Organisatie - 10 januari 2008

Aart Hutten en Truus Wiegers

Aart Hutten voert de karpers van de leerstoelgroep Immunologie en celbiologie. In vier kamers in Zodiac, thuisbasis van de dierwetenschappers van de universiteit, zwemmen honderden karpers en zebravisjes. Ze worden gebruikt voor onderzoek van de leerstoelgroep Celbiologie en immunologie.
De biotechnicus moet snel door. ‘Garnalen halen.’ Die zijn ook voor proeven bedoeld. Zijn collega Truus Wiegers van der Wal wil best uitleggen wat er gebeurt, maar ze wil zo onvoorbereid niet op de foto.

424_opinie_0.jpg
De karpers van verschillende maten verdringen zich voor het glas van hun aquarium zodra er iemand binnenkomt. Truus: ‘Het is voedertijd, dat weten ze. We geven ze niet te veel, dus ze hebben wel honger nu. In de natuur hebben ze ook niet onbeperkt te eten.’
De Wageningse immunologen doen al heel lang onderzoek naar het immuunsysteem van karpers. Inmiddels groeit de elfde generatie op. ‘Ze kunnen de proeven niet doen met een karper uit het wild, dan zijn de resultaten niet vergelijkbaar. Daarom werken we met één lijn.’
Bij het kweken van een nieuwe generatie komt weinig karperromantiek kijken. Een mannetje en een vrouwtje krijgen hormooninjecties. De eitjes en het zaad worden afgestreken, en dat leidt tot zo’n duizend karperlarven.
De meeste vissen worden in proeven gebruikt, en worden na afloop door de onderzoekers afgemaakt. Maar van elke generatie blijven er altijd ook wel een paar over. ‘Die houden we een poosje. Als we zeker weten dat ze niet meer gebruikt gaan worden, gaan ze naar Ouwehand, voor de pinguïns en de ijsberen.’
In de viswinkel zul je de karper niet zien liggen. Zelfs als de vissen goedgekeurd zouden zijn voor menselijke consumptie, zouden weinig Nederlanders er voor willen betalen. De grondsmaak van de vis is wel populair in Oost-Europa. ‘We hebben wel eens een Poolse student gehad die er één heeft klaar gemaakt. Maar mij doe je er geen plezier mee.’

Re:ageer