Wetenschap - 17 januari 2002

Afplaggen van bossen goed voor cantharellen

Afplaggen van bossen goed voor cantharellen

In bossen die tien jaar geleden zijn afgeplagd, groeien nog steeds meer paddestoelen dan op plekken waar steeds een dikke laag dennennaalden de bodem bedekt. Dat biedt perspectieven voor de groei van cantharellen.

Dr Jacqueline Baar houdt zich bij het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving bezig met het opzetten van de teelt van paddestoelen die groeien op wortels van bomen. Tien jaar na het begin van haar promotieonderzoek kwam ze hiervoor terug in de Drentse bossen die ze had onderzocht en merkte dat het plaggen een lange nawerking heeft.

Het afplaggen van bosgrond bevrijdt paddestoelen als het ware. Door luchtverontreiniging met stikstof verteren de dennennaalden op de grond de laatste tientallen jaren niet goed meer en groeien er dichte grasmatten. Paddestoelen komen daar haast niet meer doorheen. Plaggen helpt. De vruchtlichamen - de zichtbare paddestoelen - komen weer tot ontwikkeling vanuit overgebleven onderaardse schimmeldraden of uit ingewaaide sporen.

In het onderzoek van Baar gaat het om mycorrhizapaddestoelen, die leven in symbiose met bomen. De bomen leveren suikers aan de paddestoelen en zij geven op hun beurt water en mineralen aan de bomen. Deze paddestoelen, waaronder de zeer smakelijke cantharel en eekhoorntjesbrood, kunnen dus alleen groeien in combinatie met bomen. Dat maakt ze lastig te kweken, anders dan de champignon, die op stro en paardenmest leeft.

Het is nog niet eenvoudig om ervoor te zorgen dat de paddestoelen goed aanslaan op de bomen. Zweedse onderzoekers hebben inmiddels patent aangevraagd op een methode om cantharellen te kweken en zijn bezig plantages aan te leggen. In Frankrijk zijn al truffelkwekerijen opgezet. | M.Hg

Cantharel in een geplagd dennenbos.

Foto Jacqueline Baar

Re:ageer