helpt volgens Kleijn bovendien maar voor even. 'Als je, zeg, twintig procent van de dieren afschiet, keert er een kleinere populatie terug naar het broedgebied. Maar bij lagere dichtheden neemt de overlevingskans voor jonge ganzen toe, zodat de populatie daar snel weer op het ouder niveau komt.' Afschieten is daarmee in feite dweilen met de kraan open.
Verjagen en doden helpt echt niet, is de ervaring van Rigter. Twee keer per week nemen plaatselijke jagers de ganzen op zijn land op de korrel. Maar meer dan honderdvijftig ganzen schieten ze er in een heel winterseizoen niet af. 'Ganzen worden steeds slimmer. Als ze je auto aan zien komen, zijn ze al weg. Je krijgt ze niet onder schot. Schieten haalt niks uit.'
Onderzoek de broedgebieden
Eigenlijk is het allemaal symptoombestrijding, vindt onderzoeker Kleijn. Voor een beter zicht op de kosten moet je eerst de groei van de ganzenpopulatie in beeld krijgen. En daarvoor moet je niet hier zijn, maar in de broedgebieden in het noorden. Als je de draagkracht van die gebieden bepaalt, weet je volgens Kleijn waar je aan toe bent. 'Voor de zomerganzen in ons land gebeurt dat al. Maar voor de brand- en kolganzen, die in het hoge noorden broeden, is nog niets bekend. Die soorten hebben hun broedgebied uitgebreid toen de populatie toenam na het stoppen met de jacht. Daar zit een limiet aan. Als je die weet, kun je een groot deel van de onzekerheid over de ganzengroei wegnemen en weet je ook wat de maximale kosten over enkele jaren zijn.'   

Opvangen of afschieten?    
Kan de opvang van ganzen goedkoper? Ja, becijfert het LEI. Door geen schade meer uit te keren buiten de speciale foerageergebieden. Dat levert een besparing op van bijna twintig procent. Door intensiever te (ver)jagen zullen volgens de deskundigen vier van de vijf ganzen in opvang- en natuurgebieden trekken. Maar zeker is dat niet. Ganzen laten zich maar moeilijk sturen. Actief populatiebeheer is een alternatief. Dertig procent minder ganzen levert een besparing op van twintig procent. Dan moeten er elk jaar wel honderdduizenden ganzen worden gedood. De LEI-onderzoekers achten dat maatschappelijk onhaalbaar. Maar ze hebben wel een idee om afschot wat acceptabeler te maken: promoot ganzenvlees als natuurvriendelijk scharrelvlees. De meeste besparing (tot dertig procent) is haalbaar door te stoppen met het huidige opvangbeleid. Weg met de speciale foerageergebieden dus, want die kosten veel geld. Ganzen mogen weer verblijven waar ze zelf willen. Boeren hoeven geen ganzen meer te verjagen en krijgen schade vergoed met een eigen risico van 300 euro. Dat is in feite terug naar de situatie van voor 2005.

Re:ageer