Wetenschap - 20 december 2018

‘Afgestudeerde moet een superheld zijn’

tekst:
Luuk Zegers

Wageningen is voor het veertiende jaar op rij de beste universiteit van Nederland volgens de Keuzegids en de Nationale Studenten Enquête. Toch zijn er nog genoeg kansen om het onderwijs te verbeteren, vindt hoogleraar Educatie- en Competentiestudies Perry den Brok. Vier adviezen aan de universiteit.

Perry den Brok bij het beeld De Leermeester, dat voor de Leeuwenborch staat en in miniformaat jaarlijks wordt uitgereikt aan de Teacher of the Year. © Aldo Allessie

1.      Evalueer onderwijsinnovaties beter

‘De universiteit geeft elk jaar meer dan een miljoen uit aan onderwijsinnovaties. Dat is op zich goed, maar er valt wel iets op: bij de innovatieprojecten van de afgelopen drie jaar is er bij slechts 15 van de 88 iets van een evaluatie terug te vinden. Dat betekent dat er bij 80 procent van de innovatieprojecten geld is uitgegeven zonder dat je op een hoger niveau nagaat of dat wel succes heeft gehad. Een innovatieproject mag mislukken, maar dan wil je wel weten dat het is mislukt, en waarom. Falen mag, maar je wilt er een les uit trekken.’

Brok is voorzitter van het 4TU Centre of Engineering Education, een samenwerkingsproject van de drie technische universiteiten en WUR, vertelt hij. ‘Op de website van dat centrum staat een online innovatiemap, met een groot deel van de onderwijsinnovaties van die universiteiten, waarbij je ook kan zien welke lessen er uit welke projecten zijn getrokken. Door zoiets te gebruiken, voorkom je dat mensen telkens dezelfde fouten maken.’ WUR moet dus meer ‘evidence informed’ te werk gaan, stelt Den Brok. ‘Begrijp me niet verkeerd, het is heel goed dat er een innovatiefonds is. Maar zet nou een deel van dat budget apart voor evaluaties. Iets minder geld voor vernieuwing, iets meer voor het evalueren daarvan.’

2.      Maak het onderwijs flexibeler en meer modulair

Er was een tijd dat mensen dachten dat moocs (massive open online courses) de wereld op zijn kop zouden zetten, vertelt Den Brok. ‘Uiteindelijk blijkt het slechts een kleine stap voorwaarts te zijn. Toch heeft de mooc meer invloed op het onderwijs dan de meesten denken. Dankzij moocs leren we bijvoorbeeld hoe we beter met grote groepen studenten kunnen omgaan. Ook wordt onderwijs flexibeler en meer modulair. Bij moocs kun je voor bepaalde onderdelen een certificaat krijgen dat breder geldig is. Stel je voor: iemand komt hierheen om een opleiding te doen, maar die persoon heeft al bepaalde certificaten die wij accepteren. Dan kan die student daardoor korter over zijn opleiding doen.’

Wij kunnen als universiteit besluiten dat we voorop willen lopen in het life-long learning

Bij lerarenopleidingen wordt dit concept steeds meer toegepast, vertelt Den Brok. ‘Er is een tekort aan leraren en het is moeilijk om er studenten voor te werven. Het is een zwaar beroep, en studenten kiezen vaak eerst voor de inhoud. Later komen ze er pas achter dat het ze leuk lijkt om iets met kids te doen. Om het makkelijker te maken om het onderwijs in te gaan, worden lerarenopleidingen nu in modules opgedeeld. Studenten kunnen die doen in de keuzeruimte van hun bachelor of master. Zo kunnen ze deelcertificaten halen die ze bijvoorbeeld de bevoegdheid geven om in de onderbouw van het voortgezet onderwijs les te geven. Dat gaat bij sommige lerarenopleidingen elders al zo ver, dat ze kijken of het laatste deel van de master kan worden gedaan terwijl de studenten al werken. Je krijgt dan een soepele overgang: je haalt modules van de lerarenopleiding tijdens je inhoudelijke studie en vervolgens maak je – terwijl je al werkt – de lerarenopleiding af.’

Die flexibele, modulaire manier van opleiden kan nog veel breder worden uitgerold, vindt Den Brok. ‘Wij kunnen als universiteit besluiten dat we voorop willen lopen in het life-long learning. Dat wij voorlopers worden in modulair onderwijs.’

3.      Coach studenten bij het bepalen van hun koers

‘De afgestudeerde life-sciencestudent van de toekomst moet een soort superheld worden, met superkrachten’, zegt Den Brok. Hij doelt op een lange lijst eigenschappen waaraan alumni volgens de onderwijsvisie van WUR moeten voldoen. In willekeurige volgorde moeten ze onderzoekend en creatief denken; een neus hebben voor beleid en voor de markt; flexibel, analytisch en reflectief zijn; volleerd kunnen omgaan met wetenschappelijke kennis; kunnen schrijven, argumenteren en debatteren; intercultureel en interdisciplinair kunnen samenwerken; leiderschapskwaliteiten bezitten en streven naar excellentie.

De lijst is nog een stuk langer. Erg ambitieus, vindt Den Brok. ‘Je kunt er nooit helemaal aan voldoen. Daarom moet je als student keuzes maken: waar ligt jouw hart, jouw drijfveer, wat wordt jouw profiel? Er is ook steeds meer te kiezen, dus het maken van goede keuzes wordt steeds belangrijker. Je moet nu als student bijvoorbeeld ook bedenken of je graag met mensen werkt, advies geeft, of misschien meer een ondernemer bent, terwijl vroeger de focus meer lag op de inhoud alleen.’

Daarom moet je als student keuzes maken: waar ligt jouw hart, jouw drijfveer, wat wordt jouw profiel?

Ook na het afstuderen is het van belang om weloverwogen keuzes te maken, zegt Den Brok. ‘In een bedrijf kun je in situaties terechtkomen die ethisch wringen. Daar bereiden wij studenten nu onvoldoende op voor.’ Oplossing: meer coaching op het gebied van keuzes maken en professionele identiteit. ‘Studenten mogen nu vrij kiezen welke skills ze willen leren. Ze zouden moeten beargumenteren waarom ze ergens voor kiezen. Dan staan ze meer stil bij die keuze.’

4.      Stroomlijn het onderwijsecosysteem en ontwerp heldere leerlijnen

Het opleiden van ‘superhelden’ vraagt om een bijzondere leeromgeving, zegt Den Brok. ‘Ik heb het daarom liever over het onderwijsecosysteem. Bij leeromgeving denk je toch vooral aan traditionele colleges en onderwijsruimtes. In een ecosysteem is ook ruimte voor virtueel leren – online of in games – of leren door het schrijven van een businessplan, stages, eenvoudige commerciële activiteiten, Academic Consultancy Training of een Student Challenge.’

Veel componenten van zo’n modern onderwijsecosysteem zijn al aanwezig in Wageningen, ziet Den Brok. ‘Het is alleen vaak nog een beetje ad hoc. Nu lopen studenten vaak aan het einde van hun opleiding stage. Dan moet de student in één keer van alles kunnen dat niet of onvoldoende langskomt in eerdere vakken. Door vaardigheden die daar nodig zijn onderdeel te maken van je onderwijs, bereid je studenten daar beter op voor. Kortom: zoom uit en ontwerp leerlijnen voor die vaardigheden, waarin die losse componenten van het onderwijsecosysteem beter gestroomlijnd zijn.’