Organisatie - 26 juni 2008

Aanbesteding Resource

Teleurstellende reactie Dijkhuizen
Wij zijn diep teleurgesteld over de reactie van Aalt Dijkhuizen in Resource 34 (12 juni) op de commotie die is ontstaan nadat de uitkomst van de aanbesteding van Resource bekend is geworden. In het artikel van Korné Versluis op pagina 6 geeft Dijkhuizen toe dat het bestek wellicht meer ruimte laat voor controle van de Raad van Bestuur op de berichtgeving, maar hij ‘is niet van plan daar gebruik van te maken’. En dan maar hopen dat zijn opvolger net zo’n verlicht leider zal zijn als hij.
Verder suggereert Dijkhuizen dat de medezeggenschap twijfels heeft geuit omtrent het ‘willen en kunnen’ van uitgeverij Hemels, de winnaar van de aanbesteding. Het is waar dat een flink aantal mensen in de organisatie denkt dat Hemels veel minder goed in staat zal zijn ons lijfblad te maken dan Cereales, maar als medezeggenschap hebben we ons daar niet over uitgelaten (en dus ook geen contact met Hemels opgenomen, waarom zouden we?).
In de open brief van Leo Klep aan Dijkhuizen een nummer eerder (Resource 33, 5 juni) wordt op duidelijke wijze en zeer exact de vinger gelegd op alle ‘zere plekken’ in het bestek. Aan de uitkomst van de aanbesteding is voor de medezeggenschap weinig te doen, maar die zere plekken willen wij aanpakken. Tegenover de Centrale Ondernemingsraad en de Gezamenlijke Vergadering heeft Dijkhuizen de mogelijkheid geboden om het redactiestatuut en andere relevante documenten aan te scherpen, zodat er minder ruimte is voor de Raad van Bestuur om in te grijpen in de berichtgeving van Resource en recht gedaan wordt aan de afspraken tussen bestuurder en medezeggenschap uit 2006. Dit vergeet Dijkhuizen jammer genoeg te melden in zijn verklaring in Resource Insite, het extra katern voor medewerkers (ook in Resource 34).
Momenteel zijn wij bezig om een lijst op te stellen met alle punten in het redactiestatuut waarvan wij vinden dat ze aangescherpt of veranderd moeten worden. Deze lijst is te vinden op de website van de centrale medezeggenschap (portal.wur.nl/Sites/OR/MZC) onder publieke documenten (ID 3086).
Tenslotte Aalt, ook wetenschappers hebben emoties, niets menselijks is hen vreemd.
Namens de centrale medezeggenschapsraden, Cees van Dijk (voorzitter Centrale Ondernemingsraad WUR), Wiebe Aans (voorzitter Gezamenlijke Vergadering WU), Frédéric Linardon (voorzitter Studentenraad WU), Ad Bot (voorzitter Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad VHL)

Dijkhuizen en de wetenschap
Als buitenstaander - ik heb, behalve tijdens een studentassistentschap, nooit bij de LU/WU of DLO gewerkt - volg ik de ontwikkelingen via een abonnement op Resource. Ik heb dus ook kennis genomen van de discussies rond Hemels Publishers. Met de critici ben ik het volledig eens. Ik heb me bijzonder geërgerd aan het stukje in Resource 34 getiteld ‘Dijkhuizen: geen censuur, ook niet bij Hemels’.
Hoe reageer je, als je kritiek krijgt? Ik zou zeggen: je geeft heldere antwoorden op een paar concrete vragen helder. Zoals: voldeed Resource/Cereales aan de eisen en verwachtingen? Zo ja, waarom dan overstappen op een ander? Zo nee, wat ontbrak er dan aan? Als de Raad van Bestuur ontevreden was over Resource, is dit dan met de redactie besproken? Als er geen gebruik zal worden gemaakt van controle op de inhoud, waarom dan de mogelijkheid daartoe in het contract met Hemels Publishers opnemen? Enzovoort.
Dijkhuizen echter doet wat je vaker bestuurders aan de top ziet doen: de bal terugspelen zonder de belangrijke vragen te beantwoorden en de critici dus in het verdomhoekje zetten. Natuurlijk zal de Raad van Bestuur geen gebruik maken van de ruimte voor controle, zo zegt hij. Maar aan zulke goede intenties heb je niets. Het geeft immers geen garantie dat volgende raden van bestuur dat niet zullen doen; het instrument daartoe hebben ze nu in handen.
Naar de reacties kijkend denkt Dijkhuizen: kijk nou, zo veel titels en dan zo'n emotioneel verhaal. Dat pas toch niet bij een wetenschapper. Onder die emotionele critici (is er trouwens iets mis met emoties?) zijn mensen als Dicke, Van der Ploeg en vele anderen die door hun wetenschappelijk niveau Wageningen UR groot hebben gemaakt. Zij worden denigrerend als kleine peuters toegesproken. En de medezeggenschapsraden? Die hebben niet eens de moeite genomen om contact op te nemen met Hemels Publishers! Waarom zouden ze? Om een slim pr-verhaal aan te horen? Er is maar één simpele oplossing: die passage over controle schrappen. En als dat in de standaardcontracten van Hemels Publishers niet kan: geen contract met hen afsluiten.
Als je het nou over titels en wetenschappelijk niveau hebt, zou het dan niet goed zijn het wetenschappelijk of wat voor ander niveau ook van de eigen reactie eens goed te overwegen? Zo'n reactie van een topbestuurder ‘past toch niet bij een wetenschapper’?
Louis Razoux Schultz (LH 1955)


