Wetenschap - 25 juni 2015

Afname diergeneesmiddelen stagneert

tekst:
Albert Sikkema

Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is in 2014, na jaren van flinke afname, nauwelijks verminderd. Dat blijkt uit de Maran-rapportage over antibioticagebruik en –resistentie in Nederland die vandaag is verschenen. Er zijn extra maatregelen nodig om de beoogde reductie met 70 procent te halen.

Het antibioticagebruik daalde in 2014 niet langer in de meeste veehouderijsectoren. Alleen in de melkveehouderij nam het gebruik vorig jaar nog flink af. In de vleeskuikensector nam het gebruik zelfs toe, na jaren van forse afname. Door dat lagere gebruik is ook de resistentie in dieren tegen antibiotica afgenomen, constateert de rapportage. Toch bestaat er zorg bij de deskundigen dat bacteriën resistent worden tegen steeds meer antibiotica, ook tegen de ‘laatste redmiddelen’ die de bacteriële infecties nu nog wel goed genezen. Daarom moet het antibioticagebruik in de veehouderij verder verminderen, adviseren ze.

Vorig jaar daalde het antibioticagebruik in de veehouderij met 4,4 procent ten opzichte van 2013. Sinds 2009 is het gebruik met 58 procent afgenomen. Een mooie prestatie, maar de doelstelling – een vermindering van 70 procent in 2015 ten opzichte van 2009 – wordt op deze manier waarschijnlijk niet gehaald, constateren de opstellers van de rapportage.

De afname in antibioticagebruik is nodig om de hoeveelheid antibioticaresistente bacteriën terug te dringen. Die resistentie is de afgelopen jaren verminderd, maar ook die stabiliseert nu. Een mooie maatstaf is de ESBL-producerende E.coli bacterie die resistent is tegen het antibioticum cefotaxime. Die werd vorig jaar aangetroffen in 67 procent van de vleeskuikens, 34 procent van de leghennen, 18 procent van de vleesvarkens en 9 procent van de koeien. Hoewel het aantal ESBL-kippen afnam, bevatten die kippen wel vaker ESBL’s die ook mensen infecteren, constateren de deskundigen. Dus moet, omwille van de volksgezondheid, het antibioticagebruik in de veehouderij verder omlaag.

Het Maran-rapport is opgesteld door het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van Wageningen UR, het RIVM, de, de voedsel- en warenautoriteit (NVWA), de Werkgroep Antibioticabeleid en de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa). De laatste organisatie is bij dierenartsen nagegaan hoe vaak ze antibiotica voorschrijven. Deze monitoring moet leiden tot gerichte adviezen aan dierenartsen en veehouders om het gebruik te minderen.

Ook hebben toeleverende bedrijven inmiddels nieuwe systemen op de markt om de diergezondheid in de veehouderij te verbeteren. Zo presenteerden bedrijven op de Open Innovatie Dagen van praktijkcentrum Sterksel op 19 juni onder meer waterreinigingssystemen en nieuwe stalconcepten om de gezondheid van varkens te verbeteren en daarmee het geneesmiddelenverbruik te verlagen.

Meer over de Maran-rapportages vind je hier





Re:ageer