Wetenschap - 12 oktober 1995

Aernout Knibbe, vakgroep Ruimtelijke planvorming

Aernout Knibbe, vakgroep Ruimtelijke planvorming

De entourage stemt enigszins treurig. Voor het colloquium van Aernout Knibbe staat niemand trappelen. Naast begeleider Erik Jurgens zijn nog twee studenten deze donderdagmiddag naar de grote collegezaal van de Hucht gekomen. Knibbe's optreden valt samen met het jaarlijkse vakgroepsuitje, meldt Jurgens. Vandaar. Maar dat is toch niet voor studenten? Nee, dat niet, moet Jurgens beamen. Knibbe neemt de stok ter hand, legt het eerste vel op de overhead en steekt voor vier rijen lege stoelen van wal.

Van september 1994 tot februari 1995 verbleef Aernout Knibbe aan de universiteit van Kiel, in het kader van het Erasmus-uitwisselingsprogramma. Daar analyseerde hij een project voor natuur- en landbouwontwikkeling in het biosferenreservaat Schorfheide-Chorin, in de voormalige DDR. Het reservaat is een stuwwallenlandschap met bossen, meren en landbouwgronden. Het ligt zo'n zeventig kilometer ten noordoosten van Berlijn en is met 1300 vierkante kilometer ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Schorfheide-Chorin telt slechts 27 bewoners per vierkante kilometer; natuur en extensieve landbouw bepalen het gebied. Het is het domein van kraanvogels, zwarte ooievaars, steenarenden, herten, reeen, en zeldzame plantensoorten. Schorfheide-Chorin was vroeger niet voor niets het jachtgebied voor de hoge partijbazen", weet Knibbe.

Het eerste wat me opviel was de natuurlijke situatie van het landschap en de grote percelen landbouwgrond, soms meer dan honderd hectare," vertelt Knibbe later. Onder het communistisch regime was grootschaligheid een van de voornaamste karakteristieken van het grondgebruik. Na de val van de muur deed in het vroegere Oost-Duitsland een nieuwe maatschappijvorm zijn intrede en kwam de herinrichting van het landschap aan de orde. In dit licht werd voor het reservaat Schorfheide-Chorin een zogeheten Gesamtverbundprojekt opgezet. Het project wil een methode ontwikkelen om het cultuurlandschap te behouden door enerzijds de natuur en anderzijds de landbouw te ontwikkelen.

Knibbe bestudeerde projectnotities, bezocht diverse malen het terrein en vergeleek de Duitse werkwijze met de Nederlandse plannen van aanpak. Daarvoor nam hij met name de Gelderse Vallei uitvoerig onder de loep.

Het colloquium blijkt een tamelijk theoretische uiteenzetting vol termen als Arbeitsschwerpunkte, Aufgabestellungen en Themecomplexe. De manier van ontwikkelen over de grens blijkt inderdaad te verschillen van de Nederlandse, concludeert Knibbe. De Duitse landschapsjongens laten de ontwikkelingsvisie voor een het gebied bepalen door minutieus en diepgravend onderzoek, waarbij ze niet schuwen zaken als plantengemeenschappen uit te drukken in waarderingscijfers. Zonder dat ze zich verder bekommeren om het maatschappelijk draagvlak komt uit deze berekeningen een ontwerp te voorschijn.

Nee, dan gaat het er in Nederland anders aan toe. Hier staat het beleid voorop. Een eventueel ontwikkelingsplan moet in meer of mindere mate door de samenleving wordt gedragen. Pas dan volgt een concreet ontwerp. Knibbe vergelijkt het ontwikkelen van een landschap met de inrichting van een nieuwe woning. In Duitsland zeggen plannenmakers: Dit en dat willen we in ons huis; vervolgens meten ze het huis op. In Nederland meten ze eerst en bepalen aan de hand daarvan wat ze in huis kunnen en willen hebben."

De problematiek in de voormalige DDR interesseert Knibbe zeer. De landschapsontwikkeling die daar aan de gang is, is toch een eenmalige gebeurtenis." Na zijn periode in Kiel verkaste Knibbe derhalve voor nog eens een maand of vier naar een plaatsje aan de grens met Polen. Daar in het Oder-voorland, waar uiterwaarden zonder dijken voor een bijzonder landschap zorgen en waar vogels en kikkers in groten getale bivakkeren, schreef hij een landschapsplan voor de gemeente Lepschin. Vanzelfsprekend in het Duits, hetgeen Knibbe als een tamelijk zware bevalling ervoer, ondanks een cursus Duits voor Erasmusstudenten.

Zijn liefde voor natuur en landschap ontwikkelde Knibbe al op jonge leeftijd, als lid van de Nederlandse jeugdbond voor natuurstudies. In november studeert hij af. Het liefst wil ik dan iets gaan doen met de combinatie van cultuurtechniek en planologie. Bijvoorbeeld kijken hoe ontwikkelingsvisies tot stand komen. Het pure onderzoek interesseert me eerlijk gezegd niet zo."

Re:ageer