Knuffeldood
Bestuurders van publieke instellingen zoals Wageningen UR besturen niet voor eigen rekening en risico. Ook als ze er weinig of niets van bakken, strijken ze een grandioos salaris op.
Voorheen waren er tenminste twee mogelijkheden om onvoldragen plannen tijdig te bekritiseren of corrigeren. De eerste was de interne democratisering. Die bood de mogelijkheid dergelijke plannen in een openbare discussie tegen het licht te houden en waar nodig te amenderen of stoppen. Zo is in de jaren tachtig een propedeuse in Leeuwarden door de toenmalige Hogeschoolraad tegengehouden. Later werd deze propedeuse alsnog ingevoerd. Overeenkomstig eerdere verwachtingen werd het een flop. De interne democratisering was inmiddels krachteloos gemaakt.
Een bestuur, zeker van een universiteit met een voorbeeldfunctie in de samenleving, is gediend met een open en onbevangen debat, een wezenskenmerk van de wetenschap zelf. Wetenschap is niet maar een technische of instrumentele aangelegenheid. Afschaffing of beperking van de mogelijkheid tot fundamentele kritiek getuigt van een ernstige miskenning van het bijzondere karakter van zo’n instelling.
Een tweede mogelijkheid om bestuurders te bekritiseren en corrigeren vormt een onafhankelijke universiteitskrant. Ervaring leert dat daardoor zaken boven tafel komen die het daglicht niet kunnen verdragen of ontwikkelingen in een ander daglicht plaatsen. Dat maakt bestuurders voorzichtiger. Zo blijkt nu achteraf de integratie van universiteit en DLO (Resource 34 van 12 juni, pag. 13) via een onjuiste voorstelling van zaken door de toenmalige rector te zijn doorgedrukt. In Resource 30 wordt de lezer duidelijk dat zelfbehoud van het ministerie van Landbouw, Natuuurbeheer en Visserij (LNV) de belangrijkste drijfveer was achter die integratie. Er werd een monstrum geconstrueerd van twee wezensvreemde instellingen die zelfs nu nog steeds formeel apart staan en elkaar beconcurreren. Alsof dit niet tevoren te voorzien was! Hier is wederom sprake van miskenning van het bijzondere karakter van een universiteit.
LNV lijkt de universiteit in de nieuwe gedaante van Wageningen UR als een verlengstuk van zichzelf te beschouwen, als instrument in de doorvoering van het daar ontwikkelde beleid. Een leerstoel als Ecologische landbouw wordt elke tien jaar een keer gereorganiseerd en is bezig de knuffeldood te sterven. Plantenteelt als geheel treft een vergelijkbaar lot. In de tweede helft van de vorige eeuw berekende ik bijvoorbeeld een significante correlatie tussen de aardappelprijzen en het aantal studenten akkerbouw in het daarop volgende studiejaar. Het onderwijs in de plantenteelt is sindsdien echter dusdanig ‘gedisciplinariseerd’ en op afstand van de maatschappelijke praktijk geplaatst, dat er kennelijk geen relatie meer wordt gevoeld met bijvoorbeeld de huidige voedselcrisis: het aantal studenten plantenteelt blijft nog steeds heel beperkt. Landbouwkundig ingenieurs, zoals plantenveredelaars, moeten Nederlandse bedrijven tegenwoordig uit het buitenland halen.
De bestuurders doen alsof hun neus bloedt. Van een nood- of opkrikplan heb ik tenminste nog niet vernomen.
Ik haast mij om dit ingezonden stuk in te sturen, want ook deze tweede mogelijkheid tot bekritiseren en corrigeren is binnenkort verleden tijd.
Jaap Schouls, oud-medewerker van Wageningen UR

Re:ageer