Organisatie - 31 januari 2008

Activisme bracht Studium Generale tot bloei

Uitpuilende zalen, hevige debatten en tolken die bijna met elkaar op de vuist gaan. In de jaren zeventig en tachtig was gebouw De Wereld in Wageningen vaak te klein voor de ‘vormingsactiviteiten’ van Studium Generale (SG). ‘We moesten regelmatig uitwijken naar de Aula of grote collegezalen’, herinnert voormalig SG-hoofd Joost Meulenbroek zich.

Studentenprotest in de jaren 70
Studentenprotest in de jaren 70

Foto: Historische archief FB

Met een tentoonstelling in Forum van posters uit de afgelopen dertig jaar probeert Studium Generale Wageningen anno 2008 meer studenten te lokken naar haar vormende activiteiten rond wijsbegeerte, politiek, kunst en literatuur. In tegenstelling tot een paar decennia geleden loopt het de laatste jaren niet storm. Een kijkje in de geschiedenis leert dat dit waarschijnlijk samenhangt met het maatschappelijke klimaat én de mate waarin studenten betrokken worden bij de samenstelling van het programma.
De wens om Nederlandse studenten naast vakinhoudelijke kennis ook andere bagage mee te geven, ontstaat vlak na de bevrijding. Bij de Landbouwhogeschool krijgt de brede educatie vorm in zogenaamde aulavoordrachten. En in 1950 wordt – naar het voorbeeld van universiteiten en op nadrukkelijk advies van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen – in Wageningen een commissie Studium Generale opgericht.
Vooral socioloog prof. R. van Lier werpt zich op als groot stimulator van SG. In zijn ijver gaat hij erg ver. Zo belt hij persoonlijk tijdens de mensamaaltijden naar de studentensociëteiten om te zeggen dat er ’s avonds een magnifieke lezing wordt gehouden ‘die geen student mag missen’. Toch bleef de deelname van studenten beperkt tot een schamele vijf procent. Volgens de Wastra – de toenmalige Wageningse studentenraad – hebben studenten in de avonduren wel iets ‘aangenamers’ te doen. Bovendien vindt zij het aanbod te ‘streng-wetenschappelijk’ en ‘vaak onbegrijpelijk’. Ze adviseert in 1956 daarom de studenten zelf te betrekken bij de activiteiten.
Een gouden tip die pas zo’n tien jaar later gevolg krijgt bij de ‘echte oprichting’ van Studium Generale in 1968. Rector prof. Fokke Hellinga geeft de voordrachten een vaste plaats in het collegerooster en werpt zich op als propagandist. ‘Als men zich later een plaats als academicus in de maatschappij wil verwerven, zal men zich nauwelijks de weelde kunnen veroorloven het Studium Generale te negeren’, zo schrijft hij in 1968.
In de SG-commissie nemen studentleden zitting, die voortaan bovendien de taak krijgen de sprekers voor het publiek in te leiden. Studium Generale, dat vanaf 1976 zetelt in voormalig hotel De Wereld, begint met het bundelen van initiatieven van derden. Zo krijgt het meer en meer een forumfunctie voor studenten en medewerkers. Bovendien deint SG mee op de golven van democratisering en activisme die Wageningen overspoelen. Volgens de nota uit 1979 rekent het ‘maatschappij-analyse en -critiek’ tot haar doelstellingen en wil SG het ‘studenten mogelijk maken geargumenteerd stelling te nemen in politieke vraagstukken’.
Joost Meulenbroek, van 1975 tot 1990 hoofd van Studium Generale, herinnert zich talrijke levendige lezingen en debatten in ‘bomvolle zalen’. Jaarlijks nemen ruim twintigduizend bezoekers deel aan activiteiten rond onderwerpen als anarchisme, alternatieve landbouw, kernbewapening, Israël en de Palestijnen, apartheid, onderwijsvernieuwing, het militair-industrieel complex en vrouwenemancipatie.
‘We organiseerden zoiets nooit in ons eentje, maar altijd met mensen die op dat gebied al actief waren’, zegt Meulenbroek. ‘Via hun netwerk kreeg je toegang tot goede sprekers en ook meer bezoekers. Iedereen nam een eigen groepje mede- of tegenstanders mee en dat leverde lekker felle debatten op.’
Het meest hectisch ging het er in 1979 aan toe, tijdens een programma over vijf jaar Anjerrevolutie in Portugal. ‘De voor- en tegenstanders zaten toen met rode koppen in de zaal en de tolken gingen bijna met elkaar op de vuist.’

Re:ageer