Wetenschap - 1 januari 1970

Aardappelplanten gaan aaltjes vangen

Aardappelcysteaaltjes mogen worden bestreden met aardappelplanten. De Plantenziektekundige Dienst stond dit vorige week toe als officiële bestrijdingsmethode voor percelen die besmet zijn met deze veroorzakers van aardappelmoeheid. Onderzoek van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) toonde namelijk aan dat de aardappelplant zeer geschikt is als vanggewas.

‘Het klink misschien een beetje raar, maar eigenlijk is het een heel oud idee. We hebben het afgelopen jaar uit de kast gehaald omdat er in de praktijk veel behoefte is aan aanvullende maatregelen. Met aardappelplanten kun je de aaltjesdichtheid in een seizoen met zo’n tachtig procent terugbrengen’, vertelt ir. Leendert Molendijk, aaltjesonderzoeker bij PPO in Lelystad.
‘Je poot in april aardappelen op een besmet perceel uit en al na ongeveer veertig dagen dood je dan het loof. Er hebben zich dan nog geen knollen gevormd en je kunt dan een heel hoog dodingspercentage van de aaltjes bereiken.’ De planten lokken namelijk de aaltjes uit hun rusttoestand en uit hun overlevingspakketjes, de cysten. Voor de aaltjes zich kunnen vermeerderen en nieuwe cysten vormen, worden ze al doodgespoten.
Met de beheersing van aardappelmoeheid zijn in Nederland grote belangen gemoeid. Pootgoedtelers mogen op het besmette perceel in ieder geval zes jaar geen pootaardappels telen. Die periode kan bekort worden door de aaltjes te bestrijden en in een herbemonstering te laten zien dat er geen cysten met levende inhoud meer te vinden zijn.
Officiële besmettingscijfers over aardappelmoeheid worden uit handelspolitieke overwegingen niet gegeven. Het simpele feit dat het pootgoed dat handelshuizen al speciaal voor vanggewassen hadden gereserveerd nu al volledig is uitverkocht, illustreert volgens Molendijk dat aardappelmoeheid in Nederland een diepgeworteld probleem is. / GvM

Re:ageer