Wetenschap - 23 februari 2011

Achtduizend paar ogen en oren

Met zo'n achtduizend vrijwilligers is De Natuurkalender in tien jaar tijd uitgegroeid tot het belangrijkste platform voor natuurobservatie in Nederland. De Wageningse website is een publiekslieveling en een publiciteitskanon, maar grondlegger Arnold van Vliet weet ook: 'Wetenschap vormt de basis'.

1-cover-hazelaar.jpg
Zo'n 1500 krantenartikelen in tien jaar, dat is een 'publicatiescore' waar geen andere Wageningse groep in de verste verte aan kan tippen. Tel daar ook nog eens de talloze optredens bij op voor televisie, in journaals of bij Vroege Vogels en je komt uit bij Arnold  van Vliet, grondlegger van de Natuurkalender. 'Dat had ik tien jaar geleden absoluut niet voorzien', zegt de mediabioloog op zijn werkkamer bij Milieusysteemanalyse in het Atlas-gebouw. 'Maar het belangrijkste is natuurlijk dat we daardoor veel impact hebben. De Natuurkalender maakt klimaatverandering zichtbaar voor een breed publiek, tot in je eigen achtertuin.'

Ruim tien jaar geleden legde Van Vliet de basis voor zijn publicitaire succes bij het radioprogramma Vroege Vogels. Daar vertelde hij op een zondagochtend over zijn specialiteit, de fenologie: de invloed van weer en klimaat op periodieke verschijnselen in de natuur, zoals de bloei of de terugkeer van trekvogels. Tijdens het interview kwam hij op het idee om de luisteraars te vragen fenologische waarnemingen door te geven.
'Behoorlijk naïef', beoordeelt hij die uitlating nu. 'Ik realiseerde me op dat moment totaal niet dat er een half miljoen natuurliefhebbers naar dat programma luisteren. Binnen twee weken meldden zich 2000 vrijwilligers aan. Die moesten we informeren; we moesten formulieren maken en rondsturen terwijl we eigenlijk nog niets hadden.
Inmiddels is de Natuurkalender uitgegroeid tot een geoliede machine rond de website www.natuurkalender.nl met daarop niet alleen waarnemingen en informatie over planten- en diersoorten maar ook de Natuurverwachting - welke planten, vlinders en libellen zijn er momenteel in the picture - en de nieuwsservice: Natuurbericht.nl. Een team van drie deeltijdcollega's van Van Vliet en een aantal  bevriende organisaties helpen mee met de website en analyse van de gegevens, die worden aangedragen door ruim achtduizend geregistreerde waarnemers (leeftijd veelal tussen de 45 en 65; iets meer  vrouwen dan mannen, keurig verspreid over het land). Samen houden die bijna driehonderd planten- en diersoorten in de gaten. 'Er zijn heel veel mensen die altijd al natuurgegevens bijhielden, thuis in een schriftje. Die vinden het leuk, denk ik, als hun waarnemingen bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek', aldus Van Vliet. 'Er zitten veel mensen bij met een behoorlijke natuurkennis, maar we houden de drempel bewust laag. Iedereen die een sneeuwklokje kan herkenen, mag meedoen.'
Raakt je databestand dan niet vervuild door kneuzen, of anders wel fraudeurs?   
'Natuurlijk krijgen we heel soms waarnemingen binnen van mensen die een geintje willen uithalen of die zich overduidelijk vergissen. Aan de andere kant: je moet ook niet op voorhand alle extreme waarnemingen van de hand wijzen. In 2007 stond het fluitenkruid door de warme omstandigheden al in januari in bloei. Om uitersten, bijvoorbeeld over de datum van de bladontplooiing, minder door te laten werken, gaan we altijd uit van de middelste, de mediane waarneming. Zijn er dertig waarnemingen binnen, dan hebben we een betrouwbare karakterisering van het betreffende jaar.' 
Lukt dat altijd?
'Nou, nee. Van bijvoorbeeld de verkleuring van de berkenbladeren in de herfst krijgen we maar heel weinig gegevens binnen. Gelukkig zijn er dan de schoolklassen; die geven wel veel herfstwaarnemingen door in het kader van het Natuurkalender educatieprogramma.
Wat goeddeels is mislukt, is het verzamelen van gegevens over landbouwgewassen. In die tien jaar heb ik de agrariërs daar niet warm voor kunnen krijgen. Misschien heeft Natuurkalender te veel een natuur-imago, of werkt onze relatie met Vroege Vogels averechts omdat die wel eens kritisch zijn over de landbouw. Maar het frustrerende is, dat in veel andere Europese landen landbouwgewassen juist wel een belangrijke rol spelen in de fenologienetwerken. Dat het hier niet lukt, daar baal ik best wel van. Waarom? Dit is Wageningen Universiteit, ja.' 
Hoe is het met jullie wetenschappelijke output? Kun je op grond van deze waarnemingen wetenschap bedrijven?   
'Een paar jaar terug is er mede door ons een meta-analyse uitgevoerd met lange tijdreeksen van fenologiegegevens uit 21 landen. De resultaten daarvan speelden  een belangrijke rol bij de conclusies van het IPCC over de invloed van het klimaat op de natuur. Onze vrijwilligers leveren dus belangrijke bouwstenen voor het onderzoek. We moeten wel nog meer resultaten publiceren. Er ligt een schat aan materiaal, maar op dit moment is het erg moeilijk voor toegepast onderzoek financiering te krijgen; er loopt momenteel geen enkel AIO-project. Misschien heeft dat er ook mee te maken dat men ons vooral kent als communicatiekanaal, niet zozeer van de wetenschap.'
Dat laatste is wel de essentie van een universiteit.
'Wetenschap vormt absoluut de basis van De Natuurkalender. Daarnaast wordt maatschappelijk publiceren gelukkig ook steeds belangrijker voor de onderzoekswereld. Bij de evaluatie van onderzoeksschool SENSE is Milieusysteemanalyse beoordeeld als de beste milieugroep van Nederland, onder meer vanwege de maatschappelijke relevantie.'
 
