Organisatie - 24 april 2008

‘Actieve student verdwijnt'

De leerrechten die in 2008 worden ingevoerd maken het voor studenten veel minder aantrekkelijk om naast de studie actief te zijn bij bijvoorbeeld studentenverenigingen. Dat geluid was dinsdag 21 november te horen tijdens een debat met de staatssecretaris van onderwijs Bruno Bruins op studentenvereniging KSV St. Franciscus in Wageningen.

Studenten debatteerden op KSV met de staatssecretaris van onderwijs over de toekomstplannen van het hoger onderwijs.
Studenten debatteerden op KSV met de staatssecretaris van onderwijs over de toekomstplannen van het hoger onderwijs.

Foto: Guy Ackermans

Aanleiding voor het bezoek van Bruins was het recente wetsvoorstel over de invoering van leerrechten per september 2008. Dit leidde de afgelopen maanden tot de nodige onrust bij zowel onderwijsinstellingen als studenten. ‘Ik ben inmiddels afgestapt van het idee om van iedereen goedkeuring te krijgen’, zegt Bruins. ‘Maar ik wil wel proberen iedereen ervan te overtuigen dat leerrechten het hoger onderwijs in Nederland zullen verbeteren.’
Wageningse studenten betwijfelen dat. Zij verwachten eerder een achteruitgang van de kwaliteit van het onderwijs. Bovendien maken zij zich zorgen over de mogelijkheid actief te zijn bij verenigingen. Want nevenactiviteiten gaan ten koste van de individuele leerrechten.
Studenten die er een jaar tussenuit gaan om bijvoorbeeld een studentenvereniging te besturen krijgen daar geen extra leerrechten voor. Maar na een vertraging van twee jaar stijgen de kosten voor een collegejaar sterk. Het is al moeilijk genoeg om de studie binnen de gegeven tijd af te ronden. Een jaar minder leerrechten door nevenactiviteiten legt de lat nóg hoger. Dit ontmoedigt studenten om actief te zijn naast hun studie, zeggen vertegenwoordigers van studentenvakbond WSO en de studentenraad.
Bruins adviseerde de studenten zich uit te schrijven gedurende de periode dat ze hun studie op een lager pitje zetten. ‘Maar ingeschreven staan is juist een voorwaarde om financiële vergoeding te krijgen’, merkt één van de toehoorders op. ‘Daar moet de student dan afspraken over maken met de universiteit’, reageert Bruins. ‘Ik ga ervan uit dat als de universiteit werkelijk actieve studenten wil, daar over valt te discussiëren.’
Maar de studenten zien de bui al hangen: hoe zit het met ander vrijwilligerswerk dan bestuursfuncties, zoals kroegcommissaris binnen een vereniging? ‘Moet de overheid dan opdraaien voor alle nevenactiviteiten van de studenten?’, reageert Bruins.
Toch twijfelen de toehoorders. ‘Juist nevenactiviteiten zijn belangrijk. Academisch onderwijs betekent ontplooiing op meerdere vlakken. Die mogelijkheden moeten er dan toch zijn?’
‘Natuurlijk is dat belangrijk’, zegt Bruins. Maar hij benadrukt tevens dat aspecten als de gezelligheid van een studiestad of een ruim kameraanbod niet de studiekeuze moeten bepalen. ‘Het is de kwaliteit van het onderwijs die straks doorslaggevend moet zijn in de studiekeuze. De rest is ondergeschikt. Je bent eerst en vooral student om te studeren’, aldus Bruins.

Re:ageer