Wetenschap - 1 januari 1970

Aanpak werkdruk DLO staat nog in kinderschoenen

Aanpak werkdruk DLO staat nog in kinderschoenen

Aanpak werkdruk DLO staat nog in kinderschoenen


Ruim twee jaar naar na verschijnen van het zorgwekkende TNO-rapport over
werkdruk bij DLO-instituten is nog weinig gedaan om werkdruk te
verminderen. De aanpak van de werkdruk wordt bemoeilijkt door
organisatorische problemen. De instituten die te weinig maatregelen hebben
genomen worden binnenkort door de raad van bestuur aangesproken op hun
verantwoordelijkheden.

Sommige instituten hebben na uitkomst van het rapport in 2001 concrete
maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen. Maar bij een andere
instituten, zoals het landbouweconomisch instituut LEI en visserij-
instituut Rivo, is pas sinds kort begonnen met de aanpak van de werkdruk.
Binnen het instituut voor dierhouderij en diergezondheid ID-lelystad is nog
nauwelijks actie ondernomen. ,,Ik kan niet zeggen dat er instituten zijn
die er niks aan doen, maar er is wel een groot verschil in snelheid'', zegt
Rinus Tazelaar van de afdeling Human Resources Management (HRM) van
Wageningen UR.
Bij het instituut voor voedselveiligheid Rikilt viel de werkdruk volgens
Tazelaar sowieso al mee. Op de goede weg zijn het instituut voor de groene
ruimte Alterra, het instituut voor agrotechnologisch onderzoek ATO en het
instituut voor milieu- en agritechniek Imag.
Het was de bedoeling dat de instituten aan de slag zouden gaan om concrete
symptomen, zoals die in het TNO-rapport naar voren kwamen, te bestrijden.
Vaak lag een onduidelijke organisatiestructuur en onduidelijkheid over
verantwoordelijkheden ten grondslag aan de symptomen. Die onduidelijkheid
werd veroorzaakt door privatisering van de DLO-instituten en het samengaan
met Wageningen Universiteit, en werd nog versterkt doordat het ministerie
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij meer afstand nam.

Marktgericht werken
Dat ruim twee jaar naar na verschijnen van het rapport bij een aantal
instituten nog weinig is gedaan om werkdruk te verminderen komt volgens
Tazelaar doordat het samengaan met Wageningen niet altijd soepel verliep en
er nog steeds veel onduidelijkheid heerst over taakverdelingen. ,,De
implementatie van het bestuurlijk model gaat niet van de één op de andere
dag. Er is een aantal instituten waar de integratie met Wageningen
Universiteit erg veel aandacht vraagt.''
Eén van de instituten waar nog weinig actie is ondernomen om de werkdruk te
verminderen is ID-lelystad.
Volgens het TNO-rapport gingen hier leidinggevenden gebukt onder hoge
taakeisen en was er sprake van onduidelijke normen en kwaliteitseisen. Ook
was er onvoldoende mogelijkheid om marktgericht te werken. Maar de grootste
problemen hadden te maken met een onduidelijke organisatiestructuur. Dat
bij ID-lelystad een adequaat antwoord op het TNO-rapport uitblijft ligt
volgens Tazelaar aan die organisatorische problemen. Tazelaar: ,,En met
alle dierziekte-ellende was het primaire proces hoogbelast.''
Een instituut dat pas sinds kort probeert de werkdruk te verlagen is
visserij-instituut Rivo. Hier bestonden de problemen onder andere uit hoge
taakeisen van wetenschappelijk onderzoekers, onvoldoende ondersteuning in
het werk, een onevenwichtige taakverdeling en het niet delegeren van werk.
Onderzoekers ervoeren een hoge werkdruk omdat ze hun taken niet konden
delen. Tazelaar: ,,Bij het Rivo waren de verantwoordelijkheden niet altijd
duidelijk.'' Een nieuwe directie probeert nu de verhoudingen en de
werkverdeling binnen de staf van het Rivo te verduidelijken. Anja Engels,
HRM-adviseur van het Rivo noemt een aantal acties dat is ondernomen om de
werkdruk te verminderen. Zo werd besloten de afdeling Milieu, kwaliteit
technologie en voeding te splitsen in twee afzonderlijke afdelingen, om de
werkverdeling overzichtelijker te maken voor leidinggevenden. Om nog meer
inzicht te krijgen in de werkverdeling begon het Rivo afgelopen zomer met
het organiseren van zogenaamde masterclasses. Hierin volgen medewerkers een
trainingstraject waarna bepaald kan worden of ze wel op de goede plek
zitten. Engels: ,,En voor het eerst komt er een ook jaarplan. Dit gebeurt
allemaal om meer duidelijkheid te krijgen.''

Lastige erfenis
Volgens Tazelaar is ook het LEI pas sinds kort klaar om actie te
ondernemen. De belangrijkste oorzaken van werkdruk waren hier de hoge
taakeisen bij leidinggevenden, onvoldoende informatie over de
organisatiestructuur, onduidelijke normen en kwaliteitseisen en onvoldoende
mogelijkheid om marktgericht te werken. Tazelaar denkt dat in de loop van
de komende maanden onder leidinggevenden een inventarisatie van de
problemen zal worden gehouden.
Bij Plant Research International (PRI) en Praktijkonderzoek Plant en
Omgeving (PPO) wordt door een werkgroep vanuit de kenniseenheid Plant aan
het probleem gewerkt. Volgens Marie-Louise van den Munckhof, van de
afdeling personeel en organisatie van PPO, werd gewacht tot ook het TNO-
onderzoek over PPO was afgerond. Bij PRI zijn wel 'wat korte acties' in
gang gezet, maar nu zullen de problemen breder worden aangepakt. Binnen PPO
wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een training voor medewerkers, waardoor deze
uiteindelijk meer gericht moeten werken. Ook worden resultaat- en
ontwikkelingsgesprekken ingevoerd als vervanging van het
functioneringsgesprek. In een dergelijk gesprek wordt het functioneren en
de ontwikkeling van een medewerker besproken, alsook de relatie met de
leidinggevende en de behaalde resultaten. De gesprekken vormen onderdeel
van het competentiemanagement waarvan Tazelaar denkt dat het van groot
belang is voor het verminderen van de werkdruk.
Over het algemeen staan de acties tegen de werkdruk nog in de
kinderschoenen. Dat is niet zo vreemd, vindt Tazelaar, want de
directieraden zijn nog niet zo lang bezig en werden opgezadeld met een
lastige erfenis. Voordat directies dan ook afgerekend kunnen worden op
slechte resultaten in de aanpak van werkdruk moet eerst duidelijk worden
waar de verantwoordelijkheden liggen. Tazelaar: ,,De nieuwe directieraden
werden overspoeld met andere kwesties die aandacht vragen, dat heeft de
zaak vertraagd. Op de tweede plaats zorgen de verschillende symptomen
ervoor dat je de zaken niet zomaar even oplost. Die vragen een grondige
voorbereiding.'' |
L.M.

Re:ageer