Raken de media niet zo zoetjes aan op jullie uitgekeken?
'Die indruk heb ik niet, integendeel. Al die kranten, websites en radio- en tv-programma's moeten elke dag weer vol. Onze kracht zit in de actualiteit, ons referentiekader en  de zichtbaarheid. Als het KNMI meldt dat het voorjaar warmer is dan normaal, dan kan de Natuurkalender direct reageren: bijvoorbeeld, dat het speenkruid twee weken voor ligt op schema. Komt er een cameraploeg, dan gaan we ook naar het speenkruid kijken. En het is helemaal mooi als we een mogelijke verklaring leveren, of als er een link is naar sociaal-economische thema's. Dat wordt ook voor óns steeds belangrijker, voor het creëren van nieuwe  bronnen van inkomsten.'
Heb je die nodig?
'Mijn salaris wordt betaald door de universiteit; we hebben wat sponsors, maar op de lange duur heeft de Natuurkalender een bredere basis nodig. De strijd om geld, dwingt ons steeds nieuwe projecten te bedenken en andere contacten aan te boren. Daarin zijn we opportunisten; waar we kansen zien, daar stappen we in. Momenteel is er bijvoorbeeld overleg over een samenwerking met de regionale dagbladen van Wegener. Daarnaast focussen we meer en meer op maatschappelijke terreinen die raakvlakken hebben met de timing in de natuur. Ik verwacht dat gezondheidsaspecten de komende jaren een belangrijker rol gaan spelen bij de Natuurkalender.'
'Gezondheid? Is dat niet erg branchevreemd?  
'Dat valt mee. Een voorbeeld is de Allergieradar.nl, een samenwerkingsproject met onder andere het Leids Universitair Medisch Centrum. Inmiddels geven 1200 patiënten aan hoe ernstig hun klachten zijn en wij zijn in staat die klachten te koppelen aan het bloeien van allerlei planten. Uiteindelijk moet dat leiden tot een betere hooikoortsverwachting. Veel hooikoortsmedicijnen werken alleen als je ruim van tevoren begin met slikken; een tijdige waarschuwing kan dan ook flink schelen in het ziekteverzuim. Ook daarbij kan de Natuurkalender een belangrijke rol spelen.' 
Op insectensafari
Ter gelegenheid van het tweede lustrum van de Natuurkalender organiseert Arnold van Vliet, samen met een groot aantal andere organisaties, in mei de INSECTENexperience, een festival over zowel de leuke als de lastige aspecten van het kriebelende grut. De aftrap van het festival is op 25 mei in CineMec Ede met een avond met 3D-insectenfilms, cabaret en inhoudelijke bijdragen. De dagen erna volgen een insectenfilmfestival, een symposium voor groen- en terreinbeheerders, en een training voor docenten van het voortgezet en het groene onderwijs, hoe zij aandacht kunnen besteden aan insecten. Zaterdag 28 mei is het hoogtepunt: een groot publieksevenement rond Forum en Radix. De bezoekers kunnen daar onder meer op insectensafari in de bodem, onder water of in de lucht. Voor deze dag ontvangen ook de achtduizend waarnemers van de Natuurkalender een uitnodiging. 'We hebben nooit wat voor deze mensen gedaan', aldus Van Vliet. 'Het lijkt ons leuk die een keer naar Wageningen te halen om kennis te maken.'

Info: www.insectenexperience.nl
Jeanette's eerste wulp
'Vandaag hoorde ik voor het eerst weer de roep van de wulp; die heerlijke jodel', vertelt Jeanette Essink uit Koekange in Drenthe. 'Die eerstelingen elk jaar, dat is kicken, een vogel die ineens terug is, een bloem die weer bloeit; dat is een soort weerzien met oude bekenden. In 2006  was mijn eerste waarneming van de wulp ook op 18 februari; in andere jaren altijd een paar dagen later.'
Al vanaf het prille begin van de Natuurkalender werkt Essink mee als waarnemer. Bovendien is ze vaste inspreekster van de Fenolijn, onderdeel van het radioprogramma Vroege Vogels. 'Als je ergens nauw bij betrokken voelt, zoals ik bij de natuur, dan vind je het ook leuk om er over te praten, om andere mensen deelgenoot te maken hoeveel vreugde dat verschaft. Ik hield mijn natuurgegevens altijd al bij; dankzij Arnold wordt daar nu ook nog iets nuttigs mee gedaan', aldus Essink
'Toen we nog in Bennekom woonden, was ik lid van de  Vogelwerkgroep van de KNNV, en leidde ik als  IVN-natuurgids excursies door het Binnenveld, maar ik heb nooit professioneel in het groen gewerkt. In de loop der jaren heb ik mijn natuurkennis uitgebouwd. Een specialisatie op bepaalde soorten? Nee hoor, ik ben echt een omnivoor. We zijn hier in Drenthe komen wonen omdat ik zo graag een grote natuurbelevingstuin wilde aanleggen. Daar doe ik nu veruit de meeste waarnemingen en verder natuurlijk tijdens wandelingen met de hond.'

Re:ageer