Wetenschap - 1 januari 1970

Aangepaste dijkverzwaring helpt zeldzame planten

Aangepaste dijkverzwaring helpt zeldzame planten

Aangepaste dijkverzwaring helpt zeldzame planten

Rivierdijken in Nederland zijn van oudsher plekken met een grote biodiversiteit. De laatste jaren veranderen deze hot spots door dijkverzwaring en slecht natuurbeheer echter in saaie, homogene graslanden. Drs Cyril Liebrand, die op 21 april promoveerde bij de leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie, stelt voor om bij dijkverzwaringen waarbij de vegetatiemat van de dijk wordt gestript kleine dijkgedeelten uit te sparen en in hun huidige staat te behouden. De zeldzame grassoorten en kruiden kunnen zich dan van daaruit weer verspreiden over de dijk

Liebrand, wiens promotieonderzoek werd gefinancierd door Rijkswaterstaat en de provincie Gelderland, begon in 1985 met proeven op een dijk langs de Waal, ten oosten van Zaltbommel. Diverse maatregelen deden na verzwaring de vegetatie terugkeren. Door de toplaag van de bodem of de graszode na afstripping te bewaren en terug te plaatsen, kon een groot deel van de vegetatie zich herstellen. Ook kwamen de planten snel terug na het inzaaien van een zadenmengsel uit het oorspronkelijke grasland. Het beste resultaat kreeg de ecoloog door een kleine dijkstrook, inclusief vegetatie in oorspronkelijke staat te houden. Na acht jaar had 98 procent van de plantensoorten zich teruggevestigd

Liebrand denkt dat het voor herstel van de biodiversiteit voldoende is om elke honderd meter een stuk dijk van tien meter niet te verzwaren. De voordelen van de maatregelen - terugkeer van zeldzame plantensoorten, erosiebestendigheid en mooiere dijken - wegen volgens Liebrand op tegen de kosten. Zo'n veertig plantensoorten die hun laatste bolwerk op rivierdijken hebben, zoals marjolein, grootbloemcentaurie en oosterse morgenster, staan op de zogenaamde Rode lijst van bedreigde soorten. Momenteel wordt alleen langs de Waal bepaalde stroken vegetatie gespaard

Liebrand benadrukt dat dijkbeheerders de dijken ook moeten onderhouden. Volgens de promovendus moeten ze twee keer per jaar maaien en het maaisel afvoeren. Bijkomend voordeel is dat plantenzaden zich verspreiden via de maaimachines. H.B

Re:ageer