Wetenschap - 1 januari 1970

Advies: meer kappen

Goed gekapt bos past zich beter aan.
Ook bossen moeten zich aanpassen aan een warmer wordend klimaat. Beheerders kunnen het aanpassingsvermogen van een bos verbeteren door vaker te kappen. Het niets-doenbeheer dat in zwang raakt in Europa, is een slechte keuze. Dat blijkt uit een studie van Alterra en vijf andere Europese onderzoeksinstellingen.

Drie beheersvormen van beukenbossen zijn onderzocht: niets doen, een schermkapsysteem en een groepenkapsysteem. Onderzoeksleider dr Koen Kramer van Alterra: ‘Tegen onze verwachting in kwam het aanpassingsvermogen van natuurlijke beukenbossen dat met rust wordt gelaten, niet als beste uit de bus. Regelmatig ingrijpen vermindert het risico op een slecht aangepast bos.’
Het blijkt belangrijk om frequent te kappen zodat een jong bos met veel concurrentiedruk ontstaat. De bomen die het beste groeien in een warmer klimaat blijven dan uiteindelijk over.
Kramer: ‘In de context van klimaatverandering wordt vaak beweerd dat bomen zich niet aan zouden kunnen passen omdat de klimaatverandering zich binnen hun levensduur voltrekt. Voor individuele bomen is dat natuurlijk zo, maar niet voor een bos. Immers, Selectie vindt vooral plaats tijdens de verjonging waarbij het aantal bomen van tienduizenden tot enkele honderden per hectare wordt gereduceerd en de best groeiende individuen overblijven.’
De onderzoekers concludeerden uiteindelijk dat het groepenkapsysteem het beste werkt. Hierbij maken bosbeheerders eens in de circa tien jaar gaten met een doorsnee variërend van 200 tot 2000 m2 in het bos. Na zo'n tien keer gaten maken, is in honderd jaar het hele bos behandeld. In dit systeem is het verjongingsinterval dus erg kort en is de snelheid van genetische aanpassing groot.
Het schermkapsysteem komt minder goed uit de bus als het gaat om het aanpassingsvermogen van het bos aan het klimaat. Dat systeem wordt wel in grote delen van Europa toegepast. Hierbij kappen beheerders om de 120 tot 150 jaar bijna alle bomen. Enkele tientallen bomen blijven staan. De verjongingscyclus is dus langer dan bij het groepenkapsysteem.
Alterra heeft een bestaand bosontwikkelingsmodel uitgebreid met een genetische module voor adaptieve kenmerken. Het beschrijft de genetica (overerving en transmissie van genen door verspreiding van pollen en zaden) van kenmerken die er voor de overleving van de boom toe doen, zoals fenologie en hoogtegroei.
In overleg met bosbeheerders in de verschillende landen zijn bosbeheer scenario's gedefinieerd en deze zijn vervolgens met behulp van het model voor de duur van 300 jaar doorberekend. Kramer: ‘Dit model is een belangrijke innovatie. Het is het allereerste model dat de genetica van adaptieve kenmerken simuleert en dat gekoppeld is aan een ecofysiologisch model waarin daadwerkelijk selectie door omgevingsfactoren meegerekend kan worden.’/ HB

Re:ageer