Wetenschap - 6 juni 2002

ATO grootste verliezer bij LNV-subsidies

ATO grootste verliezer bij LNV-subsidies

De DLO-instituten krijgen in 2003 minder geld van het ministerie van LNV dan voorgaande jaren. Vooral technologisch instituut ATO moet inleveren: naar verwachting 1,5 miljoen euro.

Onderzoeksdirecteur van Wageningen UR drs Jan Dijk besprak deze week de te verwachten verschuivingen van de LNV-financiering met de onderzoeksdirecteuren van de kenniseenheden. Dijk verwacht dat de drie kenniseenheden Agrotechnologie en Voeding, Dier en Plant zullen inleveren, hoewel de instituten Rivo en Rikilt er waarschijnlijk op vooruit gaan. De kenniseenheden Groene ruimte en Maatschappij spelen naar verwachting quitte.

De teruglopende subsidiestroom uit Den Haag is een gevolg van een nieuw beleid van het ministerie. Een deel van het geld dat tot twee jaar geleden automatisch naar DLO stroomde wordt nu open aanbesteed. Daardoor kunnen ook andere onderzoeksinstellingen er een gooi naar doen.

LNV-onderzoeksprogramma's hebben over het algemeen een looptijd van vier jaar. Dat betekent dat bij de DLO-instituten elk jaar gemiddeld een kwart van het budget vrijvalt. Voor 2003 komt dat neer op ongeveer 25 miljoen euro. LNV wil daarvan 5 miljoen open aanbesteden. De resterende 20 miljoen wordt verdeeld over nieuwe onderzoeksthema's.

De gevolgen voor de DLO-instituten lopen uiteen. Bij Alterra krijgt ongeveer de helft van de aflopende projecten naar verwachting een vervolg. De rest wordt be?indigd. Onderzoek naar natuur en water kan rekenen op meer financiering. Netto levert Alterra naar verwachting niets in.

Ook bij de kenniseenheid Plant lopen veel projecten af. Ook daar krijgt meer dan de helft van het aflopend onderzoek waarschijnlijk geen vervolg. Hoewel er nieuw onderzoek voor in de plaats zal komen moet Plant per saldo waarschijnlijk inleveren.

Bij het LEI stopt een deel van het ketenonderzoek, maar dat wordt gecompenseerd door extra onderzoek naar diervriendelijke vormen van veehouderij.

ID-Lelystad moet rekenen op een bezuiniging op haar onderzoek naar dierlijke productie, het Rivo krijgt er waarschijnlijk juist geld bij.

Bij de kenniseenheid Agrotechnologie en voeding zal het Imag waarschijnlijk net zo veel krijgen als in 2002, maar zal het ATO moeten inleveren. Het instituut zal het keten- en voedselverwerkingsonderzoek haast helemaal zien verdwijnen, het onderzoek naar zogenaamde groene grondstoffen wordt slechts beperkt voortgezet. Het ATO wordt met de korting van naar schatting 1,5 miljoen euro relatief het zwaarst getroffen.

Volgens Dijk is de verwachte tegenvaller bij het ATO niet alleen te wijten aan de open aanbesteding en de verschuivingen in de prioriteiten van LNV, maar ook aan de manier waarop het ministerie met financiering van de Europese Unie en het bedrijfsleven omgaat.

De EU stelt meestal als voorwaarde dat de ontvanger van subsidie zelf ook geld investeert. Een deel van de financiering die DLO-instituten van LNV krijgen wordt daarvoor gebruikt. Maar LNV gaat volgens Dijk steeds strenger om met deze vorm van financiering. Het ministerie is bang om de zeggenschap over de besteding van het geld te verliezen.

Om het voor instituten makkelijker te maken subsidie te verwerven bij de EU en Nederlandse ministeries zou Wageningen UR graag zien dat LNV haar houding versoepelt. "Ook het ministerie is daarbij gebaat. We verdubbelen zo eigenlijk het geld van LNV."

Dijk verwijst naar een regeling tussen het ministerie van Economische zaken en TNO. TNO krijgt jaarlijks een budget waarmee ze op zoek kan gaan naar financiering vanuit Europa of het bedrijfsleven. Een commissie toetst of TNO het geld goed besteedt. Dijk: "We hebben met LNV al eens een experiment gedaan met een vergelijkbare manier van financieren. Wij waren erg tevreden, maar de evaluatie ligt nu bij LNV en daar lijkt het niet echt verder te komen."

Volgens Jos Cornelese van het ministerie van LNV is het ministerie positief gestemd over het experiment, maar is het wachten op het nieuwe onderzoeksbeleid. "Dit is daarin een klein stukje." Cornelese verwacht dat er na de kabinetsformatie een besluit wordt genomen. | K.V.

Re:ageer