Organisatie - 1 januari 1970

Aanval op ruraal sociologen

Wageningse sociologen moeten minder hun mening opdringen en zich beperken tot analyse, zegt de Groningse promovendus dr Edwin Karel. De Wageningse coryfee prof. Evert Willem Hofstee die na de tweede wereldoorlog alle boeren wilde moderniseren, stuurde volgens Karel te veel. En de huidige generatie ruraal sociologen die boeren verbreding wil opleggen, doet hetzelfde.

Karel promoveerde op 24 maart aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar de landbouwvoorlichting na de Tweede Wereldoorlog, overigens bij de ook in Wageningen werkende agrarisch historicus prof Pim Kooij. In die tijd werd onder leiding van de Wageningse sociologen Hofstee en prof Anne van den Ban een voorlichtingssysteem opgezet, dat de traditioneel ambachtelijke boer moest veranderen in een moderne ondernemer. Hij moest zich specialiseren en zijn land moest ruilverkaveld worden. Dat beleid ging voorbij aan de kleinere boeren.
Wageningse sociologen werken nog steeds zo, vindt Karel. ‘Wageningse sociologen willen boeren nog steeds vertellen hoe ze moeten worden.’ Ook nu geven Wageningse rurale sociologen nog te veel hun mening in gevraagd of ongevraagd advies, aldus Karel, al is de aanbeveling dit keer niet specialisering en schaalvergroting maar juist differentiering en verbreding.
Karel bekritiseert de Wageningse sociologen om deze zendingsdrang, maar ook de manier waarop ze hun ideeën naar buiten brengen via ‘mooie fotoboeken over hoe het platteland moet vernieuwen’. ‘In plaats daarvan zouden de sociologen zich moeten beperken tot het maken van een analyse en de mogelijkheden voor de toekomst moeten beschrijven, om de keuze daarna aan boeren zelf over te laten.’
Ruraal socioloog prof Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Transitieprocessen in Europa, is niet onder de indruk van de kritiek. ‘Ik heb zelf in de lees- en promotiecommissie van Karel gezeten. De studie gaat uitdrukkelijk niet over plattelandsontwikkeling nu. De stellige uitspraken van Karel verbazen me dan ook een beetje. Of eigenlijk ook niet: het leggen van relaties tussen theorievorming, beleid, uitvoering en evaluatie is namelijk niet de sterkste kant van Karel's proefschrift. Onze onderzoeksgroep doet weinig anders dan beschrijven, analyseren en op grond daarvan scenario's maken. Het spijt me voor Karel dat hij niet van mooie fotoboeken houdt.’
‘Ons pleidooi voor verbreding is niet meer en niet minder dan het schetsen van een serie van alternatieven voor doorgaande modernisering van de landbouw en industrialisering van de voedselketen’, vult de nieuwe leerstoelhouder Rurale sociologie prof Han Wiskerke aan. ‘Dit alternatief is niet ingegeven door zendingsdrang, maar is louter een weergave van hedendaagse praktijken en ontwikkelingen die we door middel van empirisch onderzoek vaststellen. Daarnaast lijkt me dat het gevraagd en ongevraagd advies geven een kerntaak van een wetenschapper is. En dat geldt ook voor het informeren van een divers publiek. Fraai vormgegeven publicaties voorzien van kleurrijke illustraties zijn daarbij een belangrijk hulpmiddel. En voor alle duidelijkheid: die gaan niet over hoe het platteland zou moeten vernieuwen, maar hoe het platteland heden ten dage aan het veranderen is.’ JT

Re:ageer