Wetenschap - 31 januari 2002

Aanpak vervuiling Noordzee beneden peil door miscommunicatie

Aanpak vervuiling Noordzee beneden peil door miscommunicatie

Rijkswaterstaat heeft grote moeite om de vervuiling van de Noordzee terug te dringen. Er bestaat een zee aan overheidsregels voor lozingen en emissies, maar de handhaving komt slecht van de grond, menen onderzoekers van Alterra.

Directie Noordzee van Rijkswaterstaat wil de lozingen op de Noordzee indammen, maar gemeenten en waterschappen ondernemen nog weinig actie. Er komen nog te veel vervuilende stoffen in de Noordzee terecht, met name minerale olie, PAK's, koper en gebromeerde vlamvertragers, afkomstig van bedrijven en huishoudens.

Een van de problemen is dat een zuiveringsinstallatie die wordt beheerd door Hoogheemraadschap Delfland niet aan de wensen van directie Noordzee voldoet. Drs Coen Balduk van Alterra: "Directie Noordzee verleent de vergunning voor die zuiveringsinstallatie en wil dat het niveau van zuivering wordt aangescherpt. Maar als de doelstellingen niet worden gehaald, volgen er geen sancties. Daardoor wordt er weinig vooruitgang geboekt met de aanpak van vervuiling."

De Alterra-onderzoekers signaleren een gebrekkige communicatie tussen de verschillende directies van Rijkswaterstaat, gemeenten en waterschappen. Directie Noordzee geeft bijvoorbeeld aan welke emissies moeten worden aangepakt, maar geeft daarbij dikwijls geen verklaring. Dit leidt tot onbegrip bij gemeenten en waterschappen. Balduk: "Er is daardoor minder draagvlak om daadwerkelijk actie te ondernemen."

Volgens Balduk is de gebrekkige communicatie in de loop der jaren gegroeid. Dit heeft onder andere met een cultuurverschil en met uiteenlopende belangen te maken. "Directie Noordzee heeft in de onderhandelingen met gemeenten en waterschappen als belangrijkste uitgangspunt het terugdringen van de vervuiling. Maar bij waterschappen zoals Delfland spelen economische motieven meer mee. De waterschapslasten kunnen bijvoorbeeld niet te veel omhoog. Als gevolg van deze verschillende uitgangspunten zijn de contacten steeds stroever geworden."

Naast de gebrekkige communicatie is er het probleem dat sommige vervuilingsbronnen zoals huishoudens, moeilijk te sturen zijn. Verder hebben gemeenten vaak onvoldoende kennis om zo scherp mogelijke vergunningen voor lozingen en emissies op te stellen. En de verschillende directies van Rijkswaterstaat hebben moeite om prioriteiten te stellen aangezien er verschillende lijsten met probleemstoffen bestaan op basis van internationale afspraken, waaronder de OSPAR-lijst, de Esbjerglijst, de Brussellijst en de Sevillalijst. Het Alterra-onderzoek werd geleid door drs Saskia Ligthart. | H.B.

Re:ageer