Wetenschap - 1 januari 1970

Aardappelziekte Phytophthora is agressiever dan ooit

Aardappelziekte Phytophthora is agressiever dan ooit

Aardappelziekte Phytophthora is agressiever dan ooit

Fungicidengebruik lastig terug te dringen

Vermindering van het gifgebruik in de aardappelteelt zit er dit jaar nog niet in. Phytophthora infestans is agressiever dan ooit, zo blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO-DLO). Het laatste slechte nieuws is dat de ziekteverwekker juist op resistente aardappelrassen het makkelijkst sporen vormt


Phytophthora infestans heeft sinds een paar jaar een nieuwe gedaante. De schimmel komt nu vroeger in het seizoen voor en hij gedijt bij lagere en bij hogere temperaturen dan tot dan toe gebruikelijk. Daarnaast heeft hij minder tijd nodig voor infectie en groeit hij sneller in de plant. Stengellaesies - knikken in de stengel waar de schimmel zich vermenigvuldigt - komen opvallend vaak voor

Nieuw is ook dat Phytophthora zich geslachtelijk kan voortplanten en oösporen vormt. De sporen kunnen vier jaar lang in de grond overleven zodat van onverwachte zijde infectie kan optreden. Geslachtelijke voortplanting zorgt ook voor grotere genetische variatie, waarmee populaties een resistentie makkelijker kunnen doorbreken

Zo'n situatie schreeuwt om onderzoek. Dat vindt ook volop plaats. Ongeveer elk plantonderzoeksinstituut binnen Wageningen UR onderzoekt mogelijkheden om de fungicidenvretende Phytophthora infestans te beheersen. Maar Phytophthora laat zich niet makkelijk beheersen. Het laatste slechte nieuws is dat oösporen vaker voorkomen op resistente aardappelrassen dan op vatbare rassen

Ir Wilbert Flier van het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO-DLO) ontdekte een verband tussen resistentie van aardappelrassen en oösporenvorming dankzij onderzoek in Nederland en in Mexico, het oorspronggebied van Phytophthora. Centraal Mexico is oon groot proefveld, vertelt hij. Het regent er gedurende het teeltseizoen bijna elke dag en de nachten zijn koel en vochtig: ideale omstandigheden voor Phytophthora. De grote boeren telen vatbare rassen en spuiten daar veel op. De kleine boeren telen resistente rassen omdat zij geen geld hebben voor fungiciden

Agressiviteit

Op Nederlandse aardappelrassen die goed scoren qua resistentie tegen Phytophthora vond Flier vaker oösporen dan op vatbare rassen. Hiervoor heeft hij wel een verklaring. De schimmel heeft tien tot twaalf dagen nodig om in het loof oösporen te vormen. In een vatbaar ras doodt de schimmel de aangetaste plantendelen te snel, waardoor de vorming van oösporen, en daarmee de seksuele voortplanting, niet meer kan plaatsvinden

Flier vond in Mexico echter ook resistente aardappelrassen die geen extra oösporen bevatten. Daarom wil hij nu de factoren achterhalen die vorming van oösporen beïnvloeden. De onderzoeker heeft hier al wel ideeën over, maar deze wil hij eerst onderzoeken voordat hij er iets over kwijt wil

Flier onderzocht ook de agressiviteit van stammen en hun verspreiding. Vanuit Mexico kwam waarschijnlijk, via een scheepslading aardappelen in 1976, de eerste agressieve stam naar Nederland. De IPO-onderzoeker denkt niet dat de telers hebben te vrezen van nog agressievere schimmels. Het lijkt erop dat de Phytophthora-stammen die in Nederland voorkomen de hoogst haalbare agressiviteit hebben. Flier vond in Mexico geen isolaten die nog agressiever zijn

Wel is deze agressieve vorm al over heel Nederland verspreid. Het IPO-DLO vond ze terug in zuidelijk Flevoland, in Drenthe en in volkstuinen in Ede. Uit de verhalen van aardappeltelers in bijvoorbeeld Zeeland en Brabant leidt hij af dat ook daar de agressieve vormen voorkomen

Masterplan

De Land- en Tuinbouworganisatie (LTO-Nederland) is onlangs gestart met het Masterplan Phytophthora om het fungicidengebruik in de aardappelteelt terug te dringen. Het plan beoogt ondermeer het gebruik van waarschuwingssystemen, beslissingsondersteunende computermodellen die kennis over verspreiding, voorkomen van de Phytophthora en het weer combineren; uit de computer rolt een spuitadvies. Met de onderzoeksresultaten van het IPO-DLO kunnen de bestaande waarschuwingssystemen worden aangepast aan de meest agressieve Phytophthorasoort. Verder kunnen veredelaars bestaande rassen testen op oösporenproductie. De kennis over de agressieve Phytophthora-isolaten kunnen ze nu al benutten in hun programma's

Ondanks alle inspanningen zal het waarschijnlijk dit jaar nog niet lukken het fungicidengebruik al terug te dringen. De uitgangssituatie voor de schimmel is ideaal. In 1998 kwam Phytophthora het hele seizoen voor vanwege de hevige regenval. Bovendien was de daaraan voorafgaande winter zacht: de op het veld resterende aardappelknolletjes gingen niet dood, waardoor er veel aardappel als onkruid voorkwam in andere gewassen. Flier zag dat de oösporenvorming op deze onkruidaardappel enorm is geweest. En de schimmel kreeg in 1998 nog eens extra de ruimte, omdat veel percelen op het eind van het seizoen te nat waren voor bespuiting

LTO adviseert nu op tijd te spuiten zodat de schimmel dit jaar minder kans krijgt. Begin in de zetmeelaardappelen al vlak na opkomst met de bestrijding van Phytophthora, schrijft LTO. Wacht niet tot de eerste besmetting is geconstateerd zoals dat in andere jaren gebruikelijk is.

Het Masterplan beoogt daarnaast beheersing via het afdekken van afvalhopen met plastic of een dikke laag grond. Dit voorkomt dat Phytophthora zich kan ontwikkelen of via de lucht verspreiden. Flier voegt toe dat ook de vorming van oösporen goed te voorkomen is. De boer moet dan wel op tijd spuiten, zodat de schimmel niet kan voortwoekeren. Van Phytophthora komen we niet af, concludeert Flier. Je kunt de ziekte hooguit weer beheersbaar maken.

Re:ageer