Wetenschap - 22 november 2001

ATO wil proeffabriek van honderd miljoen

ATO wil proeffabriek van honderd miljoen

"Het mag beslist geen museum worden", zegt dr Huug de Vries van ATO. In de proeffabriek die hij van de grond probeert te tillen komen geen aftandse productielijnen, geen ambachtelijke bezienswaardigheden en geen wetenschappelijke curiositeiten. Zijn naam: Foodturoscope. Zijn prijs: honderd miljoen gulden.

In de fabriek moeten levensmiddelenfabrikanten nieuwe producten op pilotschaal kunnen ontwikkelen. Zo krijgen fabrikanten niet alleen een platform om hun producten op nieuwe machinerie te testen, of om te leren van de ervaringen van hun concullega's, maar kunnen ze ook makkelijker zoeken naar nieuwe apparatuur die compatible is met hun machinepark.

Foodturoscope moet gaan werken als een aanjager van innovatieprocessen in de voedingsindustrie, gericht op een duurzame voedselproductie, hoopt De Vries. "Je ziet bijvoorbeeld dat levensmiddelenbedrijven steeds zoeken naar nieuwe mogelijkheden om iets te doen met alternatieve grondstoffen of reststromen. De proeffabriek vergemakkelijkt dat zoekproces." Hetzelfde geldt voor fabrikanten die op zoek zijn naar innovaties als machines die zuiniger met energie en water omspringen, het gebruik van natuurlijke conserveringsmiddelen of het effici?nter verpakken van voedingsmiddelen.

Ook zou de industrie via de proeffabriek consumenten en overheid meer inzicht in het productieproces kunnen geven. Dit kan via rondleidingen, maar zou ook via webcams kunnen gebeuren of zelfs door producten aan te bieden in een voorbeeldkantine.

De proeffabriek kan tenslotte ook nuttig zijn voor de opleidingen die de sector voorzien van operators en ingenieurs. Het Edese Technocentrum De Vallei ziet graag dat mbo- en hbo-studenten in de fabriek praktijkervaring opdoen. Daarnaast kan de fabriek het onderwijs in de voorgestelde Wageningse vervolgopleiding 'integraal ontwerpen van productieprocessen' ondersteunen.

"Alle idee?n zijn nog voorlopig", zegt De Vries. "We zitten nog in het allereerste stadium en weten zelfs nog niet zeker waar het project precies komt te staan. Maar we denken aan Wageningen, op de Born."

Ongeveer de helft van het bedrag dat nodig is voor de proeffabriek moet komen uit het aardgasfonds ICES-KIS, dat tussen 2003 en 2007 met een nieuwe ronde begint. ICES-KIS subsidieert projecten die de nationale kennisinfrastructuur verbeteren. Voorwaarde is wel dat er voldoende partijen zijn die het belang van de projecten onderschrijven. Zij zouden de andere helft van het geld op tafel moeten leggen.

Inmiddels hebben instanties als de Vereniging van Nederlandse Machinebouwers GMV, tevens mede-initiatiefnemer, de metaalwerkgeversbond FME en Wageningen UR al laten weten dat ze het plan steunen. De Vries en zijn collega dr Ben Langelaan overleggen nog met een aantal bedrijven. | W.K.

Re:ageer